Eerste ronde Franse presidentsverkiezingen

Per tractor naar het Elysée

In de strijd om het Franse presidentschap ontpopt François Bayrou zich als kansrijke buitenstaander. Dankt hij zijn populariteit aan zijn programma of aan de groeiende weerzin tegen Ségolène Royal en Nicolas Sarkozy?

PARIJS – Het had de avond van Karl Zéro moeten worden. De bebrilde komiek en televisiemaker was te gast in een veel bekeken talkshow op France 2 om zijn nieuwe politieke documentaire aan de man te brengen. Een week eerder nam Zéro nog een César in ontvangst voor Dans la peau de Jacques Chirac, een hilarische collage van archiefbeelden van de oude vos. Zijn nieuwe film volgde hetzelfde procédé. Zéro had in de archieven compromitterend materiaal gevonden over Royal (die als minister van Familiezaken wordt verrast met een mannelijke stripper) en Sarkozy (die in zijn dienstauto met een medewerkster flirt). Toch zat Zéro er die avond somber bij. De presentator wreef het hem genadeloos in: waar waren de beelden van François Bayrou? Helaas had Zéro de montage al klaar voordat Bayrou aan zijn opmars in de peilingen begon, een opmars die uitgerekend startte met een frontale aanval op figuren als Zéro die volgens Bayrou ten onrechte de indruk wekten dat de verkiezing onvermijdelijk zou uitdraaien op een spectaculaire tweestrijd tussen Sarko en Ségolène.

Het begon ermee dat Bayrou in februari tot ieders verbazing de machtige televisiezender tf1 op de knieën dwong. De zender presenteerde een reeks debatten waarin Sarkozy en Royal elk twee uur zendtijd kregen. Bayrou, de trotskistische Olivier Besancenot en Jean-Marie Le Pen werden samen in één uitzending gepropt. Bayrou dreigde dit smurfendebat te boycotten als hij geen eigen uitzending kreeg. Die kreeg hij, het programma trok zeven miljoen kijkers en Bayrou had vanaf nu toegang tot alle grote media. Kwam hij in eerdere peilingen nooit verder dan acht procent, nu schommelt hij rond de twintig. En een recente peiling wijst uit dat Bayrou, mocht hij komende zondag de eerste ronde overleven, in de tweede zowel Sarkozy als Royal zal verslaan. De sleutels van het Elysée-paleis hoeft hij niet; Bayrou zegt dat hij er niet zal gaan wonen indien hij wordt gekozen.

François Bayrou diende tussen 1993 en 1997 als minister van Onderwijs in drie rechtse kabinetten. Sinds 1998 is hij leider van de Union pour la Démocratie Française (udf). In 2002 werd deze partij – in de jaren zeventig opgericht als vehikel voor president Valérie Giscard d’Estaing – bijna van de politieke kaart geveegd toen nagenoeg alle afgevaardigden overliepen naar de Union pour une Mouvement Populaire (ump) van Chirac. Bayrou vocht terug, ondermijnde de dominantie van de Parti Socialiste (ps) en de ump en pleitte voor een regering van nationale eenheid onder zijn leiding. Geen geringe ambitie in het land waar de politieke cultuur sinds de Franse Revolutie draait om de links-rechts-tegenstelling.

Bayrou put hoop uit het voorbeeld van De Gaulle, die het land in 1958 met een fameus beroep op rassemblement uit het moeras van de Vierde Republiek wist te trekken. Hij mist de statuur van de Generaal ten enenmale, maar wanneer Bayrou vaststelt dat de crisis om buitengewone middelen vraagt, heeft hij ontegenzeggelijk een punt. Je hoeft geen déclinologue te zijn, zoals intellectuele somberaars worden genoemd, om te zien dat Frankrijk er slecht voor staat met een werkloosheid die al decennia schommelt rond de tien procent, de uitzichtloze situatie in de buitenwijken, de falende integratie, universiteiten die de concurrentie met het buitenland niet aankunnen, een onbetaalbaar geworden verzorgingsstaat, stijgende pensioenkosten.

Het vertrouwen in het politieke establishment is kleiner dan ooit, het geloof in eigen kunnen wankelt en er heerst onzekerheid over Frankrijks rol in het voortschrijdende globaliseringsproces. En wat doet François Bayrou? Hij zwengelt het debat over de staatsschuld aan. Niet bepaald een sexy campagnethema, maar wel een gouden greep. Zijn oproep om iets te doen aan de torenhoge schuld (elfhonderd miljard euro, tweeduizend miljard als de pensioenverplichtingen worden meegerekend) gaat gepaard met een aanval op de ‘vloedgolf van beloftes’ van de andere twee, zoals afschaffing van de successiebelasting (Sarkozy) of verhoging van het minimumloon naar vijftienhonderd euro (Royal).

Zijn zuinigheid manifesteert zich ook op lagere niveaus. Hij presenteert zijn verkiezingsprogramma in een bescheiden hotel (géén petitsfours voor de aanwezige journalisten) en als hij naar de banlieue afreist, gaat Bayrou niet in konvooi op safari zoals Royal, maar neemt de rer b – de groezelige metro die toeristen enkel kennen van het ritje van het vliegveld naar de stad. Dat wil niet zeggen dat de bij Franse politici veel voorkomende megalomanie hem vreemd is. Ook Bayrou bezondigde zich aan biografieën van historische figuren (Henri IV, Saint Louis) in wier voetsporen hij hoopt te treden. In interviews gaf hij zozeer op van zijn ‘viriliteit’ en ‘diepgaand inzicht’ dat Chirac, misschien wel de meest bescheiden Franse politicus, opmerkte dat Bayrou nog eens van zelfgenoegzaamheid zou ontploffen.

