‘Penoza’ nader bekeken

Walter van der Kooi ziet veel meer dan alleen dat waarover hij zijn kronieken schrijft. Vandaag: de állerlaatste aflevering van Penoza ooit.

Medium 02 medina schuurman monic hendricks
Penoza, seizoen vijf © Pief Weyman

Als Max Verstappen niet precies tegelijk met de allerlaatste aflevering van Penoza de Grand Prix van Mexico had gereden en als Ziggo die race niet eenmalig gratis had uitgezonden (anderhalf miljoen liefhebbers), dan hadden waarschijnlijk een miljoen kijkers Carmen van Walraven in het water aan haar eind zien komen. Nu waren het er 855.000, wat voor een aflevering van een Hollandse dramaserie prachtig is, maar de voorlaatste aflevering had er 985.000 getrokken en je zou toch denken dat de afsluiting daar boven uitstijgt. Of zou een tweede verklaring zijn dat een deel van de fans de kroniek van een aangekondigde dood niet wenste uit te lezen, de bittere kelk niet ad fundum wilde drinken? Want zeg nou zelf: de vraag was niet of maar hoe ze eraan zou gaan. En dat durf ik beweren, die in het begin van het derde seizoen al afgehaakt was. Volgens het AD hebben trouwe fans op sociale media bijna wanhopig gereageerd op het slot, waarbij onduidelijk blijft of dat was vanwege de dood van een dierbare of die van een dierbare serie. Nou ja, dat is verknoopt natuurlijk.

Maar die laatste van het vijfde (!) seizoen heb ik, uit plichtsbesef en nieuwsgierigheid, wel gezien. En dus ook dat Carmen dan wel dood mag zijn, maar dat ze zich geofferd heeft voor het veilig voortbestaan van haar familie – een welhaast christelijke daad, passend bij de identiteit van initiatiefnemer KRO. En voor de veiligheid van Luther natuurlijk, trouwe wapenknecht, deel van de familie geworden. Het nageslacht, twee zoons, dochter, kleindochter, wandelt, als de kruitdampen zijn opgetrokken, in berustende rouw en stille dankbaarheid, over het strand, terwijl oma en Luther aan de voet van het duin toekijken. ‘Niet meer nodig ze in de gaten te houden’, zegt Luther (de onbetaalbare maar soms moeilijk verstaanbare Raymond Thiry) tegen het verrukkelijk serpent (de even onbetaalbare Olga Zuiderhoek met onvergetelijk kapsel). Oftewel: ‘free at last’, een vorm van verlossing. Die snelle rouwverwerking (het graf van Carmen is ook nog eens leeg, de onderstroom heeft haar meegenomen naar zee) is een mirakel, maar groter mirakel is dat het hele gezelschap aan de Hollandse kust verblijft en niet in een ver oord zonder uitleveringsverdrag. Er zit en loopt immers voor heel wat jaren gevang op dat strand. Maar zelfs politie en justitie zijn kennelijk van ze gaan houden en doen evenzeer een oogje dicht als de kijkers.

De crux van veel boevenseries, en zeker Penoza, is dat de makers en wij ons gaan identificeren met mensen van vlees en bloed, met slechte, maar ook goede kanten, die knokken voor het geluk van hun dierbaren. En die daarbij niet alleen te maken krijgen met de vertegenwoordigers van het recht (die vaak niet al te kundig en/of sympathiek zijn), maar nog veel meer met andere criminelen die het Absolute Kwaad vertegenwoordigen. ‘Onze’ boeven hebben nog een moraal, een geweten, dilemma’s – dat kun je van psychopathische slechteriken niet zeggen. ‘Onze’ trouw is bij die anderen kadaverdiscipline, ons ‘onvermijdelijk’ geweld bij hen sadisme. Een van de redenen voor Penoza’s Götterdämmerung lijkt dan ook dat de criminaliteit steeds internationaler, steeds wreder en steeds pathologischer is geworden – daar kon ook Carmen uiteindelijk niet meer tegenop. (Een kern van waarheid lijkt erin te zitten, als je leest over Medellin-kartel of Amsterdamse mocro-oorlog.)

De toon van bovenstaande is iets te ironisch en doet te weinig recht aan de verdiensten van Penoza en aan mijn aanvankelijke waardering. Buiten kijf staat dat cast en crew voor 95 procent top waren, het basisgegeven (weduwe van crimineel, moeder van drie, glijdt, noodgedwongen, langzaam zelf de criminaliteit in en blijkt een groot talent) ijzersterk en garantie voor veel organischer verwevenheid van privé-besognes (kinderzorg, nieuwe liefdes) en het criminele ‘werk’ dan bij al die machoboeven in film en serie; de verhaallijnen waren vaak ingenieus (soms té), de dialogen vaak knap. En Monic Hendrickx was en bleef even ijzersterk als in De Poolse bruid, haar doorbraakfilm. Het aantal nominaties voor prijzen op het gebied van complete serie, scenario, acteurs in hoofd- en bijrollen was groot. En in de recent gepubliceerde Volkskrant-lijst ‘beste Hollandse series aller tijden’ staat Penoza derde!

