Hoofdcommentaar

Persoonlijke boycot

In 1978 ging het Nederlands voetbalelftal naar het WK in Argentinië. Daartegen werd geprotesteerd. De bloedige Argentijnse junta zou immers alleen maar goede sier willen maken met het evenement.

Het Nederlands hockeyelftal ging dat jaar óók naar Argentinië, ook voor de wereldbeker. Bij de ceremonie na de finale weigerde speler Hans Jorritsma zijn zilveren medaille uit handen van generaal Videla te ontvangen. De generaal zal het misschien niet gemerkt hebben, maar de Nederlandse Hockeybond was woedend. Jorritsma verloor zijn plaats in het Nederlands elftal.

Het was een mooi gebaar. Jorritsma was naar het WK gegaan voor zijn grote liefde, zijn sport, maar hij leende zich niet voor de accolades van de dictator. Twee jaar later besloten de hockeyers overigens en bloc de Olympische Spelen van Moskou te boycotten.

Nu komen de Olympische Spelen van Peking eraan, en jawel, daar begint de boycotcarrousel van voren af aan. Er is altijd wel een bewogen cabaretier die erover begint, en de vraag is altijd dezelfde: is het moreel te rechtvaardigen dat een atleet zich laat lenen voor een kolossaal propagandaoffensief van een volstrekt afkeurenswaardig regime?

Sla er de China-rapporten van Human Rights Watch of Amnesty International op na en de eetlust vergaat je. In de opmaat naar de Spelen worden de teugels aangetrokken. De activist Hu Jia, drie maanden geleden nog geïnterviewd door De Groene Amsterdammer, zit in arrest. Dat geldt ook voor Yang Chunlin, die vorig jaar juli werd gearresteerd toen hij in de provincie Heilongjiang een petitie voerde tegen landonteigeningen onder het motto: ‘Wij willen geen Olympische Spelen, wij willen mensenrechten’. Tienduizend boeren tekenden de petitie. Yang Chunlin is sindsdien ‘incommunicado’ en men vreest dat hij wordt gemarteld.

In de aanloop naar de Spelen loopt China’s voortvarende pr-beleid schade op en de Chinese autoriteiten worden er merkbaar nerveus van. Bij de opening van het zwemstadion bleek de internationale pers vooral geïnteresseerd in berichten dat dodelijke ongelukken tijdens de bouw uit de publiciteit zijn gehouden. De kunstenaar Ai WeiWei, medeontwerper van het Olympisch Stadion, weigert op politieke gronden aanwezig te zijn bij de opening. Prins Charles komt niet, vanwege zijn loyaliteit aan de dalai lama. Steven Spielberg bedankte publiekelijk voor de organisatie van de openingsceremonie als protest tegen China’s betrokkenheid bij de genocide in Darfur. Spielbergs boodschap ging gepaard met een open brief van een grote groep Nobelprijswinnaars, politici, celebrities en Olympische atleten aan president Hu Jintao met een oproep iets te doen tegen de wreedheden in Soedan.

Onder hen ook de schaatser Joey Cheek. Hij won in 2006 goud in Turijn en schonk toen zijn bonus aan Darfur. Cheek heeft het dekselse plan om duizend (oud-)atleten naar Peking te sturen die in het Olympisch dorp én op straat openlijk met hun Chinese gastheren over de olie- en wapenhandel met Soedan en de dood van honderdduizenden mensen in Darfur zullen praten.

Zullen Nederlandse atleten dat ook doen? De boycotoproep is al met schamper gelach door de autoriteiten terzijde geschoven, alleen al omdat de initiator, Erik van Muiswinkel, eerder fier had verdedigd dat het Nederlands cricketteam tijdens het WK van 2003 ook een wedstrijd in Zimbabwe speelde. Minister Verhagen gaat dus gewoon op de tribune zitten naast de prins van Oranje en Erica Terpstra, de marketentster van het NOC*NSF. Terpstra stelde eerder dat Nederland talloze politieke en handelsdelegaties naar China stuurt, zonder een woord van kritiek, dus waarom zou de Olympische ploeg die morele taak opeens op zich moeten nemen?

Daar heeft zij een goed punt. Voor atleten is deelname aan de Spelen het hoogst bereikbare, en dan is het ook nog eens hun broodwinning, dus niemand kan hun de vreugde ontzeggen om op 8 augustus dat fantastische stadion binnen te lopen. Maar dat wil niet zeggen dat zij in dat pandemonium niet, net als Joey Cheek, hun eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen. En daar zit een adder onder het gras: dat mogen zij niet. Het NOC*NSF verbiedt de leden van de ploeg uitingen te doen die politiek kunnen worden opgevat. Geen dalai lama-armbandjes. Geen gesprekjes over Soedan in het theehuis.

Dat is belachelijk. Als wij een Nederlandse ploeg zenden, laat dat dan ook een Nederlandse ploeg zijn – een los verband van zelfstandig denkende, democratisch gevormde lieden uit een land waar de vrijheid van meningsuiting vrijwel absoluut is.

Het is te billijken dat je bij de opening allemaal hetzelfde oranje jasje draagt. Maar het zou prachtig zijn als de Nederlandse judovrouwen een klein Tibetaans vlaggetje op hun mouw zouden naaien als discrete steun aan een geterroriseerd volk. Het zou de potten onder de vrouwenhockeyers sieren als zij een klein regenboogje dragen als eerbetoon aan hun lesbische Chinese zusters, die openlijk worden gediscrimineerd. Het zou de zeilsters beslist niet misstaan als zij blijk gaven van sympathie voor de missie van Joey Cheek.

Diezelfde Hans Jorritsma van dat hoogstaande gebaar in Argentinië is tegenwoordig begeleider van het Nederlands voetbalelftal. Wat zal hij zeggen als Clarence Seedorf een klein rouwbandje omdoet als steunbetuiging aan die moedige Yang Chunlin? Dat dat niet mag, van Erica Terpstra?