Van Zuid-Afrika naar Australië

Perfect Perth

In het recente verleden zijn tienduizenden Zuid-Afrikanen geëmigreerd naar Perth, de meest afgelegen stad ter wereld én een van de meest leefbare. ‘Ik heb zoveel gehuild dat de zeespiegel gestegen moet zijn.’

BLAUW ALS HET briljante blauw van Yves Klein: de zee en de lucht bij Perth - een oogverblindend, magistraal blauw. Het is halverwege de middag als Bibi Ward de West-Australische stad in al haar glorie wil tonen. De airco zoemt tevreden terwijl wij onder een wolkenloze hemel over de West Coast Drive langs de Indische Oceaan cruisen - spiegelend blauw. We stoppen bij Hillary’s jachthaven, waar onlangs een nieuw centrum met winkels en eetgelegenheden is geopend. Vanaf het bovendek van The Breakwater kijken we uit op dobberende jachten en zwemmers bij Sorrento Beach. De wereldwijde recessie is Australië grotendeels bespaard gebleven. Een glas sauvignon blanc kost hier 7,50 euro.
‘Wil je nog kangoeroes zien?’ Bibi rijdt me naar het nabijgelegen Pinnaroo Valley Memorial Park, waar tegen de avond tientallen kangoeroes met jonkies komen grazen. Vervolgens rijden we naar haar huis in het sjieke Sorrento, om met een ijskoud biertje in de hand op het terras nog even van de zonsondergang te genieten, ter vervolmaking van perfect Perth. Daarna is er een barbecue, en zal Bibi’s echtgenoot Matthew, een Engelse vermogensbeheerder, vragen hoe ik denk dat Zuid-Afrika er over pakweg tien jaar uit zal zien. Ze zeggen het niet, Bibi en Matthew, maar de subtekst is duidelijk: het leven is goed hier, een stuk beter dan in dat onveilige, apocalyptische Zuid-Afrika dat zij in 1987 achter zich lieten. Dertig waren ze, ongebonden. Nu hebben ze twee kinderen die allebei op en top Australisch zijn. Alleen met haar vriendinnen in Perth praat Bibi nog haar moedertaal, Afrikaans. 'Thuis’, zegt ze, is Australië. 'Omdat mijn kinderen hier geboren zijn. Zij zijn Australisch. Ze praten met een zwaar Aussie-accent. Mijn Afrikaner ouders zeggen: “Het lijkt wel alsof ze Chinees praten”.’ Ze lacht.
Perth, de hoofdstad van Western Australia, staat bekend als 'de meest geïsoleerde stad ter wereld’. De dichtstbijzijnde nederzetting van formaat is Adelaide, 2104 kilometer verderop. Daartussen domineren bush en woestijn. The Economist zette Perth op nummer acht in de top-tien van meest leefbare plekken ter wereld. Al sinds de jaren vijftig is het een Down Under-variant op Arcadia, vol gelukkige suburbs waar nooit wat gebeurt en mensen nog altijd pochen dat ze hun deuren ’s avonds niet op slot hoeven te doen. De Indische Oceaan met zijn surfgolven en de Swan River met zijn wijngaarden zijn vlakbij. Een Perthiaan, zo verkondigt een bord in het Maritime Museum, brengt de helft van zijn tijd door bij het water en de andere helft in het water.
Geen band vertolkte de verlammende hitte van Perth en de omringende leegte zo pakkend als de lokale band de Triffids. Het landerig gezongen refrein van Too Hot to Move is Perth ten voeten uit: 'And from my window, I can see the streets below, I can hear the hit parade on the radio/ There’s dirty dishes, piling up in the sink/ But it’s too hot to move, and it’s too hot to think.’ De Triffids pakten al snel hun boeltje en vertrokken in 1984 naar Londen, waar ze liedjes over ontsnapping, verlies en verlossing bleven schrijven.
