Perfectionisme als troost

Chad Harbach, The Art of Fielding, € 23,50

The Art of Fielding is een roman die niet slechts door zijn reputatie vooruit is gesneld, maar die er, als in het verhaal van de schildpad en de haas, zelfs meermalen door is ingehaald. Lang voor het debuut van Chad Harbach verscheen, had ik er al over gehoord dankzij het missiewerk van zijn literaire vrienden. Zo beschreef Keith Gessen, net als Harbach oprichter en redacteur van het literaire tijdschrift n+1, afgelopen zomer het ontstaansproces van The Art of Fielding in een lang en gedetailleerd verhaal in Vanity Fair. Voor ik begon met lezen wist ik dus al dat Harbach ruim tien jaar aan de roman had gewerkt; dat uitgeverij Little, Brown er meer dan een half miljoen voor had betaald; dat HBO de filmrechten had gekocht; dat Chad Harbach zo áárdig was; en vooral, dat The Art of Fielding weliswaar over honkbal ging, maar dat het toch echt geen honkbalroman was. Hooggespannen verwachtingen, kortom - en eigenlijk was dat wel zo toepasselijk, voor een roman die, behalve over honkbal, over perfectionisme, faalangst, en verwachtingen gaat.
The Art of Fielding speelt zich af op Westish College, een kleine universiteit in het midwesten van Amerika. Henry Skrimshander is een jonge, getalenteerde honkbalspeler die excelleert op de korte stop: de plek tussen het tweede en derde honk, een van de belangrijkste posities in het veld. Henry wordt door Mike Schwartz, aanvoerder van het kwakkelende honkbalteam de Harpooners, naar Westish gehaald. De wereldvreemde Henry voelt zich op Westish nog minder op zijn plaats dan Charlotte uit Tom Wolfe’s I Am Charlotte Simmons zich op Dupont voelde: de andere studenten lijken ‘allemaal naar een of andere cruciale oriëntatiesessie geweest te zijn’, die Henry heeft gemist. Henry deelt een kamer met de charismatische, homoseksuele Owen, die ook in het team zit. Owen krijgt een relatie met Guert Affenlight, universiteitsvoorzitter en Melville-expert; Affenlights dochter Pella maakt de cast compleet wanneer ze naar Westish komt om een depressie en een slecht huwelijk te ontvluchten. The Art of Fielding beschrijft de verhoudingen tussen deze vijf personages - verhoudingen die, naarmate Henry’s studententijd vordert, steeds complexer en rijker worden.
De roman gaat zonder meer over honkbal - maar dan wel over honkbal als passie, water en lucht. Henry voelt zich alleen op zijn gemak wanneer hij honkbalt; Schwartz bewondert en benijdt Henry om zijn talent. Over zijn eigen capaciteiten is hij minder te spreken: 'Het enige dat hij kon was andere mensen motiveren. Wat uiteindelijk nergens op neerkwam… Wat zou hij niet geven om een talent van zichzelf te hebben, een talent als dat van Henry?… Alles.’ Henry kan weer niet zonder Schwartz’ strenge regime van trainen en spelen, trainen en spelen: 'Henry knew better than to want freedom. The only life worth living was the unfree life, the life Schwartz had taught him, the life in which you were chained to your one true wish, the wish to be simple and perfect.’
Perfectionisme, het hebben van slechts één doel, lijkt vaak troost en zekerheid te bieden. Het geeft focus, richting - een reden om te doen wat je doet. Maar perfectionisme kan ook verlammend werken. Zo had Affenlight voor hij literatuurprofessor en universiteitsvoorzitter werd de ambitie een roman te schrijven. Dat liep nergens op uit: 'It was easy enough to write a sentence, but if you were going to create a work of art, the way Melville had, each sentence needed to fit perfectly with the one that preceded it, and the unwritten one that would follow.’ Wanneer Henry op het punt staat het record van zijn honkbalheld te verbreken maakt hij een cruciale fout. Vanaf dat moment slaat hij lam, kan hij niet meer spelen, en beginnen de kaartenhuizen die de personages voor zichzelf hebben opgebouwd één voor één in te storten.
Behalve over honkbal, faalangst en perfectionisme gaat The Art of Fielding over volwassen worden, over literatuur, vriendschap, bewondering en liefde. Het kwaad heeft hier geen plaats, evenmin als het cynisme dat de boeken van Harbachs n+1-collega’s Benjamin Kunkel (Indecision, 2005) en Keith Gessen (All the Sad Young Literary Men, 2008) kenmerkt. Vergeleken bij hen lijkt Harbach behalve aardig vooral oprecht - wat dat ook moge betekenen; en Henry, Owen, Schwartz, Pella en Affenlight zijn stuk voor stuk personages die oprecht van elkaar, van Westish en van honkbal houden. Dat klinkt sentimenteel, en dat is The Art of Fielding soms ook, maar toch voelde ik tijdens het lezen vooral bewondering voor Harbach, die niet bang is om kwetsbaar of emotioneel te zijn; niet bang om ruim vijfhonderd pagina’s te wijden aan het middelmatige honkbalteam van een middelmatige universiteit in het midden van Amerika. Het resultaat is een ontroerende, mooie, en slimme roman - niet perfect misschien, maar zijn premature reputatie zeker waard.

CHAD HARBACH
THE ART OF FIELDING
Nilsson & Lamm, 512 blz., € 14,95