Waarom dan afgehaakt? Vanwege het internationale euvel dat veel succesvolle series te lang doorgaan. De investeringen zijn gedaan, de machine loopt geolied en de revenuen (kijkcijfers, waardering, geld) lopen binnen. Succes is verslavend. Betrokkenen werkten prettig samen – dat zal ook een factor zijn. Maar soms is de koek inhoudelijk en artistiek eigenlijk op en wordt voortzetting geforceerd, wat zich (ook hier) uitbetaalt in steeds onwaarschijnlijker ontwikkelingen. Ik dacht het bij Penoza na ruim twee seizoenen eigenlijk wel te weten. Als ik nog verrast werd, was dat op een geforceerde manier en daarvoor interesseerden de materie, en uiteindelijk ook de personages, me eigenlijk te weinig. We worden sowieso doodgegooid met moord en doodslag in speelfilm en televisieserie.

Kom, laat ik me onsterfelijk belachelijk maken: ik kan ook niet zo goed tegen de cumulatie van geweld in drama. Een kijkje achter de schermen van de Nipkow-jury: daar had je lang de school-Beerekamp en de school-Van der Kooi (de laatste bestond uit één persoon). Als een serie met relatief of absoluut veel geweld en/of andere wreedheid ter sprake kwam, noemde Van der Kooi dat als minpuntje. Hans Beerekamp grijnsde en zei steevast: ‘Dat heet gewoon genre, Walter.’ Dat mag zo wezen, maar neem Penoza: al vroeg in de reeks wordt een man op een visafslag met een vorkheftruck doodgedrukt. Niet in één klap (gimmick in het genre), maar langzaam, treiterig (sadistische gimmick in het genre). Why? Als aanklacht tegen menselijke slechtheid? Of toch ook omdat het kennelijk ‘lekker’ is? Dat we die doodgedrukte figurant niet kenden (noch als acteur, noch als dramatisch personage) maakte het makkelijker. Maar maakt dat het niet tegelijk nog dubieuzer: het doden van de vreemdeling is niet zo een probleem? Ooit was er veel en fel debat over ‘sex in cinema’: van puriteinen mocht het nooit, van de verantwoorde burger mocht het ‘mits functioneel’, van de libertijnen kon het niet genoeg zijn. Geweld is nog veel meer geëmancipeerd geraakt in drama dan seks, maar ik heb het gevoel dat de ‘libertijnen’ op dat gebied meer aan hun trekken komen dan de verantwoorde burger. Of bestaat de school-Van der Kooi ook buiten die jury uit één persoon? In het debat over ‘kinderen en tv-geweld’, waar je trouwens weinig meer van hoort, was ik moralist, maar geloven in de injectienaald-theorie (stop geweld in je tv-programma en het komt er bij de kijkertjes prompt uit) deed ik niet. Bij beschadigde kinderen (en volwassenen) kan het zo werken, maar daar kun je moeilijk je programmering voor miljoenen op aanpassen. En toch wringt het, dat seriemoorden.

Natuurlijk gaat dit maar een klein beetje over Penoza. En natuurlijk wist ik, toen ik ging kijken, dat er in de apotheose fiks wat doden zouden vallen, onder wie de heldin. Gek genoeg vond ik dat makkelijker aan te zien dan een zoon die zijn vader tijdens een omhelzing in de maag schoot (de gevolgen dan ook plastisch verbeeld, vergeleken met de esthetiek van een door het water zwevende Carmen). En dan de manier waarop diezelfde zoon (jawel, een psychopaat) een auto kaapt om te kunnen vluchten voor Carmens clan, en achteloos even de al uitgestapte bestuurster executeert – het resultaat net buiten beeld, maar toch. Ach, dit is een achterhoedegevecht. En zaterdag (BNN/VARA + NTR, NPO 2, 20.25 uur) start de tweede reeks van Hollands Hoop. Alweer over iemand die door omstandigheden de criminaliteit in glijdt, waarbij de geweldsspiraal onvermijdelijk wordt. En waarbij dat van de hoofdpersonen (ons soort mensen) minder weerzin opwekt dan van de keiharde Ander. Reken maar dat ik zal kijken, want ook dit is in het genre een topper, en voorlopig haak ik niet af. Het scenario van de eerste reeks (Franky Ribbens) is een van de drie genomineerden voor de Kees Holierhoek Scenarioprijs die vrijdag wordt uitgereikt (De andere genomineerden zijn Robert Alberdingk Thijm voor A’dam – E.V.A. en Jaap van Heusden en Rogier de Bok voor De nieuwe wereld). Regisseur Dana Nechushtan is top, net als de cast. En, wat het geweld betreft: in Hollands Hoop zit meer lucht door humor. Zoals die ook zit in de adembenemend goede serie Fargo van de gebroeders Coen en Noah Hawley. Maar wacht eens even: Tarantino en Coen mogen dus wel omdat je om en met de gruwelen kunt lachen? Maakt dat het niet alleen maar erger? Eehh. Ik weet het even niet. Maar iets anders: wist u dat na de aftiteling van de laatste Penoza het oog van Carmen nog even open gaat? Wat is dat anders dan een kiertje naar reeks zes? Te zijner tijd.