In dat gebarsten achterland van Perth vind je de mijnen die Western Australia tot de schatkamer van Australië hebben gemaakt, en die werkgelegenheid bieden aan tienduizenden immigranten, onder wie een groot aantal Zuid-Afrikanen. Wekelijks vliegen ze op en neer tussen Perth en mijnstadjes als Pilbara en Kalgoorlie, de 'fly-in, fly-outs’, oftewel fifo’s. 'Er was in 2008 een economische boom hier’, vertelt de 44-jarige geoloog Peter Burge, geboren in het Zuid-Afrikaanse Parys en na wat omzwervingen twee jaar geleden met vrouw en kinderen in Perth beland. Aanvankelijk werkte hij als fifo in Pilarba, waar de temperatuur in de open mijn kon oplopen tot zeventig graden. Sinds kort zit hij op het airconditioned hoofdkantoor van het bedrijf in Perth. 'Het voelt als thuis. Alles is hier zoals we gewend waren.’
Hij somt het op. De voertaal is Engels, ze rijden hier links, ze kunnen goed drinken en zijn dol op rugby, cricket en de outdoors. Het klimaat, warm en droog, voelt bekend aan, en ook de suburban cultuur van barbecues, shopping malls en four wheel drives is Zuid-Afrikanen niet vreemd. En dat in combinatie met veiligheid, gatenloze wegen, schoon water en een goed functionerende ambtenarij. 'Het was alsof we terug waren in het oude Zuid-Afrika’, zegt Burge, verwijzend naar de tijd voordat het ANC aan de macht kwam.

ZULKE VERGELIJKINGEN vallen regelmatig in gesprekken met Zuid-Afrikaanse immigranten. Maretha Cronje beschrijft het uitgaanscentrum van Perth, Northbridge, als 'Hillbrow in Johannesburg zoals het vroeger was’. Judith van Dyk zegt: 'Mijn man wilde onze kinderen het leven laten kennen zoals hij dat vroeger had ervaren, maar dat nu totaal onmogelijk is in Zuid-Afrika.’
Volgens de laatste Australische volkstelling telde Perth in 2006 zo'n veertigduizend Zuid-Afrikanen, hoofdzakelijk blanken. Gezien de exodus van de laatste vijf jaar wordt het aantal nu geschat op zeker zestigduizend. Perth wordt al gekscherend 'Bloemfontein aan zee’ genoemd, of 'Perthfontein’. De stad heeft een Zuid-Afrikaanse club, een (Zuid-)Afrikaanse handelskamer, Zuid-Afrikaanse restaurants en Zuid-Afrikaanse winkels met naar heimwee riekende schappen vol Ouma-beskuit, Tastic-rijst, boerewors, rooibosthee, rugbyshirts, vuvuzela’s en tijdschriften als Huisgenoot en Rooi Rose. Er zijn diverse Zuid-Afrikaanse kerken met honderden leden en Zuid-Afrikaanse dominees en diensten in het Afrikaans. Op Zuid-Afrikaanse feestjes sta je tussen Zuid-Afrikaanse artsen, advocaten, ingenieurs, psychologen, academici, schrijvers, zakenlui. Braindrain is te zwak uitgedrukt. Aderlating komt dichter in de buurt.
Was de migratie aanvankelijk vooral het gevolg van pull (goede banen), inmiddels heeft push de overhand: criminaliteit, geweld, pro-zwarte maatregelen als affirmative action en Black Economic Empowerment, en vooral: de kinderen. 'Ik zag in Zuid-Afrika gewoon geen toekomst voor een vader van twee blanke jongens’, zegt ondernemer/academicus Jannie van Deventer, die in 1995 zijn boeltje pakte. 'In kwantitatieve zin - huis, auto, zwembad, dienstbode, tuinman - mag het leven in Zuid-Afrika beter zijn, in kwalitatieve zin - veiligheid, voorzieningen, onderwijs, arbeidsmogelijkheden - kan het niet aan Australië tippen. In Zuid-Afrika moet alles groter en groter - terwijl Rome brandt.’
Indertijd werd je als emigrant in je eigen land uitgemaakt voor 'verrader’ en 'watje’. Inmiddels is dat niet meer het geval, zegt Frikkie Kotzé, die vijf jaar geleden zijn baan aan de Universiteit van Potchefstroom opzegde. 'Aanvankelijk reageerden mijn collega’s heel negatief op mijn emigratiebesluit. Maar nu geven veel van hen me gelijk. Zelfs mijn oudste zus, een echte patriot, zegt dat ik er goed aan heb gedaan.’
