De dam tegen de vergrijzing staat op doorbreken

«Pensioenpoldermodel» onder druk

Jarenlang leek het erop dat Nederland als een van de weinige westerse landen met de pensioenfondsen een financiële dam tegen de vergrijzing had opgeworpen. Maar nu de beurzen dalen, begint de wederzijdse afhankelijkheid van pensioensector en kapitaalmarkt dreigende vormen aan te nemen.

Het leek allemaal zo mooi op de overhead-plaatjes die de ING-delegatie twee jaar geleden tijdens een hoorzitting in de Praagse senaat projecteerde. Het eerste plaatje toonde een bom met brandende lont als symbool van de oprukkende vergrijzing. Door de naoorlogse babyboom maakt weldra dertig procent van de Tsjechische bevolking aanspraak op zijn pensioen. Tsjechië heeft echter geen spaarpot aangelegd. Het heeft, zoals de meeste Europese landen, een omslagstelsel waarbij de pensioenen worden betaald uit de lopende begroting van overheid en bedrijven. Een constructie die in wezen overeenkomt met het Nederlandse basis pensioen, de AOW, die van jaar tot jaar wordt betaald door de werkenden. Omdat geen rekening is gehouden met de vergrijzing kunnen die landen (waaronder ook grote EU-lidstaten als Frankrijk en Italië) de komende decennia enorme begrotings tekorten oplopen.

Het volgende plaatje was een grafiek van het Nederlandse pensioenstelsel, het zogenoemde kapitaaldekkingsstelsel dat behalve in ons land ook wordt gehanteerd in Groot-Brittannië en Ierland. In dat stelsel betalen werkgevers en werknemers gezamenlijk premies die door een particulier fonds van het eigen bedrijf (bedrijfspensioenfonds) of de eigen sector (sectoraal pensioenfonds) worden opgespaard en belegd. De grafiek liet zien welke astronomische rendementen de Nederlandse fondsen de laatste decennia hebben behaald op aandelen, obligaties en onroerendgoedbeleggingen.

De boodschap was duidelijk. Voordat het te laat was, moesten de Tsjechen net als de Nederlanders hun geld stoppen in particuliere pensioenfondsen die het ruimhartig investeerden. En vanzelfsprekend wilden ING, ABN Amro en andere ervaren Nederlandse bankverzekeraars daarbij graag behulpzaam zijn. Inmiddels heeft een half miljoen Tsjechen een pensioen of levens verzekering gesloten via ING, zegt bestuurslid Jan Nijssen, verantwoordelijk voor Midden- en Oost-Europa, via de gsm vanuit een auto ergens in een buitenwijk van Boekarest. «In Polen zijn dat er zelfs bijna twee miljoen, daar ben ik apetrots op.»

Nijssen benadrukt dat de fondsen veel meer voordelen brengen dan alleen een goede oudedagvoorziening. «Net als in Nederland of Groot-Brittannië zijn ze van structureel belang voor de economie. Omdat ze hun geld beleggen, zijn de fondsen een voortdurende stimulans voor de groeiende lokale kapitaalmarkt. Zo bevorderen ze de economische en sociale stabiliteit van het land. Ze helpen bovendien de voorwaarden te scheppen waardoor Hongarije, Polen, Tsjechië en Slowakije straks lid kunnen worden van de Europese Unie. En nu u het zegt: voor ons als bankiers vormen die fondsen een interessante kapitaalmarkt, dat zal ik niet ontkennen. Beleggen is tenslotte onze core business. Het is dat u mij door de telefoon niet kunt zien, maar ik zit hier te lachen van oor tot oor.»

Destijds hadden Nijssen cum suis de wind nog mee. Jaren achtereen is het Nederlandse pensioensysteem aan andere Europese landen ten voorbeeld gehouden, niet in de laatste plaats dankzij een zeer effectieve lobby van Nederlandse verzekeraars, banken, bedrijfspensioenfondsen en multinationals. Uit Europese onderzoeken kwam het Nederlandse stelsel steevast als «best practice» naar voren. Het werd geprezen in de periodieke vergrijzingsstudies van IMF, Oeso en andere multilaterale organen omdat Nederland, als een van de weinige westerse landen, een financiële dam tegen de vergrijzing had opgeworpen.

