Pennennijd

Lesley Chamberlain
De verborgen kunstenaar: Het schrijversleven van Sigmund Freud
Uit het Engels (The Secret Artist: A Close Reading of Sigmund Freud, 2000) vertaald door Frans van Zetten, Atlas, 400 blz., € 24,90

Als iemand ervan uitgaat dat verdringing totaal én totaal onbewust is, ja, dan is het je reinste zelfbedrog dat Freud van zichzelf dacht dat hij een wetenschapsman was en geen kunstenaar. Als zo iemand, de schrijver van dit boek, er zelf van uitgaat dat wetenschap tweede keus is (een neurotisch surrogaat zelfs) naast het hoogste van het hoogste, ja, dan is het heel doorzichtig als deze gemankeerde schrijver zo op de kunstenaar neerkijkt, bang als hij is voor het bandeloze aan kunst.

Chamberlain heeft daarvoor een nieuw complex ontdekt: de pennennijd (het meervoud maakt het in het Nederlands nog idioter). Zou de eerzuchtige aan zijn diepste wens hebben toegegeven, dan had hij niet de psychoanalyse bedacht en in plaats van een zelfanalyse en ziektegeschiedenissen (waarin hij op anderen eigen homo-erotische en incestueuze fantasieën botvierde) drie kloeke romans geschreven: Wenen 1900, Liefde en Kijk eens wat ik kan. De laatste titel dekt de contrabande van De droomduiding. Wat Freud ervan gemaakt heeft is niet niks, maar vooral géén kunst, hij kan niet tippen aan een Nabokov die hetzelfde deed: schrijven om lusten te camoufleren. Wat Freud vooral verdroot is dat hij niet zoals een echte schrijver met zijn pen de vrouwtjes kon raken.

Klinkt dit allemaal belachelijk? Dat is het ook, maar Lesley Chamberlain, auteur sinds 1982 van vele boeken waaronder een over eten in Rusland en een over Nietzsche in Turijn, brengt het allemaal hoogst serieus en studieus. In het Nederlands luidt de ondertitel Het schrijversleven van; het boek zegt dat het dat juist niet was. Maar het Engelse A Close Reading klopt helemaal niet. Het is inlezen, hineininterpretieren; als het niet zo flauw was zou ik zeggen: ze legt Freud op haar divan en offreert hem een sigaar uit eigen doos.

Het boek draait maar om één woord, ‘eigenlijk’, het dodelijke wapen van de betweter. Eigenlijk was Freud een schrijver, maar omdat hij het voor zichzelf niet wilde weten heeft hij als surrogaat een nieuwe wetenschap in elkaar geflanst. En waarom is Freud wel een vaardig stilist maar een mislukt schrijver? Omdat hij het nodig vond zijn vertellingen met interpretaties te doorspekken. Hij was dus geen schrijver naar Chamberlains maatstaf van de negentiende-eeuwse familieroman. Overigens ziet zij ook nog kans haar Freud tegen vijandige critici te verdedigen: een romanschrijver kun je immers niet betichten van onwetenschappelijkheid. Die zit. Je zal maar zo’n advocate op je dak krijgen.