De Zuid-Afrikaanse emigratie naar Perth verliep volgens het geijkte patroon: eerst kwamen de joden (vanaf eind jaren zeventig), vervolgens de Engelstaligen (vanaf eind jaren tachtig) en uiteindelijk, sinds een jaar of tien, ook de Afrikaners. De grootscheepse emigratie van die laatste groep is opmerkelijk, want van alle blanke Zuid-Afrikanen zijn de Afrikaners het meest aan hun vaderland verknocht. Hun wortels gaan 350 jaar terug. Zij groeiden op met heroïsche verhalen over de Grote Trek, de Slag bij Bloedrivier en de Boerenoorlog van 1899, waarin hun opa’s of overgrootvaders vaak nog hebben gevochten. Zij zijn 'de witte stam van Afrika’.
Voor hen is de beslissing om te emigreren het zwaarst en meest beladen. Interviews met Afrikaner immigranten lopen steevast uit op gesprekken van ruim twee uur, die soms meer op een therapiesessie lijken dan op een journalistiek onderhoud.
Want dat blauw van Yves Klein is natuurlijk ook het blauw van de blues, de melancholie, het verlies, de verwarring. De Triffids verwoordden het fraai. 'I took a wrong turn off of an unmarked track/ I did seven miles/ I couldn’t find my way back/ I hit a lonely stretch/ Must be losing my touch/ I was out of my depth.’

EMIGRATIE IS traumatisch. Je schepen achter je verbranden. Alles achterlaten: je familie, je geschiedenis, je jeugd, je vrienden, je kerk, je baan, je carrière, je status. Negen uur vliegen, zes uur tijdsverschil, en dan op een ander continent in de meest geïsoleerde stad ter wereld opnieuw beginnen. 'Een collega van mij verzekerde me dat het bij immigranten gemiddeld vijf jaar duurt voordat het niveau van de neurotransmitter serotonine (van invloed op stemmingen - fdv) in de hersenen weer op peil is’, zegt Piet Claassen, een Zuid-Afrikaanse psychiater in Australië.
In een van de talloze luxe koffietenten op de cappuccino mile van Perths zusterstad Fremantle zucht Chantelle Heyden eens diep. Haar serotonineniveau is duidelijk nog niet op peil. 'Is het niet heel erg triest dat ik op mijn veertigste weer helemaal opnieuw moet beginnen?’ zegt ze terwijl ze haar drie jaar oude tweeling achter een draagbare dvd-speler installeert. 'We wonen nog steeds tussen de onuitgepakte dozen. We hebben een huis in Johannesburg dat nog niet verkocht is. Mijn hart zegt dat thuis daar is, maar we moeten het hier proberen te maken. Je bent zo geïsoleerd in Perth.’
Ze vertelt dat haar man Steve in 2002 het slachtoffer werd van een autokaping. Hij werd door zijn belagers uitgekleed, geslagen, met de dood bedreigd, bepist en uiteindelijk in zijn onderbroek gedumpt bij de krottenwijk Holomisa ten oosten van Johannesburg. Steve kwam in 2006 naar Perth, nadat hij hier een baan aangeboden had gekregen. Chantelle: 'We hadden hier vrienden die zeiden: meteen doen! Ik dacht: waarom? Ik wilde naar Europa. Daar heb je geschiedenis en kun je reizen en een kosmopolitisch leven leiden. Steve ging, en ik bleef achter. Hij kwam iedere drie maanden terug, ik raakte zwanger, maar had geen moeite met het leven van een alleenstaande moeder.’
Maar toen waarschuwden vrienden uit Perth dat Steve in een depressie was beland en snel aftakelde. Ze moest als de donder naar Australië. En ze ging. 'Mensen sturen me nu e-mails over hoe alles in Zuid-Afrika achteruit gaat, maar ik zou zo teruggaan’, zegt ze. 'Als je maar wist dat je er veilig was.’
Ze raakt niet uitgepraat over alles wat beter is in Zuid-Afrika: de fitnessclubs, de mobiele netwerken, de particuliere gezondheidszorg, de prijs van de cappuccino’s. 'Bovendien is het heel lastig om Australische vrienden te maken. Ze nodigen je niet snel uit bij hen thuis. De communicatie is erg oppervlakkig. Dus net als de meeste Zuid-Afrikanen hebben wij vooral Zuid-Afrikaanse vrienden. Je hebt bepaalde gemeenschappelijke dingen hè. En al die vluchtelingen die hier binnenkomen, dat is niet goed voor het land. En de misdaad neemt hier ook toe.’
