Economie

Pensioenen

Daar zaten ze dan. Mijn generatie­genoten bij Buitenhof. Drie in getal en op een missie om het pensioenstelsel te redden. Want de pensioenpotten worden geplunderd door onze ouders. Jawel, die verdraaide babyboomers zorgen ervoor dat ik straks lurkend aan een blik Schultenbrau en etend uit een blik Euroshopper-bonen mijn oude dag door moet komen. Ten strijde!

De pensioenpotfetisj van deze jongeren staat me tegen. Sywert, Ilja en andere zelfbenoemde belangen­behartigers van mijn generatie voeren de verkeerde oorlog. Ze besteden al hun tijd aan het financiële probleem en laten het fysieke probleem – zijn er straks genoeg verzorgingstehuizen, is er opgeleid personeel en een medische infrastructuur om de vergrijzing op te vangen? – links liggen. Volle pensioen­potten zijn geen enkele garantie dat onze generatie in de toekomst een hogere levensstandaard zal genieten. We sparen geen fysieke bergen senio­renluiers en kunstheupen op, maar financiële claims op toekomstige productie. Als die productie er niet is, zijn ook de claims waardeloos. Geven wij straks onze pensioenbesparingen uit aan verzorgingstehuizen, waarvan er onvoldoende zijn gebouwd, en zorg, waarvan er te weinig beschikbaar is, dan drijven we enkel de prijzen op. Nederlanders kunnen nog zo veel sparen, maar de levensstandaard gaat er niet op vooruit als de productiecapaciteit om te voorzien in de behoeften van ouderen niet aanwezig is.

Omgekeerd geldt hetzelfde. Lege pensioenpotten impliceren niet dat we er in de toekomst op achteruit gaan. Fondsvorming is slechts één van de manieren waarop de oudedagsvoorziening kan worden gefinancierd. We hoeven maar bij onze oosterburen te kijken om te zien hoe het anders kan. Duitsland spaart geen geld op, maar laat de overheid uitkeringen doen aan gepensioneerden en belast daarvoor de werkende generatie. Een soort – veel grotere – AOW dus. Terwijl Duitsland slechts pensioenpotten ter waarde van zes procent van het bruto binnenlands product heeft (Nederland: 138 procent) kan het prima voorzien in de behoeften van zijn ouderen. Het Duitse systeem kent veel voordelen ten opzichte van het Nederlandse. De levensstandaard van ouderen hangt niet af van de grillen van de financiële markten; de distributie tussen generaties is expliciet onderdeel van politieke besluitvorming; zelfstandigen worden niet uitgesloten en pensioenfondsen versterken de conjunctuur niet door op ongewenste momenten premies te verhogen en/of pensioenen te korten.

Maar misschien wel het belangrijkst is dat een pensioenfondsstelsel een extreem kostbare aangelegenheid is. Uit onderzoek van pensioenconsultant Lane, Clark en Peacock blijkt dat pensioenfondsen op de 25 miljard euro aan pensioenuitkeringen maar liefst vijf tot zes miljard euro aan uitvoerings- en vermogensbeheerkosten maakten. Ter vergelijking: de Nederlandse sociale verzekeringsbank wist voor 112 miljoen euro aan uitvoeringskosten maar liefst 31,4 miljard euro aan AOW uit te keren.

Toegegeven, zo’n vergelijking is oneerlijk. Pen­sioenfondsen hebben honderden miljarden onder beheer en dat kost nu eenmaal geld. Maar dat is precies het punt. Waarom moet de pensioenvoorziening eigenlijk gepaard gaan met een leger aan duur­betaalde advocaten, consultants, actuarissen en vermogensbeheerders? Tenzij men, zoals de huidige generatie spaarpotdemonstranten, een speciale voorliefde heeft voor besparingen moet een pensioen­systeem gewoon zo efficiënt mogelijk een basispensioen verschaffen. Als dat kan zonder een financieel waterhoofd te creëren door honderden miljarden euro’s op zoek te laten gaan naar rendement, graag!

En daar zit meteen een probleem met de plannen van de _Buitenhof-_coalitie, die vrije keuze van pensioenuitvoerder willen toestaan. Ze geven de financiële sector een vrijbrief om hun trechter nog dieper in de pensioenpotten te stouwen. Dat proberen ze te vermijden door regulering, maar de ervaring leert dat er bij zo’n groot kennisverschil tussen deelnemers en uitvoerders misbruik wordt gemaakt van elke mogelijkheid om kosten in rekening te brengen. Het grootste defect van het plan is echter dat het het pensioen er niet zekerder op maakt. Er zal nog steeds gekort worden, maar de verdeling van de verliezen verloopt anders. De consensus, niet alleen bij de Sywerts van deze wereld, maar eigenlijk bij iedereen in pensioenland, is dat er hoe dan ook gekort moet worden. Niet omdat er te weinig verzorgingstehuizen zijn, niet omdat er te weinig personeel is, maar omdat we geloven dat zonder kortingen latere generaties een lagere levensstandaard zullen genieten. Weinigen willen geloven dat economisch lijden nergens voor dient en zo is het ook met pensioenen.

Kostbare verspilling van onze economische mogelijkheden, want als we even kunnen afstappen van de potjesfetisj zijn er prima alternatieve financieringswijzen te verzinnen. Het echte probleem voor de toekomst is niet de pensioenfinanciering, maar onze fysieke infrastructuur. Daar hoor ik mijn generatie verdacht weinig over.