En niet alleen buiten de Europese Unie verrichtten de Nederlandse pensioenverzekeraars hun zegenrijke missie. Ook in Brussel ijverden ze met succes voor hun eigen expansie, door het Nederlandse «pensioenpoldermodel» (Nijssen) maar liefst in heel Europa te introduceren. In opdracht van Frits Bolkestein, Europees Commissaris voor de interne markt en een groot voorstander van een vrije Europese kapitaalmarkt, werden lovende rapporten geschreven door commissies waarin de Nederlandse en Britse pensioenfondssector (onder meer in de persoon van de Nederlandse toplobbyist Martin van ’t Zet) ruim vertegenwoordigd waren. Ook multinationals deden hun duit in het zakje omdat ze er enorme besparingen van verwachtten. Een bedrijf als BP kan naar verluidt veertig miljard euro besparen als het voortaan toe kan met één Europees pen sioenfonds voor al zijn werknemers, in plaats van aparte fondsen in elk van de vijftien lidstaten.

Het mocht niet baten dat sommige EU-landen stevig weerstand boden. De zuidelij ke landen inclusief Frankrijk waren mordicus tegen de gedachte hun pensioengelden in handen van kapitalisten te geven. Duitsland en België wilden hun behoudende pensioenregels niet inruilen voor de veel ruimere gedragsregels van de Nederlandse en Britse fondsen. Daarentegen watertandden de pensioenbeheerders in Duitsland, Frankrijk en andere Europese landen bij de gedachte dat ze hun fondsen met evenveel rendement zouden kunnen beleggen als de Nederlandse collega’s.

Banken en particuliere beleggers watertandden op hun beurt bij de gedachte aan de enorme bedragen die zouden vrijkomen als de Duitse, Italiaanse en Franse pensioen beheerders met hun fondsen de markt op gingen. De voornaamste reden waarom de andere landen «om gingen», is echter dat zij zelf in hun begrotingen onvoldoende rekening hebben gehouden met de vergrijzing. In het zicht van de onvermijdelijke, gigantische begrotingstekorten in de naaste toekomst kozen ze voor het minste kwaad, namelijk het particuliere bedrijfspensioenfonds naar Nederlands model.

Het resultaat van de lobby overtrof uiteindelijk de stoutste verwachtingen van de Nederlandse pensioenboeren. Afgelopen zomer aanvaardden de Europese Commissie en de EU-ministers van Financiën een nieuwe Europese pensioenrichtlijn die het pen sioenfondsen toelaat in het hele EU-gebied hun diensten en producten aan te bieden. De bestaande pensioenfondsen behouden bovendien hun beleggingsvrijheid, zodat ze naar Nederlands voorbeeld vrijwel onbelemmerd op de kapitaalmarkt kunnen opereren. «Pensioenfondsen kunnen heel Europa in», kopte Het Financieele Dagblad. Martin van ’t Zet schreef een juichend stuk op de website van de Nederlandse Vereniging van Bedrijfs takpensioenfondsen. Bolkestein zelf noemde zijn richtlijn de aangewezen oplossing voor de Europese vergrijzingsproblematiek, terwijl hij tevens de weg vrijmaakt voor een Europese pensioenmarkt van biljoenen euro’s waarop de Europese banken, beleggers en financiers al jarenlang azen.

En toen begonnen de beurskoersen te dalen, zozeer dat de AEX de afgelopen weken herhaaldelijk onder de psychologische grens van driehonderd punten zakte. De grote institutionele beleggers, waaronder de meeste Nederlandse pensioenfondsen, verloren in korte tijd miljarden euro’s. De opgewekte Praagse grafiek van Nijssen en de zijnen is volledig achterhaald en de aanhoudende koersval dreigt zelfs een onoverbrugbaar gat te slaan in de Nederlandse en Britse pensioenstelsels, tot grote verontrusting van miljoenen pensioengerechtigden.

De bodem is volgens sommigen nog niet in zicht. In gezaghebbende bladen en econo miekaternen wordt zelfs al gespeculeerd over het «bankroet» van het Nederlandse pen sioenstelsel. «Het pensioenpoldermodel gaat niet failliet, dit is maar een tijdelijke inzinking», bezweert Nijssen. «Een tegenvaller waar het systeem niet onder lijdt», zegt ook europarlementariër Ieke van den Burg, die namens de socialistische fractie meewerkte aan de nieuwe Europese pen sioenrichtlijn. En volgens ingewijden wordt er op Frits Bolkesteins kabinet zelfs niet gerept van de Nederlandse pensioencrisis. Maar is de inzinking wel zo tijdelijk als de belanghebbenden zeggen?

Van de duizend Nederlandse fondsen verkeren er momenteel driehonderd in ernstige moeilijkheden omdat ze de laatste jaren te veel in aandelen hebben belegd, hun premies verlaagd of opgeschort dan wel premiegelden hebben teruggesluisd in de kas van hun moederbedrijf. Hun dekkingsgraad is gezakt onder de honderd procent, wat wil zeggen dat ze de lopende pensioenen niet meer kunnen uitbetalen uit hun huidige vermogen.