Haar hand schiet uit en ze weet ternauwernood te voorkomen dat de tweeling de dvd-speler sloopt. Ze draait zich om en vervolgt: 'Maar Steve wil hier staatburgerschap aanvragen en zijn Zuid-Afrikaanse nationaliteit opgeven.’

EEN ONDERZOEK door twee Australische psychologen onder ruim honderd Zuid-Afrikaanse immigranten in Australië wees uit dat de grootste psychologische problemen gerelateerd zijn aan verlies, het gevoel voor eigenwaarde en het geweld in Zuid-Afrika. Wat betreft dat laatste hadden de immigranten last van schuldgevoelens over de mensen die zij in Zuid-Afrika hadden gelaten, terwijl zij voor de 'gemakkelijke uitweg’ hadden gekozen.
Dat geknakte gevoel voor eigenwaarde vind je vooral terug onder mannen. Een nieuwe carrière beginnen in Australië is geen sinecure. Zuid-Afrikaanse diploma’s gelden hier vaak niet en dus moet je allerlei examens opnieuw afleggen. En onvermijdelijk moet je stappen terug doen op de loopbaanladder. Doorgaans komt het na een paar jaar en een paar wisselingen van baan wel weer goed. Maar soms leidt emigratie tot een bizarre carrièreswitch. Zo vertelt de 53-jarige Johann Du Plooy dat hij in 2006 'vanwege de toekomst van mijn twee zonen’ naar Perth kwam nadat hij 23 jaar lang had gedoceerd aan Zuid-Afrikaanse universiteiten. 'Daar was ik een hoogleraar, hier moest ik me met eerste- en tweedejaars bezighouden. En het volgende jaar weer, en het jaar daarop weer. Terwijl ik in Zuid-Afrika studenten begeleidde bij hun dissertatie mocht ik me hier niet eens met doctoraalstudenten bemoeien.’
Hij kwam niet vooruit, voelde zich miskend, tegengewerkt. Een jaar geleden gaf hij de brui aan zijn academische loopbaan en opende een Zuid-Afrikaans slaghuis, Mufasa, in een noordelijke buitenwijk waar hij volgens eigen zeggen met redelijk succes choppies, biltong en boerewors verkoopt, hoofdzakelijk aan Zuid-Afrikanen en Zimbabwanen. 'De eerste drie jaar hier waren erg zwaar. Je aanpassen aan een nieuwe cultuur. En ik was ook nog eens drie maanden werkloos.’
Wat hem ook tegenviel was de houding van de Australiërs, die bekendstaan als easy going en lustig strooien met 'no worries, mate’. Maar al die gelijkenissen met Zuid-Afrika zijn een luchtspiegeling. Kom je dichterbij, dan kom je in een heel ander land met een bedillerige, stroperige overheid en een ondoordringbaar woud van regels en boetes, een land ook waar iedereen verantwoordelijkheid uit de weg gaat. En alle koppen boven het maaiveld worden meedogenloos weggehakt, zegt Du Plooy: 'Ze vinden ons Zuid-Afrikanen al snel arrogant en te direct. Kijk, wij zeggen waar het op staat. Ik groeide op het platteland op en daar ben je gewend om te delegeren. Australiërs houden daar niet van. Zij hebben de pest aan mensen die het voortouw nemen. Zoals zo veel Zuid-Afrikanen hier was ik een officier in het leger en dan neem je initiatief.’
Maar je hoort hem niet klagen. Echt 'thuis’ zal het hier nooit worden, maar zijn twee zoons, beiden twintigers, zijn inmiddels afgestudeerd en hebben allebei een baan en een Australische partner. En kortgeleden, vertelt Du Plooy trots, werd hij zelfs opa.