Waarin Bayrou zich echt van de concurrentie onderscheidt is zijn parcours. Hij is geen product van elitebolwerken als Sciences Po of de Ecole Nationale d’Administration. De jonge jaren van Sarkozy en Royal waren ook niet feestelijk (beiden braken met hun vader), maar echte armoede hebben ze nooit gekend. Bayrou’s jeugd leest als een roman van Emile Zola. Geboren als zoon van een keuterboertje nabij Pau hielp hij zijn vader op de boerderij totdat hij op zijn achttiende in Bordeaux klassieke talen kon gaan studeren. Een week voordat hij slaagde voor het lerarenexamen (dat een Fransman van intellectuele status voor het leven verzekert) verongelukte zijn vader. Bayrou keerde met zijn jonge gezin terug naar het ouderlijk huis en combineerde lange tijd een leraarbaan met de zorg voor de boerderij. Het geloof (Bayrou is overtuigd katholiek) en zijn alom geroemde wilskracht zouden hem er doorheen hebben gesleept.

Nog altijd woont Bayrou in zijn geboortedorp, waar hij renpaarden fokt van de opbrengst van zijn boeken. De tractor (merk Pony) waarmee hij destijds over de akkers ging, koestert hij als een zeldzaam relikwie. Het beeld van Bayrou die een rondje op de akkers draait blijkt onweerstaanbaar voor de makers van televisieportretten. En Bayrou weet dat je in Frankrijk geen verkiezingen wint als je het platteland geen prominente rol in je campagne gunt. Niet voor niets schoof Mitterrand iedere zaterdag aan bij de keuterboertjes in de Nièvre. Niet voor niets beklopte Jacques Chirac ieder jaar opnieuw de koeien tijdens de Salon d’Agriculture. Wanneer Bayrou op zijn tractor de zonsondergang in de Béarn tegemoet rijdt, zet hij zich af tegen de gewantrouwde politieke microkosmos in Parijs.

Omdat Royal en Sarkozy aan de persoon niet kunnen raken, vallen ze Bayrou’s idee voor een nationale eenheidsregering aan. Adjudanten van Sarkozy hameren erop dat Bayrou nooit een kamermeerderheid bij elkaar zal krijgen. Inderdaad is de kans gering dat hij met zijn partij (26 van de 577 zetels in de Assemblée) een meerderheid haalt bij de kamerverkiezingen in juni. De udf heeft het geld noch de organisatie om de campagnemachines van de grote partijen te verslaan. Bayrou wijst naar Duitsland waar spd en cdu samen een regering vormen, maar daarmee rekent hij buiten de Franse politieke cultuur die er een is van conflict, niet van vruchtbare compromissen uit naam van het nationaal belang. De tegenstanders beweren met enig recht dat een presidentschap van Bayrou zal uitdraaien op dezelfde cohabitatie die het politieke leven de afgelopen 25 jaar zo vaak verlamde.

De kiezers lijken zich van dergelijke argumenten weinig aan te trekken. De electorale opmars van Bayrou viel samen met een toenemende publieke weerzin tegen Sarkozy en Royal. De afkeer van Sarkozy strekt zich bepaald verder uit dan de Parijse buitenwijken. Het populaire YouTube-filmpje Le vrai Sarkozy schildert hem af als een hysterische demagoog, een gevaarlijke ultraliberaal en verkwister van republikeinse waarden. Een Amerikanen-vriend bovendien, die ruzie zoekt en bevolkingsgroepen tegen elkaar uitspeelt. ‘Tout sauf Sarko!’ (Alles behalve Sarkozy!) klinkt het over de hele linkse linie. Paradoxaal genoeg is het niet Royal maar Bayrou die daarvan profiteert: Royal lijkt in de tweede ronde kansloos tegen Sarkozy, terwijl Bayrou daaruit hoogstwaarschijnlijk als winnaar te voorschijn zal komen.

Tegelijk schoot de ségophobie stevig wortel. Dat Royal de aanvankelijke twijfels over haar gebrek aan capaciteiten nooit heeft kunnen wegnemen speelt mee, net als het imago van humorloze maman dat ze steeds weer bevestigt. Waar centrumlinkse kiezers op afknappen, is dat zij haar belofte de Parti Socialiste te moderniseren niet lijkt in te lossen. Aanvankelijk sprak ze als een Franse Blair ferme taal over de staatsschuld, lastenverlichting voor het bedrijfsleven, veiligheid en onderwijs, maar door alsnog naar links te zwenken en zich te omringen met oude partijbaronnen als Laurent Fabius en Jean-Pierre Chevènement wekt ze de indruk dat ze haar ambitie om de partij de 21ste eeuw binnen te leiden heeft opgegeven.

Voor die stemmingsomslag is Le Monde een goede graadmeter. Op de redactie vallen journalisten die tot dusver altijd socialistisch stemden Royal openlijk af en er is een kans dat de krant dit jaar voor het eerst in decennia geen socialistisch stemadvies geeft. Voor de teleurgestelde linkse kiezer is Sarkozy geen optie. Bayrou daarentegen is het perfecte alibi. Zo ontdekt Frankrijk op de valreep een antikandidaat van formaat. Namen kiezers in 2002 hun toevlucht tot extreem-rechts en trotskistisch links, nu laten ze zich op sleeptouw nemen door de tractor van Bayrou. Of hij 6 mei zegeviert moet nog blijken, maar Pony heeft al bewezen sterk genoeg te zijn om de ps aan flarden te trekken.