De Britse fondsen, die bij elkaar 352 miljard pond beheren, verloren vorig jaar al bijna tien procent van hun vermogen en zijn dit jaar voor een deel eveneens onder de dekkingsgraad van honderd procent gezakt.

Daar komt bij dat de Nederlandse en Britse pensioensectoren zodanig met de kapitaalmarkt zijn vergroeid dat ze elkaar wederzijds beïnvloeden. De fondsen hebben in eigen land en daarbuiten substantiële, om niet te zeggen gigantische investeringen uitstaan. Een goed voorbeeld is de Nederlandse pensioengigant pggm, die begin dit jaar honderd miljoen euro stak in een nieuw Europees beleggingsfonds, het European Focus Fund, waarin ook zes Britse fondsen deelnemen. Het fonds, dat belegt in Duitsland, Frankrijk en Italië, zou in enkele jaren moeten doorgroeien naar een vermogen van een miljard euro.

Bovendien zijn de Nederlandse fondsen de afgelopen twee jaar ondanks de dalende beurskoersen alleen maar méér aandelen gaan kopen, bij elkaar voor vijftig miljard euro. Als de fondsen zich vandaag of morgen gedwongen zien massaal aandelen te verkopen, al dan niet in het geheim, drukken ze de koersen nog verder omlaag. Sommige waarnemers zien daarin zelfs de voornaamste reden voor de dramatische AEX-daling van de laatste tijd. In het licht van de huidige pensioencrisis kun je je afvragen of die wederzijdse afhankelijkheid van pensioensector en kapitaalmarkt geen structurele zwakte is van het pensioen poldermodel.

«Nu de beurskoersen dalen en de pen sioenfondsen verlies maken, komt eindelijk het grote gebrek van ons pensioenstelsel aan het licht: dat is het gebrek aan democratische controle. In wezen bestuurt de Nederlandse pensioensector zichzelf. In het toezichthoudend orgaan, de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK), maken werkgevers en werknemers samen de dienst uit. Ze hebben de winsten van de afgelopen decennia naar eigen inzicht besteed, deels door ze in aandelen te beleggen, deels door ze terug te storten in de kas van de moederbedrijven. Ze hebben zich zo laten verleiden door kortetermijndenken, flitswinsten en nieuwe financiële instrumenten zoals opties, futures en hedge funds dat ze nu geen financiële buffer hebben om de klappen op te vangen», zegt Ewald Engelen, filosoof aan de Universiteit van Amsterdam.

Sinds de publicatie van zijn opzienbarende boek De mythe van de markt (1995), waarin hij het marktbegrip van de neoklassieke economie onderuithaalde, houdt Engelen zich bezig met de vergelijkende studie van pen sioenstelsels in de wereld, en met name de handel en wandel van de Nederlandse pen sioenfondsen die samen met de Amerikaanse en Britse tot de grootste beleggers in de wereld behoren. «Het Nederlandse stelsel gold lange tijd als het beste van Europa, maar nu blijkt het juist gevoeliger voor fluctuaties dan andere stelsels. Het korte termijndenken van de pensioenbeheerders is strijdig met de langetermijnbehoefte van de pensioengerechtigde, namelijk zekerheid. Fondsbeheerders zijn ook blindelings uitgegaan van de stelling dat beleggen in aandelen voordeliger is dan beleggen in obligaties — de zogenaamde equity premium die jarenlang als dogma gold, maar in de economische theorie allang niet meer onomstreden is.

En het laatste waar je na een welbesteed arbeidsleven op zit te wachten, is dat een of andere yup onverantwoorde risico’s neemt met jouw pensioengeld. Het grote probleem is echter dat de kapitaalmarkten niet meer zonder kunnen. De Amerikaanse management-goeroe Peter Drucker voorspelde al in de jaren vijftig dat pensioenfondsen en levensverzekeraars de voornaamste dragers zouden worden van de wereldwijde kapitaalmarkten. In Nederland zou je eerder moeten spreken van een vorm van corporatisme, omdat werkgevers en werknemers zonder veel bemoeienis van de overheid het pen sioengeld naar eigen inzicht beheren.»

