POPMUZIEK: Nick Cave and The Bad Seeds

Pensionado

‘You’ve got to keep on pushing/ Push the sky away’, zingt Nick Cave bijna fluisterend en bezwerend in het pastorale titelnummer dat zijn vijftiende album met de Bad Seeds afsluit. Een treffende omschrijving is het voor zijn manier van werken sinds hij in 2007 de vijftig passeerde.

In die afgelopen vijf jaar heeft Cave niet minder dan vier platen, een roman, drie soundtracks en een filmscript uitgebracht. Daarmee overstijgt zijn totale albumproductie de twintig ruim en zelfs los van zijn tweetal boeken en scenario’s mag je dat een respectabel oeuvre noemen. Een deel van hem zou ook best willen stoppen, beweert hij in een recent interview: ‘The greatest feat of artistic honesty there can be. To lay down the gloves and say, that’s it.’ Goed dat hij daar tot nu toe mee heeft gewacht, want Push the Sky Away is een echte kroon op zijn werk.

Van tevoren vermoed je een keuze tussen de ongepolijste gitaarrock van de laatste platen of de kenmerkende pianoballadestijl van bijvoorbeeld The Boatman’s Call (dé plaat voor mensen die niet van Nick Cave houden). Cave kiest hier echter voor een meer afgemeten en bredere benadering. Dood, seks, geweld en religie zijn nog steeds belangrijke thema’s, maar minder zwaar gebracht. Droge kwinkslagen als ‘We were a match, I was the match that would fire up her snatch’ of ‘I believe in 72 virgins on a chain, why not, why not’ helpen daarbij. Eigenlijk klinkt op deze plaat vrijwel alles subtiel anders. Niet eerder waren de songs zo transparant en ook overheerst er niet een bepaald instrument of een eenzijdige sfeer. De ene keer is de basis een elektrische gitaarloop met elektrische piano (Mermaids), de andere keer een kale, morsige bas (We Real Cool) of droge percussie (Finishing Jubilee Street). De viool van trouwe bandmaat Warren Ellis legt in de meeste nummers karakteristieke accenten. Verder heeft Cave zijn neiging om met gevoel voor drama richting of over de top te gaan zo onderdrukt dat de muziek ook van hem genoeg ruimte krijgt om te ademen.

De traditioneel aanwezige onderhuidse dreiging begint al bij de spaarzame pianoakkoorden en zachte drumcomputerbeat van We No Who U R. In het refrein onthult Cave’s melancholieke bariton onderkoeld het naderende onheil: ‘We know who you are, and we know where you live, and we know there’s no need to forgive’. Als gerenommeerde verhalenverteller stijgt hij twee keer boven zichzelf uit. Zo kruipt hij in Jubilee Street in de rol van obsessieve hoerenloper. Verliefd op ‘a girl named Bee, she had a history, but no past’ komt hij in de problemen, want ‘she had a little black book, and my name was written on every page’ en eindigt hij met haar ‘foetus on the leash’. Het nummer heeft zowel tekstueel als muzikaal een opwindende spannings­opbouw en is een nieuwe klassieker voor toekomstige setlists. Dat geldt ook voor Higgs Boson Blues, waarin hij een selectieve roadtrip door de moderne geschiedenis maakt. Op weg naar Genève rijdt hij onder meer langs het kruispunt waar Robert Johnson de duivel ontmoet, stopt bij Hotel Lorraine waar Martin Luther King sterft en ziet Disney-serie-actrice Miley Cyrus in een zwembad drijven. Hier begint de ironische bard losjes, maar klinkt gaandeweg steeds dwingender en onder leiding van de drummer houden de tempo- en volumewisselingen van de band het boeiend tot de laatste noot.

Push the Sky Away is eindelijk die definitieve Nick Cave-plaat om van begin tot eind grijs te draaien. Hij kan rustig met pensioen.


Nick Cave and The Bad Seeds, Push the Sky Away, label: Mute/PIAS