Psychiater Claassen beaamt dat het emigratieproces voor mannen soms onverwacht zwaar is. Australië is egalitair, bijna fanatiek seculier en draagt vrouwenrechten hoog in het vaandel. 'Mijn ervaring leert me dat de ontworteling van de traditionele Afrikaner vaak samengaat met verlies van kerk, taal en status. Bovendien verandert de rol van vrouwen en dochters. Die raken in Australië doorgaans snel geëmancipeerd. Mannen verliezen hun traditionele autoriteit, hetgeen het toch al broze gevoel voor eigenwaarde nog verder ondermijnt.’
Verlies is een sleutelwoord in dat verre Perth. De Triffids bezongen het in hun Wide Open Road, dat in de loop van de jaren tot een alternatief volkslied voor Western Australia is uitgegroeid. 'I lost track of my friends/ I lost my kin, I cut them off as limbs/ I drove out over de flatlands hunting down you and him.’

IETS VAN die vlaktes en die eindeloze weg proef je als je de trein van Fremantle neemt, over de Swan River met zijn zwarte zwanen, naar Joondalup in het uiterste noorden van Perth. Daar, bij het station, wachten Suzette van der Heijden en Judith van Dyk op me. Suzette is een paar jaar geleden begonnen met maandelijkse koffie-ochtenden voor Afrikaner vrouwen in Perth. Judith heeft een ngo opgezet, Welcome2Perth for Women, die nieuwkomers helpt bij het vinden van houvast in Perth, compleet met een Zuid-Afrikaanse psychiater. De vrouwen, beiden begin vijftig, weten uit eigen ervaring hoe zwaar het kan zijn. 'Ik heb zoveel gehuild’, zegt Suzette, 'dat de zeespiegel gestegen moet zijn.’ Dat zou je nu niet meer zeggen. Ze oogt monter en praat met de nodige humor over haar Werdegang. Suzette is een voorbeeld van wat Claassen bedoelde met vrouwen wier rol en zelfbeeld in Australië drastisch zijn veranderd, van traditionele Afrikaner huismus tot zelfverzekerde vrouw voor wie Perth 'thuis’ is.
In eerste instantie klinkt haar relaas akelig vertrouwd. Suzette’s familie kreeg in Zuid-Afrika te maken met extreem geweld. Een gewapende overval thuis; berovingen van haar zoon; schietpartij bij de school van de kinderen; schietpartij in de straat; vrienden vermoord. Maar dat was niet de directe reden om te vertrekken: 'Al die incidenten, we wisten dat het abnormaal was, maar je leert ermee omgaan.’
Maar toen het transportbedrijf van haar en haar man ook nog eens problemen kreeg als gevolg van Black Economic Empowerment (ze moesten de helft van het bedrijf afstaan aan zwarte aandeelhouders) was de maat vol. 'Als je geen stem meer in je eigen land hebt, dan is er niets meer over.’ Ze deden wat in immigrantenkringen bekend staat als een 'lsd'tje’, look, see, decide. Nederland, Brisbane, Melbourne en Sydney. Uiteindelijk, door een speling van het lot - een gecancelde vlucht - werd het Perth. 'Vriendelijke mensen, parken en ruimte.’
Het vertrek viel haar zwaar. Haar Afrikaner wortels zitten diep, zegt ze. Ze is familie van de Boerenoorlog-held generaal Piet Joubert en van Sarie Maré, bekend van het gelijknamige liedje: 'En er is die verbondenheid met de grond hè. We hadden een boerderij bij Ermelo in de Mpumalanga-provincie. Mijn broer woont daar nu nog. Ik wil daar niet meer naartoe, het is te pijnlijk. Ik was ook heel kwaad op de vorige regering (van De Klerk - fdv). Die heeft ons verraden. En wij zijn verzeild geraakt in een sluipende burgeroorlog. Er waren mensen die ons aanmoedigden om te vertrekken. Maar er waren er ook die niet meer met ons wilden praten, die vonden dat we ze in de steek hadden gelaten. Ik weet donders goed waarom ze dat zeggen: zij kunnen daar niet weg. Het hele proces inclusief de verhuizing heeft ons zo'n honderdduizend dollar (75.000 euro) gekost.’