Pensioengerechtigden vinden al langer dat de PVK onvoldoende functioneert. In 1999, toen de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid met vooruitziende blik waarschuwde dat de pensioenfondsen hun geld onverantwoord belegden, eiste de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP) meer inzage en vooral ook medezeggenschap, liefst in een institutionele vorm. «Het ware schandaal is dat je als premiebetaler of pensioengerechtigde niets te zeggen hebt over je eigen pensioengeld», zegt Pieter de Wind, bestuursadviseur van de NBP. «Jarenlang heeft de Pensioen- en Verzekeringskamer de sociale partners naar de mond gepraat en het erbij laten zitten. In de PVK zit geen enkele belangenvertegenwoordiger van de pensioengerechtigden. Werkgevers en werknemers maken er de dienst uit. Zonder ruggenspraak met ons hebben ze de astronomische winsten van de laatste jaren opnieuw in aandelen belegd of teruggeploegd in de moederbedrijven door middel van ‹premievakanties›. Nu de meeste fondsen er plotseling beroerd voor staan, voert de PVK geheim overleg en verstuurt brandbrieven alsof er nog iets te redden valt. Maar er valt niets meer te redden. Voor die driehonderd fondsen die onder de dekkingsgraad van honderd procent zijn gezakt is het eigenlijk al te laat.»

De premies zullen omhoog moeten, denkt De Wind in navolging van de meeste pensioenexperts. In veel gevallen zelfs drastisch omhoog. En dan nog is het gat niet binnen afzienbare tijd te dichten. «Het klinkt afgezaagd, maar er moet onmiddellijk een task force van alle belanghebbenden worden samengesteld die drastische maatregelen neemt. Op de korte termijn kun je denken aan een garantiefonds voor slechtlopende pensioenfondsen, in combinatie met forse premieverhogingen. De premies zullen vooral moeten stijgen bij de oudere fondsen die de laatste vijf decennia grote bestanden van pensioengerechtigden hebben opgebouwd. Op de langere termijn zal het hele stelsel op de schop moeten. Er vallen veel te grote gaten. Het aanvullend pensioen van veel mensen is gemiddeld niet meer dan zes- tot achtduizend euro per jaar. Dat leert een eenvoudige rekensom, namelijk het aantal gepensioneerden (bijna twee miljoen — ab) gedeeld door de totale pensioenuitkeringen (bijna twaalf miljard euro — ab).»

Volgens zwartkijkers staat heel Europa hoe dan ook een pensioencrisis te wachten, ongeacht de ontwikkelingen op de pensioenmarkt in de komende jaren. «Het hele continent gaat een pensioencatastrofe tegemoet. Je kunt tamelijk eenvoudig uitrekenen wanneer die toeslaat, namelijk rond 2010. Dan worden de kinderen van de naoorlogse bevolkingsexplosie pensioengerechtigd», zegt directeur Martien van Winden van Theodoor Gilissin Bankiers, een kleine, exclusieve vermogensbeheerder aangesloten bij Fortis. Van Winden publiceert de laatste jaren op persoonlijke titel over financiële vraagstukken, met name het ontstaan en de groei van de Nederlandse rijkdom door de eeuwen heen en de volgens hem fatale consequenties van de invoering van de euro.

Van Winden: «Nederland en Groot-Brittannië zijn de enige EU-landen met een kapitaaldekkingsstelsel. Alle andere landen hebben een omslagstelsel waarin de pensioenen worden uitbetaald uit de lopende begrotingen. Die hebben nu al de grootste moeite om binnen de Europese norm voor begrotingstekorten te blijven. De meeste hebben volstrekt geen rekening gehouden met de vergrijzingsgolf, die komen dus binnen een paar jaar voor astronomische begrotings tekorten te staan. Dat is de doodssteek voor het Europese Stabiliteitspact, waarin is vastgelegd dat de EU-landen geen begrotings tekorten hoger dan drie procent mogen hebben. En dat is weer de doodsteek voor de euro, waarvan Naut Wellink en alle andere centrale bankiers ons hebben beloofd dat hij ‹keihard› zou worden.»

Volgens Van Winden komt een Europese ex pansie van de Nederlandse en Britse pen sioenfondsen te laat om de klappen op te vangen. Ze kunnen nauwelijks hun tekorten in eigen land opvangen. Nijssen is daarentegen optimistisch over zijn eigen bedrijfstak: «Denk je eens in: dankzij die Europese richtlijn en het vermogen en de ervaring van de Nederlandse pensioenverzekeraars kunnen we als land straks pensioenen gaan exporteren naar de hele wereld. Een business waarbij de export van bloemen en kaas verbleekt.» Terwijl hij spreekt, maakt de PVK op een haastig bijeengeroepen persconferentie bekend dat vijftien Nederlandse fondsen sinds kort een dekkingsgraad van nog slechts negentig procent hebben. Zo’n driehonderd andere zweven rond de honderd procent.