Economie

Pensioenmoeras

Het gros der Nederlanders heeft geen flauw benul van zijn of haar toekomstig pensioen. Dat is al jaren zo. Misschien was het vertrouwen in de pensioenfondsen zo groot dat velen hun oude dag niet aan een nadere inspectie onderwierpen. Nadenken over pensioen doet ook een appèl op het besef van sterfelijkheid. Dat doet neigen tot uitstel. Feit is dat pensioenfondsen op hun beurt de klant in het verleden stelselmatig hebben verwaarloosd met summiere en vaak onbegrijpelijke informatie.

Veel keuze hebben werknemers bovendien niet: de meesten zijn - overigens op goede gronden - verplicht deel te nemen aan het pensioenfonds van dienst. Dat verplicht fondsen op hun beurt het toegezegde pensioen na te komen, zo zullen velen gedacht hebben. Dat dit geen spijkerharde garantie van een welvaartsvast pensioen ter waarde van zeventig procent van het loon oplevert, al was het maar vanwege gevarieerde carrières met talrijke pensioenbreuken tot gevolg, mocht tot voor kort niet deren. Dat is welbeschouwd vreemd, want uit onderzoek blijkt keer op keer dat mensen inzake pensioen vooral zekerheid wensen.

Dat gaat niet gebeuren. De recente pensioenopstand in de FNV is de laatste episode in een gevecht dat veroorzaakt wordt door grote dekkingsproblemen bij de meeste pensioenfondsen. Het ‘mooiste pensioensysteem van de wereld’ wordt geteisterd door financiële tegenvallers: mensen leven langer dan gedacht, het rendement op de belegde pensioenvermogens is historisch laag, de vergrijzing heeft haar intrede gedaan, de kredietcrisis deed ook nog een duit in het zakje en het bestuur van veel fondsen is ruimschoots voor verbetering vatbaar, zo blijkt uit de recente rapporten van Frijns en Goudswaard. Het leidt ertoe dat pensioenfondsen ternauwernood voldoende geld in kas hebben om de toegezegde pensioenen te financieren.

De ruimte voor de fondsen om orde op zaken te stellen is echter minimaal. Versobering van pensioenaanspraken is een no go-area voor veel werknemers, het toegezegde pensioen zou immers in beton gegoten zijn. Het (gedeeltelijk) achterwege laten van indexatie van pensioenen (aanpassing aan inflatie en loonstijging) is wel een optie, maar dan hooguit voor twee of drie jaar zoals nu gebeurt. Langdurig uitblijven van indexatie zou de facto neerkomen op een zeer substantiële uitholling van het pensioen. Meer inkomsten via hogere pensioenpremies zijn evenmin aantrekkelijk. Nu al bedraagt de premie zo'n twintig procent van de loonsom. Hogere premies zijn strijdig met het belang van loonmatiging met het oog op de werkgelegenheid en zijn niet prettig voor de koopkracht. Bovendien legt premiestijging de rekening van het pensioentekort alleen bij de jongeren en zet dit instrument in tijden van vergrijzing weinig zoden aan de dijk. Veel fondsen zijn relatief 'rijp’: de loonsom waarover de pensioenpremie wordt geheven is soms slechts een vijfde van de totale pensioenaanspraak in een sector. Dan moet de premie fors omhoog om een bescheiden verbetering van de dekking te realiseren.

Derde variabele is de beleggingsstrategie. Hoe beter de rendementen, hoe makkelijker de vereiste dekking wordt bereikt. De kredietcrisis heeft de waarde van veel beleggingen - deels tijdelijk - stevig aangetast. Een groter probleem vormt de langetermijnrente waartegen toekomstige pensioenverplichtingen worden verrekend. Die is al een paar jaar heel laag, omdat centrale banken wereldwijd de geldkraan fors hebben opengezet om de banken en de economie draaiende te houden. Pensioenwaakhond De Nederlandsche Bank gaat uit van voortzetting van de huidige lage lange rente (2,5 tot 3 procent). Dat fondsen in de toekomst mogelijk een hoger rendement boeken, is niet relevant. Bij aanname van een rendement van 2,5 procent zakken veel fondsen op papier door hun hoeven en is actie verplicht.

De hamvraag is wie opdraait voor al deze risico’s. Het pensioenakkoord dat nu op de tafel van de sociale partners ligt, legt de rekening vooral neer bij de werknemers. Exit onvoorwaardelijke garantie op een welvaartsvast pensioen. Als we langer leven, zullen we langer moeten werken. Zit het tegen op de beurs, dan merken we dat op onze oude dag. Hoewel de werkgevers wel erg makkelijk wegkomen uit het pensioenmoeras en De Nederlandsche Bank wel extreem sombere verwachtingen koestert over de beleggingsrendementen in de komende decennia, zit er uiteindelijk niet veel anders op. In grijze en geglobaliseerde tijden is vasthouden aan een volwaardig goudgarant pensioen op 65 een onhaalbare optie geworden. U heeft straks de zekerheid van een lager pensioen, zo rond uw 67ste. En misschien zit het toch nog mee. Dat is beter dan andersom, zoals nu. Laat de volgende opstand in de FNV gaan over de beroerde mogelijkheden voor ouderen op de arbeidsmarkt om werkzaam en gezond hun hogere pensioengerechtigde leeftijd te halen.

Als columnist ga ik alvast met pensioen. Mijn nieuwe functie als lid van de Algemene Rekenkamer gaat niet samen met schrijven voor dit edele blad. Ik wens u een gezonde oude dag toe. Check daarom uw pensioenaanspraak op www.mijnpensioenoverzicht.nl.