Persia belt naomi

Met Stubbé-de Groot. LE:

Hé Naomi, met mij! Purrie, meisje! Hoe is het daar? Ja, wel wennen, hoor! Ik mis je zo… Ben je al begonnen op je werk? Ja, eergisteren. Hoe ging het? Ik ben fantastisch ontvangen, maar ik ben wél blij dat ik voor een Nederlands bedrijf werk. Raoul heeft het met dat grand café veel moeilijker, die werkt alléén met lokale mensen. Bosniërs zijn heel zachtaardig, behulpzaam, maar het is toch een ander soort mentaliteit. Spreken ze wel Engels? Matig. Je praat met handen en voeten. Maar wat echt opvalt, is dat je niet alles kunt krijgen op het moment dat je het wilt. Wel een cultuurschokje, hoor. Vind je dát de grootste verandering? Ja. We hebben nu dat appartement en gisteren stond én de boiler aan én de wasmachine én de lichten. Dat kunnen de stoppen dus niet hebben. Doorgeslagen? Ja, dus ik bel onze landlady, komt ze uren later met haar man - Bosnisch ingenieur - met één peertje van honderd watt! O God. Waarschijnlijk omdat ze in de oorlog zo lang geen licht hadden, proppen ze nu in alle lampen honderd watt. Fel licht overal, joh! Misschien is dat het enige wat er geïmporteerd is? Dat kan wel, maar alles brandt dus door! Maar goed, ik bied ze wat te drinken aan, maar ze zeggen nee. Ik denk dat ze beleefd zijn en vraag het nog een keer. Nee dank u. Tot drie keer aan toe. Is het dus ramadan, helemaal vergeten… O God. O Allah, ja! Van die dingen. Toen naar de hoofdstop beneden. Pakt die man uit een dikke tros vier koperdraden en zegt: ‘Dit is ongeveer zestien volt’, en propt dat zo in die totaal uitgebrande stoppen!!! Jeetje. Levensgevaarlijk, maar het werkt weer! De stofzuigerslang is ook al keer op keer met tape geplakt. Ze repareren hier maar door! Is er nog steeds maar twee uur per dag water? Dat is al hersteld, licht ook en de telefoon… Een hoop doet het weer… Ook dankzij óns bedrijf natuurlijk ha, ha… Jááh Perrie, dat weten we nou wel. Zondag gaan we met een delegatie naar Travnik. Er wonen daar zeventigduizend mensen, en slechts drieduizend van hen hebben verwarming. En het is hier min tien! Maar er moet heel wat gelobbyd worden, dus dat wordt mijn eerste klus. Spannend. Nou hè! Maar goed, toen wilde ik dus een stofzuiger gaan kopen, want dat huis is vies joh, maar in de winkel was maar één stofzuiger, dus moet je weer iemand kennen die een neef heeft die weer daar en daar iemand kent… En zo is het met alles. Hoe is de prijs dan? Maakt dat het meteen veel duurder? Het is hier niet goedkoop. Elektrische spullen zijn net zo duur als in Nederland. Maar dat schriftje, weet je wel, dat jullie me gegeven hebben, met al die foto’s en zo, daar heb ik al tien pagina’s in geschreven… Wat leuk! …want ik kan je door de telefoon niet eens een kwart vertellen van wat ik meemaak, en zo weet ik dat je het straks allemaal zult lezen. Als je komt, zal ik je ook een van onze boekjes geven, aangezien ik in Intercultureel Management zit… Jááh Naomi, dat weten we… Ha ha, ja… Maar ik weet zeker, als je dat leest, kun je wat je nu meemaakt makkelijker een plek geven. Wij zijn individualistisch en zij meer met de groep, dat soort dingen staan er in. Dan kun je je gevoel meer in hokjes plaatsen. Wat ik heel raar vind, is dat ik absoluut geen heimwee heb, en dat had ik wel verwacht. Je bent er net een week! Maar ik mis je wel, vooral omdat we gewend zijn te delen wat je meemaakt en nu moet ik wáchten om het te delen, snap je? Ja… Hoe is het met Raoul? Raoul is heel erg de-kat-uit-de-boom-kijkerig. Van: deze mensen hebben oorlog gehad en dat moeten