Pentagon amerika bewapent er lustig op los

De Koude Oorlog is afgelopen, de Sovjet-vijand verdwenen. Clinton beloofde dan ook op defensie te bezuinigen. Maar voor het Pentagon en de Amerikaanse wapenindustrie is het ‘business as usual’. Sterker nog: de uitgaven stijgen en de uitdijende Amerikaanse wapenexport zorgt voor nieuw brandhout voor de conflicthaarden van morgen.
NEW YORK - Vraag: Wat doe je als de sociale noden scherp stijgen en de vijand waartegen je je bijna een halve eeuw lang hebt bewapend, niet meer bestaat? Antwoord: Je bezuinigt op de sociale uitgaven en geeft meer geld uit aan de strijdkrachten. Absurd? Dit is in elk geval wat Bill Clinton in zijn nieuwe begroting voorstelt.

De president heeft niet alleen zijn belofte uit zijn State of the Union-speech om geen cent uit het Pentagon-budget te besnoeien gehouden, hij wil de militaire uitgaven zelfs nog met 2,8 miljard dollar verhogen. De sociale uitgaven worden nog maar eens met 30 miljard dollar verminderd terwijl de regering ook nog nieuwe bezuinigingen in het vooruitzicht stelt op voorzieningen voor immigranten en daklozen. Daarnaast overweegt ze om een belasting in te voeren op bijstandsuitkeringen en voedselbonnen voor de armen.
De Koude Oorlog is al enkele jaren voorbij. Na meer dan 7000 miljard dollar te hebben uitgegeven met het oog op een eventueel conflict met de Sovjetunie, is de vijand verdwenen. De staten op het puin van het Sovjet-imperium zijn inmiddels Amerika’s bondgenoten en hebben bovendien hun militaire uitgaven drastisch verminderd. Voor het Pentagon maakt het allemaal weinig uit. De militaire begroting staat nog steeds op Koude-Oorlogsniveau.
Toen Bush na de ineenstorting van de Sovjetunie de militaire uitgaven slechts marginaal verminderde, werd hij bekritiseerd door de voorzitter van de commissie voor de strijdkrachten van het Huis van Afgevaardigden, Les Aspin.
Volgens Aspin moest het Amerikaanse militaire apparaat worden aangepast aan de nieuwe, minder gevaarlijke situatie. Het uitgespaarde geld kon dan worden gebruikt om binnenlandse noden te lenigen. Clinton ging akkoord en benoemde Aspin tot minister van Defensie. Maar voor het Pentagon bleef het business as usual. Aspin werd tot ontslag gedwongen omdat de generaals hem niet mochten en omdat de regering een zondebok nodig had voor haar onsamenhangende buitenlandse beleid. Aspins opvolger, Pentagon-bureaucraat William Perry, die de job kreeg nadat de traditionele haviken Bobby Inman en Sam Nunn ervoor hadden bedankt, is nog minder geneigd om de generaals iets te ontzeggen. Hij zegt nu doodleuk dat het Pentagon zich al aan de nieuwe situatie heeft aangepast en dat de nieuwe militaire begroting ‘geen enkel overblijfsel uit de Koude Oorlog’ bevat.
Vreemd genoeg hoeft daarvoor bijna geen enkele bestelling uit de Koude-Oorlogsjaren te worden afgezegd; de bestellingen worden alleen over een langere termijn gespreid.
Daarnaast worden nieuwe wapens besteld die enkel nut hebben in een intercontinentaal conflict, zoals de Seawolf-onderzeeer. De Verenigde Staten blijven meer uitgeven aan hun strijdkrachten dan heel de rest van de wereld en volgens de plannen van het Pentagon zullen die uitgaven vanaf 1997 opnieuw gevoelig stijgen.
De officiele uitleg luidt dat dit bewapeningsniveau nodig is om het vermogen te behouden om terzelfder tijd twee regionale oorlogen te voeren, hoe onwaarschijnlijk de kans daarop ook lijkt. Maar de twee grootste kanshebbers om in zo'n conflict Amerika’s tegenstander te worden - Irak en Noord-Korea - geven samen slechts 20 miljard dollar per jaar uit aan hun strijdkrachten, minder dan een dertiende van het Pentagon-budget dat nu op 264 miljard dollar staat.
Bovendien zou Washington bij dat soort conflicten kunnen rekenen op goed bewapende bondgenoten.
Een belangrijke factor is natuurlijk het verlangen om de banen te beschermen van de 2,7 miljoen Amerikanen die in de wapen industrie werkzaam zijn. Dat lukt niet zo goed: vorig jaar alleen al daalde de werkgelegenheid in deze sector met elf procent. De wapenproducenten doen, net als andere grote bedrijven, immers verwoede inspanningen om hun produktiekosten te verlagen. Om exportcontracten binnen te halen moeten ze bovendien meer werk uitbesteden naar de landen die hun produkten kopen. De concurrentie op de internationale wapenmarkt is groter dan ooit zodat de kopers meer compensatie kunnen eisen.
