Peervormig

Alle foto’s laten zien wat ooit was. Hun sentiment voedt onze herinnering. Aan een landschap bijvoorbeeld. Zo ook het werk van Frédérique van Rijn.

Medium peervormige 20kleuren 20en 20al 20de 20spelingen 20der 20natuur

Zelf ben ik nooit zo’n fotograaf geweest. Lang geleden echter hadden wij in Noord-Norfolk een klein huisje gekocht, in the middle of nowhere, in de zomer golvend goudgeel maar in herfst en winter omgeven door zwart-slijmige akkers met suikerbieten en van die prachtige, knoestige heggen waarin verschillende tanige soorten struik zo stevig met elkaar verstrengeld en vergroeid raakten dat zelfs Colin Ross, de hereboer in het dorp, er met zijn tractor niet doorheen kwam. Mijn vrouw Nelleke, tevens gedreven tuinierster, heeft eens uitgezocht welke bundeling van welke struiken precies ervoor zorgde dat Engelse heggen zo ondoordringbaar zijn. In die tijd vertaalde zij veel van het stugge werk van Botho Strauss dat door het fameuze Nationaal Toneel (Den Haag) in de regie van Hans Croiset op het toneel werd gebracht. Dat is nu voorbij – uit de mode, zoals wij langzamerhand ook. Dat waren vertalingen voor de stem van acteurs. Woorden en hun volgorde konden, omdat het moest bekken, afwijken van de geschreven versie.

Als het in de Engelse herfst grijs was, geurde heel het land naar natte aarde

Daarom had Nelleke vrij veel contact met Strauss. Ze heeft de schuwe auteur ook in Berlijn bezocht. Zo wist hij dat wij die plek in Norfolk hadden. Ergens in die tijd, na de Wende, is Strauss verhuisd naar het noordoosten van de oude ddr (Uckermarck) omdat hem de eenzaamheid van het landschap daar beviel. Op een dag belde hij op om te vragen of Nelleke alles kon uitzoeken over die typische gevlochten heggen – hoe die geplant moesten worden, hij wilde ze ook.

Zulke heggen geven een architectuur aan het landschap. Hagen van veelal doornig hout als meidoorn – daarom grijzig bruingroen van kleur terwijl de velden sappig groen zijn. In Norfolk was eeuwenoude groei van het land niet verstoord door herverkaveling. Het heeft zijn kronkeling behouden. Daardoor kon het ook zijn dat er op een nabij landgoed nog een vergroeide eikenboom staat – zo oud dat hij een beschermd monument is. De eik is nog van een aanplant uit de late zestiende eeuw toen vanwege de Spaanse dreiging (de Armada) productie van hout voor de Engelse vloot urgent was. Schitterend en ontroerend staat die boom daar nu, zoals ook de donkergroene, hoge eiken rond All Saints in Bale. Die ruisen alsof ze tegen elkaar fluisteren.

Medium bruisend 20zich 20rekkende 20takken 20en 20huilende 20vallen 20de 20stenen

Dit zijn overwegingen overigens bij foto’s die ik zag van Frédérique van Rijn, uit een serie die zij maakte tijdens een verblijf in werkplaatsen van Lucebert in Bergen en in Spanje die nog intact zijn zoals ze waren. Het zijn omgevingen, soms in verbinding met fragmenten uit Luceberts schilderwerk. De doorkijk door grillig hoekige takken op een bodem van zanderig gras is een voorbeeld van hun aandachtige sentiment. Erbij staat een aantal woorden poëzie (gekozen door Remco Campert die zo ook naar die foto’s kijkt): bruisend zich rekkende de takken en huilende vallen de stenen. Alle foto’s laten zien wat ooit was. Altijd voedt hun sentiment onze herinnering. Ik dacht daarom dat te beantwoorden met sentiment van mij.

De bomen in Engeland stellen wat voor. Ze zijn eerbiedwaardig. Ik ben geen fotograaf, zei ik, maar daar in Norfolk heb ik toch een camera gekocht. Door foto’s ervan te maken kon ik boomstammen, vertakkingen, een bocht in een smalle weg langs een heg in een kader letterlijk vastleggen – om ze daardoor beter te kunnen zien. Intussen zijn mijn foto’s merendeels verdwenen. Als het in de Engelse herfst grijs was, geurde heel het land naar natte aarde. Dat vond ik genoeg. Ik kon ook door een leeg diaraampje kijken. Dan keek ik ook door een kader waarin het beeld zich kon vastzetten. Een andere foto van Frédérique laat een schraal herfstig landschap zien met spiegels van water in bruin gras onder een glashelder lichtblauwe lucht. Er gaan kleine rommelige monsters rond in deze beeldcollage. Op de horizon ontpoppen klodderige vlekken van verf zich als bergen. In het ijle blauw fladdert nog een gestalte. Van Lucebert nog een tekstfragment: peervormige kleuren en al de spelingen der natuur. Het is dus luchtig, dit werk. Dat is goed. Ineens dacht ik dat tussen de graspollen of anders onder het water Magritte zich had verstopt.


PS: Deze en nog andere fotowerken van Frédérique van Rijn zijn nog tot 14 januari te zien bij de Van Kranendonk Gallery aan het Westeinde in Den Haag

Beeld: (1) Frédérique van Rijn, peervormige kleuren en al de spelingen der natuur, Bergen 2016, 40x60, oplage 5; (2) Frédérique van Rijn, bruisend zich rekken de takken en huilende vallen de stenen, Bergen 2016. 60x90, oplage 5