dan nog agressieve mensen zijn. Dat heb ik helemaal niet, maar, wat gebeurt er nou, het café gaat met oud en nieuw open, een geweldig feest, zeker tweehonderd internationals, topsfeer, gelachen, gedanst, gegeten, en dan krijgt een Fransman ruzie met nota bene een Iraniër! Heb ik dat weer! Ha ha ha… Jeetje. Zeg je daar trouwens dat je uit Iran komt of uit Nederland? Nederland, maar ze horen aan mijn uitspraak van mohammedaanse namen dat die anders is, en dan leg ik uit dat ik Iranees ben. Iranese prinses zelfs! Jaaah, Nargomi! Zo is het toch gewoon! Maar wat doet nou die Iraniër? Die steekt die Fransman met een mesje! Ze zijn ook niet te vertrouwen die lui hè! Hou je op! Dus Raoul zegt: 'Jij met je mooie verhalen van: mensen hebben na de oorlog juist géén zin in agressie… We zijn hier een dag en het gebeurt al!’ Maar achteraf stelde het niet veel voor, die ruzie. Dat heb je in Amsterdam ook. Nee, maar ik denk dat Roel bedoelt - daar hebben we het in Nederland ook over gehad van tevoren - als je bedenkt wat er allemaal gebeurd is in de oorlog, betekent dat wél dat die aardige meneer van die stofzuiger of zo misschien heeft gemarteld of geschoten of gedood. Ja… Eigenlijk wil je het niet weten. Nee. En ik denk dat Raoul nog, zeg maar, daarin vastzit. Wij zijn wat dat betreft ook bijna onbehouwen in onze nieuwsgierigheid… Ja, doorvragen hè… Precies, terwijl er mensen in Nederland zijn die over de Tweede Wereldoorlog nog steeds niet kunnen praten! Nee, en op het moment dat iemand me hier vertelt: ik heb moeten doden… en die is dan tien jaar jonger dan ik, hartstikke aardige vent, waar je een uur mee staat te babbelen… nou dan schrik ik me ter plaatse rot! Maar jij weet ook niet wat jij zou doen uit zelfbehoud. Nee… Jeetje mina, nee… Maar wat ook zo geestig is, Roel had het personeel verteld dat ze de kaarsjes op tafel aan moeten doen als een klant gaat zitten. Maar ze nemen alles letterlijk hè! Dus blazen ze als de klant weggaat meteen de kaarsjes weer uit! Halve tent in het donker meteen, maar zo hebben ze het dan begrepen. Heel letterlijk. Ik vraag me af of het niet ook een verschil is in referentiekaders. Ze snappen het misschien wel, maar vinden het moeilijk te switchen. Ja, en ikzelf ook. Dat is écht confronterend. Terwijl ik ook zo'n achtergrond heb: in Iran werkt ook alles met netwerken en het lijkt wel op hier. Dat ik het na zoveel jaar Nederland toch moeilijk vind om te schakelen… naar wat me eigenlijk heel bekend voorkomt. Dat had ik niet verwacht… En dan moet je de balans nog maar zien te vinden van hoe ver je gaat. Inderdaad. Hier geef je mensen die iets voor je regelen snel iets extra’s… En bij ons noem je dat omkoperij! Dat is dus de flexibiliteit van je eigen referentiekader, want als je heel principieel bent zeg je: ik geef niets extra’s. Maar dan overleef je het hier niet! Nee. Nee! Hé, jij hebt nog twee weken te gaan hè? Ja, en omdat het de eerste keer is, weet ik niet als ik steken heb of zo… …of het een wee is? Ja, en dat is raar, ik heb altijd alles onder controle, veel gelezen, snap alles, behalve nu, heel raar… Wat dat betreft zitten we in een vergelijkbare situatie… Alles is nieuw voor ons allebei! Ik heb zitten denken dat, als nou de wee begint, Marc jou belt en dan is het aan jóu of je pas over een week komt of meteen de volgende dag. Ik verheug me er ontzettend op: jou zien en de kleine… Maar ook even weer een weekje bruine boterhammen met kaas, heerlijk… Fax wel al je nummers dan. Oké, doe ik. Oké, spreek je snel. Dag lieffie, dikke kus. Dikke kus.