Toneel

PERMANENTE MAAGPIJN

TONEEL De wilde eend (1)

Een intrigerende vergelijking: hoe klonken cruciale woorden uit een toneeltekst van de Noorse schrijver Henrik Ibsen (1828-1906) in de eerste vertaling (1906) en hoe klinken ze in de laatste (2007)? Voorbeeld. Huisarts Relling analyseert het gedrag van de waarheidsfanaticus Gregers Werle. In de eerste vertaling van J. Clant van der Mijll-Piepers (gespeeld in 1889, in boekvorm verschenen in 1906) heet het dat de jonge Werle lijdt aan een ‘lastige braafheidskoorts’. In de vertaling van Tom Kleijn (2007, gemaakt voor de voorstelling van De Theatercompagnie in de regie van Maaike van Langen) heet het een ‘lastige rechtvaardigingskoorts’. Het (ernstiger) bijverschijnsel heet in de eerste vertaling: ‘U zwijmelt voortdurend in een vergodings-delirium’, en in de laatste: ‘U moet voortdurend iets als in een delirium verafgoden.’
Het verschil moet met het genie van Henrik Ibsen te maken hebben. Het is geen toeval dat Sigmund Freud pagina’s heeft volgeschreven over de toneelstukken van Ibsen, met een mengeling van bewondering en jaloezie. Net als Freuds Weense stadgenoot Arthur Schnitzler slaagde Ibsen erin binnen zijn stukken psychische afwijkingen binnen vijf toneelbedrijven te fileren, waar de beroemde psychiater jaren luisteren en analyseren aan zijn behandelsofa voor nodig had. De wilde eend (1884) heet het toneelstuk en het is (althans in Nederland) een van de minst gespeelde teksten van Henrik Ibsen – ik tel er aan de hand van het proefschrift Ibsen op de planken van Rob van der Zalm (1999) precies vijf, tel er de twee bij op die daarna nog te zien waren (Frans Strijards en Gerardjan Rijnders) en ik kom tussen 1889 en 2004 in totaal op zeven ensceneringen. Voor een toneelcultuur als de onze, waar Ibsen hoog op alle verlanglijsten staat, is dat een magere oogst. Moeilijk stuk misschien? Ontoegankelijk?

Ibsen is een ‘economisch’ schrijver, zijn ‘exposities’ (meestal in het eerste bedrijf) zijn beknopte samenvattingen van het verleden die dienen als voorafschaduwing van de gruwelijke dingen die gaan komen. Ondernemer Werle heeft veertien jaar geleden zijn huishoudster Gina bezwangerd, terwijl zijn eigen vrouw op sterven lag. Hij is direct de schande gaan dichtmetselen: hij heeft een man voor Gina geritseld, ene Hjalmar Ekdal, een bescheiden loopbaan als fotograaf voor hem gekocht, diens vader een baan bezorgd waar-ie nauwelijks iets voor hoefde te doen. De zoon van de industrieel Werle, Gregers, schaamde zich dusdanig voor zijn vader dat hij toentertijd vluchtte naar de meest noordelijke vestiging van Werles mijnen. Nu, na veertien jaar, keert de jonge Werle terug. Hij wil wraak nemen op zijn vader, via diens slachtoffers.

Gregers Werle heeft geen idee wat hij met zijn ‘lastige rechtvaardigheidskoorts’ aanricht. Mike Reus speelt hem alsof hij wel voortdurend iets vermoedt – een soort permanente maagpijn – maar hij dendert door en door en door. Het is een van de afgrijselijke – en tragikomische – kanten van deze enscenering. Tom Kleijn (vertaling/bewerking) en Maaike van Langen (regie) hebben de tekst van Ibsen tot op het bot, wat heet: tot ín het merg, ontdaan van illustratie, van moralistische ruis, van overbodige symboliek. De wilde eend is mede daardoor een bikkelharde en meedogenloze voorstelling geworden. Huisarts Relling ziet zijn jarenlange therapie voor de naïeve Ekdals, die gelukkige maar bedrogen familie, door de halvegare gek Gregers Werle binnen enkele dagen aan gruzelementen geschoten.

Gregers: ‘Welke therapie past u toe?’ Relling (een prachtrol van Sieger Sloot): ‘De mij gebruikelijke: ik zorg dat zijn zelfbedrog in stand blijft.’

(wordt vervolgd)

De Theatercompagnie, De wilde eend. Te zien tot 28 maart; www.theatercompagnie.nl