Pensioenroof

In Amerika zijn durfkapitalisten dol op dure pensioenregelingen. Bedrijven die daaronder gebukt gaan, werden in het recente verleden overgenomen, ontdaan van hun pensioenverplichtingen en vervolgens met winst doorverkocht. En de werknemers? Voor hen had de wet voorzien in een speciaal noodfonds. Het pensioen dat zij daaruit ontvingen, was een kwart lager. Eventuele extra vergoedingen voor medische zorg gingen in rook op.

Medium groene comm. pensioen

Zulke horrorscenario’s lijken in Nederland ondenkbaar. Maar ook hier staat het pensioenstelsel als gevolg van de stijgende levensverwachting en financiële crises onder druk. Het resultaat is een radicaal nieuw pensioenakkoord. In ruil voor minder zekerheid over de hoogte van hun uiteindelijke pensioen moeten werknemers in de toekomst langer doorwerken. Vreemd? Alleen vanuit de vakbonden klonk de afgelopen dagen gemor. FNV Bondgenoten keerde zich direct tegen het akkoord.

Voor die houding heerst weinig begrip onder journalisten, politici en economen - niet toevallig drie ‘lichte’ beroepen waarin toch al tot op hoge leeftijd wordt doorgewerkt. De argumenten zijn bekend. Noopt de vergrijzing niet tot ingrijpende maatregelen? Moet ‘jong’ dan altijd betalen voor ‘oud’? Maar zelfs aangenomen dat die zorgen gerechtvaardigd zijn, dan is het met de beste wil van de wereld niet te begrijpen wat dit akkoord daaraan doet.

Zo wordt de pensioenleeftijd opgerekt tot 66 jaar in 2020 en 67 jaar in 2025. De jongste werknemers, met wie de politiek het beste voor zegt te hebben, moeten misschien wel tot ver voorbij hun zeventigste doorwerken. Wat staat daar tegenover? Ten eerste heel veel onveiligheid. Voortaan draagt de werknemer, of hij wil of niet, alle beleggingsrisico’s. Werkgevers zullen niet langer bijspringen als er financiële gaten vallen. Mocht het mis gaan - wat de afgelopen tien jaar met de dotcom- en de kredietcrisis al twee keer het geval was - dan verliest de werknemer veel geld.

Is er dan niets meer zeker? Toch wel. Want zelfs los van toekomstige fiasco’s bij de fondsen mogen werknemers erop rekenen dat hun pensioenen door dit akkoord gekort worden. Zo krijgen werknemers voor minder pensioenjaren hetzelfde bedrag uitgekeerd. Per jaar is dat dus minder geld. Weliswaar wordt de AOW jaarlijks met 0,6 procent verhoogd, maar dat valt grotendeels weg tegen de belastingvoordelen voor ouderen die deze regering wil schrappen.

Een andere adder onder het gras is de strafkorting van 6,5 procent voor werknemers die eerder stoppen met werken. Wie een jaar langer doorwerkt, ontvangt daarentegen 6,5 procent meer. Dat klinkt fair - maar niet in een economie waarin massawerkloosheid heerst onder werknemers boven de zestig. Daar doet het kabinet vooralsnog weinig aan. In zo'n situatie komt een jaar langer doorwerken al snel neer op een jaar langer van een uitkering leven. Of een jaar eerder met pensioen gaan, op straffe van 6,5 procent.

Achter die droge cijfers gaat een tragedie schuil. Die voltrekt zich subtieler dan de pensioenroof in de Verenigde Staten. Maar ook hier betalen werknemers, oud én jong, de rekening. Dat is extra zuur omdat het geen gewone sociale voorziening betreft. Het aanvullend pensioen is een vorm van uitgesteld loon. Als het kabinet, werkgevers en Agnes Jongerius daar aankomen, doen ze meer dan bezuinigen. Daar is een ander woord voor: diefstal.