Er werd besloten dat Suzette en haar vijftienjarige dochter eerst zouden afreizen. Haar man zou zes maanden later komen, de verhuisdozen nog eens drie maanden later. Ze 'kampeerden’ in een flat. Het enige wat Suzette had meegenomen waren boeken. 'Boeken die veel voor me betekenden: de bijbel, Afrikaner verhalenbundels.’ En toen zaten ze daar, in die onbekende buitenwijk van Perth, zonder zelfs maar een ijskast. 'Mijn dochter was heel, heel erg lastig. Ze had net een vriendje gekregen in Zuid-Afrika, en daar ging ze naar een gemengde school. Hier moest ze naar een meisjesschool. En ik, ik had geen idee waar de winkels waren, welke producten ik moest kopen. Ik had geen auto. Ik verstond het Australische accent niet.’
Vijf maanden duurde het eer ze andere ex-Zuid-Afrikanen tegenkwam. 'Er waren er toen nog niet zo veel als nu, en ze hielden zich gedeisd. Ze gedroegen zich heel verontschuldigend. Zelfs al hadden ze een Afrikaner achternaam, dan wilden ze nog niet toegeven dat ze Afrikaans spraken.’
Ook haar dochter ging door diepe dalen: 'Ze zijn hier niet dol op hardwerkende leerlingen. Op die school was veel alcohol- en drugsmisbruik. En ook al was het een Anglicaanse school, de meeste leerlingen waren helemaal niet gelovig. Mijn dochter stond een keer op en zei: “Ik ben een christen.” De hele klas viel haar aan. Ze vroegen haar hoe ze wist dat er een God was. En zij zei: “Waar zou ik anders de moed vandaan halen om hier ten overstaan van de hele klas het christendom te verdedigen?” Daarna lieten ze haar met rust.’
Regelmatig gingen ze terug naar Zuid-Afrika. Keer op keer was dat een drama. 'Ik heb geen idee hoe ze me steeds weer het vliegtuig in kregen’, zegt Suzette met een glimlach.

MAAR DE TWEE Australische psychologen merkten het al op in hun onderzoek: Zuid-Afrikaanse immigranten 'gaan beter om met de veranderingen dan verwacht’. Ze hebben grote veerkracht en ze helpen elkaar. Ook Suzette klauterde uit het dal. De laatste grote huilbui was drie jaar terug. 'Eerst moest ik mijzelf hervinden. Mijn identiteit was zoek. Je voelt je hier aanvankelijk toch een soort buitenaards wezen.’
Die speurtocht naar zichzelf begon al na een week, toen haar dochter op schoolreis ging: 'Ik moest zelfs opnieuw ontdekken wat ik graag als ontbijt at. Als mensen vroegen wat ik deed, dan zei ik: kleinhandeltherapie. Ik liep rond en begon de winkels en de producten te begrijpen. Bij Spotlight verkochten ze bijvoorbeeld geen lampen maar stoffen. Het was alsof je een nieuwe taal moest leren. En toen ik mezelf had hervonden begon ik anderen te helpen. Ik had nooit vermoed dat ik zo extravert en sociaal was. Ik maakte snel vrienden. Ik was het ook beu om me te schamen voor mijn Afrikaans. Daarom ben ik die koffiegroep begonnen, iets wat ik in Zuid-Afrika nooit gedurfd zou hebben. Iedere laatste vrijdag van de maand komen we samen, een stuk of dertig Afrikaner dames, en spreken we lekker Afrikaans. Het is een soort tussenstation voor de meesten, een manier om je aan te passen aan de nieuwe situatie en vrienden te maken. We willen niet dat het een Zuid-Afrikaanse enclave wordt, maar een manier om te integreren in Australië.’
En nu is Perth 'thuis’. 'Perfect Perth’, noemt ze het in een e-mail. Het moment dat ze zich dat realiseerde kwam toen ze merkte dat ze het niet erg vond om Zuid-Afrika na een bezoek te verlaten. Closure heet dat in psychologentaal. 'Het land is zo erg veranderd sinds wij zijn vertrokken. Regelmatig lees ik online in Beeld over moorden op mensen die je kent. Dan voel je je schuldig omdat je hen hebt achtergelaten. Maar toen ik Perth vanuit het vliegtuig zag liggen voelde ik een brok in mijn keel. Thuis.’
Het slotakkoord is voor de Triffids, die dat gevoel, die mengeling van weemoed en optimisme, van verlies en een nieuwe horizon, in één zinnetje samenvatten: 'I hear you’re riding a new horse in the sun.’