Economie

Pensioengat

Havenarbeiders zijn ook niet meer wat ze geweest zijn. Vroeger zou het bij niemand opgekomen zijn om de stoere kraandrijvers, stuwadoors en classificeerders te bedonderen.

Dat was vroeger. Door de mechanisatie van het werk en de strenge Arbo-eisen zijn de spierbundels van weleer veranderd in brave burgermannen die zich als makke schapen naar de slachtbank laten leiden. Zo kon het gebeuren dat vier bestuursleden van de stichting Optas het pensioenfonds van de havenarbeiders doorverkochten aan Aegon, en de 1,3 miljard euro die deze deal opbracht besloten uit te geven aan… kunst! Het geld gaat niet naar de gepensioneerde havenarbeiders, die het ooit gulden voor gulden bij elkaar spaarden, maar naar ‘Kabouter Buttplug’ of zo’n ander vernieuwend Rotterdams kunstproject.

Mag dat zomaar? Misschien wel. Eind jaren negentig hebben de werkgevers en werknemers die het toenmalige pensioenbestuur vormden, besloten het pensioenfonds bij de stichting Optas onder te brengen. Dat deden zij om te voorkomen dat er bij reorganisaties in de haven geld aan het fonds onttrokken zou worden.

De stichting riep vervolgens de onafhankelijkheid uit, veranderde haar statuten en besloot dat niet de havenarbeider maar de kunst- en cultuursector zou moeten profiteren van het opgebouwde vermogen. De Rotterdamse rechter buigt zich op dit moment over de vraag of dat allemaal rechtmatig is gebeurd. De juridische fijnslijperij waarmee dat gepaard gaat, gaat de intelligentie van een simpele econoom te boven. Maar zelfs die kan inzien dat de morele kant van de zaak zo klaar als een klontje is: spaargeld van havenarbeiders moet niet tegen hun zin in kunstprojecten worden gestoken.

Vooral omdat de pensioenen van voormalige havenarbeiders al jarenlang niet of onvolledig worden gecorrigeerd voor inflatie. Hun koopkracht gaat dus achteruit. Dat maakt de vrijgevigheid van het stichtingsbestuur extra wrang. Intussen is de politiek op de zaak gedoken. De opbrengst van de verkoop van het pensioenfonds moet worden gebruikt om de pensioenen van de havenarbeiders waardevast te maken, vinden veel parlementariërs.

Dat is natuurlijk erg sympathiek van ze. Maar als de politiek zich echt zorgen maakt over de koopkracht van gepensioneerden mag het onderwerp nog wel wat prominenter op de agenda. Niet alleen havenarbeiders, maar bijna alle Nederlandse gepensioneerden zullen de komende decennia te maken krijgen met onvolledige indexatie. Er is geen expert die gelooft dat de pensioenuitkeringen in de toekomst de inflatie zullen bijhouden. Daarvoor zit er simpelweg onvoldoende geld in de pensioenkassen.

Ja, ook dat kan zomaar. Aanpassing van pensioenen aan inflatie – indexatie in pensioenjargon – is in Nederland nu eenmaal geen recht van de gepensioneerde, maar een gunst van het pensioenfonds. Alleen als de vermogenspositie van het pensioenfonds het toestaat, worden uitkeringen aangepast aan de kosten van het levensonderhoud. En bij de huidige vermogens, premies en beleggingsresultaten zit volledige indexering er voor de meeste Nederlanders gewoonweg niet in.

Het gaat hier niet om een detail. Zonder indexatie en bij een inflatie van 2,5 procent per jaar daalt de koopkracht van het pensioen in twintig jaar tijd met meer dan veertig procent. Wie op z’n 65ste van start gaat met een pensioen van 2000 euro per maand, moet het op z’n 85ste doen met een koopkracht van omgerekend 1200 euro. Wel of geen inflatieaanpassing is dus van cruciaal belang voor de kwaliteit van leven op hoge leeftijd.

Toch nemen werkende Nederlanders genoegen met de vage belofte van hun pensioenfonds dat het zal proberen de inflatie te compenseren. Ook De Nederlandsche Bank, de toezichthouder, gaat akkoord met deze onafdwingbare toezegging. Zodra het een beetje tegenzit, mogen de pensioenfondsen de inflatiekosten afwentelen op de leden. Het gevolg is dat het risico van inflatie in Nederland bij de individuele werknemers en gepensioneerden blijft liggen. Ook al wil je het, het is niet mogelijk je te verzekeren tegen koopkrachtverlies op latere leeftijd. Een bizarre situatie, want het principe van een pensioenverzekering is toch juist dat de financiële risico’s voor dat deel van het leven afgekocht worden.

Vluchten kan niet, want werknemers zijn wettelijk verplicht om bij het eigen ondernemings- of bedrijfstakpensioenfonds te sparen. Naar een andere vermogensbeheerder overstappen, die misschien wel koopkrachtbeloftes doet, is verboden. Uiteindelijk zijn we allemaal havenarbeiders.