Maar de voornaamste reden waarom Amerika’s bewapeningsinspanningen zo groot blijven is wellicht dat Washington zijn militaire produktiecapaciteit intact wil houden zodat geen enkel ander land of coalitie van landen ooit de illusie kan koesteren om Amerika’s positie als ’s werelds supermacht aan te tasten.
Sinds het einde van de Koude Oorlog is geen enkele belangrijke wapenproducent verdwenen en geen enkele heeft een poging ondernomen de zwaarden in ploegscharen om te smeden, hoe vaak Clinton en vice-president Gore het woord 'conversie’ ook laten vallen. Een ander woord dat ze graag in de mond nemen, is non-proliferatie’ de in perking van de internationale wapenhandel.
Dat zou een van de pijlers van Clintons buitenlands beleid worden. In werkelijkheid gebeurt het omgekeerde. De Pentagon-bestellingen zijn niet voldoende om alle produktielijnen van de Amerikaanse wapenindustrie open te houden en de regering-Clinton is dan ook een groot offensief begonnen om de Amerikaanse wapenexport te stimuleren. 'Terwijl Washington andere landen aanzet tot terughoudendheid in naam van de wereld veiligheid, zijn de Verenigde Staten intussen de meest opdringerige wapenhandelaars ter wereld geworden’, zo schreef het (nota bene) conservatieve Wall Street Journal onlangs.
De Amerikaanse regering die optreedt als vertegenwoordiger van de wapenindustrie, verkocht vorig jaar voor 34 miljard dollar wapens aan andere landen. Ter vergelijking: de staten van de vroegere Sovjetunie verkochten in 1993 samen voor 2,5 miljard dollar aan militair materiaal.
De wapenproducenten zijn in de wolken over de agressieve verkooppolitiek van de regering. Vooral handelsminister Ron Brown en minister van Buitenlandse Zaken Christopher worden geprezen voor hun in zet. 'Plots hebben we een regering die je echt helpt om te verkopen’, zegt David Danjczek, vice-president van Litton Industries. Volgens The Wall Street Journal zijn de Amerikaanse wapenhandelaars van plan hun uitvoer de komende vijf jaar te verdubbelen.
De wereldwapenmarkt is sedert het einde van de Koude Oorlog nochtans gekrompen. Enerzijds omdat de meeste landen met een economische crisis kampen en anderzijds omdat verzetsbewegingen die tijdens de Koude Oorlog door de supermachten als pionnen werden gebruikt, nu vaak op zwart zaad zitten. Derde-wereldlanden gaven vorig jaar 23,9 miljard dollar uit aan wapeninvoer - dat is de helft van wat ze besteedden in 1987. Het Amerikaanse aandeel in die markt is evenwel gestegen van dertiennaar 57 procent.
De Amerikaanse wapenexport gaat vaak naar de meest instabiele regio’s. Na de Golfoorlog beloofde Bush de proliferatie van wapens in het Midden-Oosten te beteugelen. Maar de Amerikanen hebben sindsdien in die regio voor 43,9 miljard dollar aan wapens verkocht en zullen dat naar verwachting blijven doen voor twintig miljard dollar per jaar. De Israelische oud-minister van Defensie Arens zegt dat hij na de Golfoorlog aan Washington tevergeefs voorstelde om alle wapentransacties naar het Midden-Oosten stop te zetten. Het tegendeel gebeurde - de oorlog bleek een fantastische reclamecampagne geweest te zijn voor de Amerikaanse wapenindustrie.
De Amerikaanse wapenexport zet vaak zelf een regionale bewapeningswedloop in gang waar de Amerikaanse wapenindustrie opnieuw van profiteert. In 1992 zette Bush het licht op groen voor de verkoop van honderdvijftig F16-gevechtsvliegtuigen aan Taiwan, een contract van zes miljard dollar. China was daar woedend over omdat zijn traditionele vijand daarmee een luchtmacht kreeg die veel sterker was dan de Chinese. Uit protest boycotte Beijing elk bewapeningscontrole-overleg en vergrootte het zijn wapenexport naar Noord-Korea. Dat stimuleerde dan weer Zuid-Korea, Japan en Maleisie tot het bestellen van nieuwe Amerikaanse wapens.
Dat verontrustte weer Maleisie’s buren, zo dat nieuwe bestellingen kwamen uit de Filippijnen en Indonesie, gevolgd door Thailand en Singapore.
Wapenfabrikant Brian Rowe, de voorzitter van General Electric, vergoelijkt dit met het aloude excuus: 'Als wij het niet zouden doen, dan zou iemand anders het doen.’ Maar geen enkel ander land verkoopt wapens die technologisch zo geavanceerd zijn. 'Amerika verkoopt de meest sophisticated wapens uit hun arsenaal’, zegt Nathalie Goldring, de adjunct-directeur van het research-instituut British American Security Information Council. Het gaat hier om smart bombs en precisie-raketten die volgens Bill Schneider van het Hudson Instituut 'het soort schade kunnen veroorzaken dat men verwacht van massadestructiewapens zoals nucleaire en chemische bommen’. Zo sleept Amerika het brandhout aan voor de conflicthaarden van morgen, die door de president ongetwijfeld hoofdschuddend en met een krop in de keel zullen worden betreurd.