Perszaken ‘cnn was er toch maar!’

Zodra ook maar ergens ter wereld de pleuris dreigt uittebreken, zitten we er weer. Nachtenlang gekluisterd aan de buis, afgestemd op CNN. En terecht, meent perskenner JanBlokker. ‘CNN is het beste wat er op de televisie is.’ Het journalistieke wereldbeeld van een geboren scepticus. ‘Auschwitz en Joegoslavie" verwonderen mij in het geheel niet. De mens is van nature slecht.’

Ik zit raar in elkaar, denk ik. Ten aanzien van een aantal dingen ben ik heel zonnig en goed gehumeurd, maar ik heb van jongs af aan een ingebouwd soort scepsis die je het best kunt vertalen met de boodschap: “De mens is slecht. ’‘Nooit ofte nimmer zal ik geloven in de socialistische boodschap van de verbeterbaarheid van de mens. Onzin. Het gevolg is dat het mij absoluut niet verbaast wat er in het voormalige Joegoslavie gebeurt. Er zitten daar heel veel slechteriken bij elkaar. Nog niet zo lang geleden is een notoire boef die hier ontsnapt is uit de Bijlmerbajes minister geworden van een van die ministaatjes. Nou…
Het is misschien schandelijk om te zeggen, maar ik heb ook nooit verzucht: ’'Here o Here, hoe is het toch mogelijk dat er in deze wereld een Auschwitz heeft bestaan?” Natuurlijk is dat mogelijk. Het is chemie. De mensen zijn slecht en als de omstandigheden er zijn, welaan dan. Wat wij beschaving noemen en de wijze waarop we de boel een beetje bij elkaar houden is niet meer dan een dun laagje vernis dat barst en breekt als je even prikt of krabt. Het enige wat we in een paar duizend jaar bereikt hebben is dat het vernislaagje wat steviger en dikker is geworden. Dat is dan weer mijn zonnige kant, niet?’
Hij lacht, kijkt door het raam, driehoog aan een Amsterdamse gracht. Het is een ruime kamer, de wanden vol boeken, op de werktafel staat een ouderwetse schrijfmachine. 'Ik verspil pakken papier, want ik heb een soort dwangneurose dat het netjes moet zijn. Als ik aan het eind van het velletje een tikfout maak, haal ik het blad eruit en doe ik het overnieuw. Ik ben een ontzettende tobber qua schrijven.’
Hij vindt journalistiek nog altijd het mooiste vak ter wereld, zegt hij, al is hij er toevallig ingerold. 'Ik studeerde nog en ik ging al bijna trouwen, maar ik had geen geld en toen kreeg ik een baantje aangeboden op de kunstredactie van Het Parool. Ik ben nooit meer met dat vak opgehouden.’
Het Parool, de VPRO, de Volkskrant, Jan Blokker heeft het allemaal meegemaakt. Hij heeft een roman geschreven, scenario’s, hij is zelfs een tijdje hoogleraar persgeschiedenis geweest. Twee keer per week schrijft hij in de Volkskrant zijn column, 'het nec plus ultra van de journalistiek’, zoals hij het zelf noemt. Blokker: 'Kent u dat mooie verhaal over Simon Carmiggelt? Op een keer vroeg een interviewer hem waarom hij elke dag opnieuw zijn stukje schreef. Zonder nadenken antwoordde Carmiggelt: “Omdat de man die de kopij ophaalt om half drie voor de deur staat.” In die tijd hadden de mensen die regelmatig voor Het Parool schreven een spciaal kastje aan hun brievenbus waarin je de kopij legde; die werd dan ’s nachts door een loper op een bromfiets opgehaald. Die man moest door de gure wind en de bijtende kou, nou, Carmiggelt wilde in discipline niet voor hem onderdoen. Daar gaat het om: discipline. Niemand heeft mij ooit verplicht om het te doen, ik heb het mij zelf opgelegd. Dus schrijf ik elke maandag en elke vrijdag een stukje. Of ik ziek ben of ruzie heb met mijn vrouw of dood ben, het maakt allemaal niets uit, de lezer wil een stuk hebben. En dat krijgt hij.’
U zegt: als ik dood ben.
'Ja, maar ik heb geen stukjes klaar voor na de uitvaart, hoor. Ik heb niets in portefeuille, ook nooit gehad. Het is allemaal vers. Neem nu die affaire met de NOS. Drie jaar geleden werd Max de Jong tot voorzitter benoemd. Dat is een typische McKinsey-man, die was aangezocht om het boeltje eens schoon te maken en te saneren. Dat was een heel moedige beslissing van minister Hedy d'Ancona. Maar diezelfde mevrouw benoemt nu, terwijl er nog maar een begin is gemaakt van een echtmanagement, Andre van der Louw van de Partij van de Arbeid, echt een rare ouwe lul. Dus schrijf ik in mijn column waarom dat gebeurd is. De Partij van de Arbeid staat voor verkiezingen en het bestuur heeft tegen Hedy gezegd:“Jij hebt daar een vacature, benoem nou die kwibus, want anders gaat hij weer stennis maken en dat is wel het laatste wat we kunnen gebruiken in deze voor de partij toch al moeilijke tijden.” Ik heb er geen bewijzen voor dat het zo is gebeurd, nee, ik heb dat gefantaseerd, al ben ik er tamelijk van overtuigd dat ik met mijn scenario aardig in de buurt ben van de ware motieven voor die benoeming.
Ik ben absoluut nooit achter mijn schrijfmachine gaan zitten om eens even die of die de grond in te trappen. Dat zou niet eerlijk zijn. Ik probeer ook niet te kwetsen, maar ik ga ook niet zitten denken van: Goh, zou ik dat wel doen? Is dat wel leuk voor die meneer of die mevrouw? Nee, met zo'n reflex ben je fout bezig. Het aardige van zo'n column is juist dat je heel vrij gevochten kunt schrijven, dat je niet onderhevig bent aan die journalistieke de ontologie van hoor en wederhoor.’
Blokker staat op en komt terug met een boek: The First Casualty van Philip Knightley, ex-redacteur van The Sunday Times en nu hoogleraar in perszaken.
'De titel refereert aan een uitspraak van een Amerikaanse senator die gezegd heeft: “In times of war, the first casualty is the truth.” Het is eenheelleerrijk, maar ook heel ontmoedigend boek. Het gaat over de geschiedenis van de oorlogsverslaggeving, van de Krim tot Vietnam. Het is een opeenstapeling van leugens, van pleuris, van alles wat met de waarheid in strijd is. Lang voor de Golfoorlog, al in de Krimoorlog, waren er Schwarzkopf-achtige generaals die probeerden de verslaggevers voor te liegen, ze op een dwaalspoor te zetten. Ik ben ervan overtuigd dat we over een poos op een heel andere manier de ware onthullingen over Joegoslavie zullen krijgen omdat daar waanzinnig veel eenzijdigheid en verkleuring van de feiten is.
Nationalistische overwegingen spelen een rol, gewoon het domweg niet weten, het uit de duim zuigen. Het hoeft niet eens zo erg te zijn. Als je als journalist weken of maanden optrekt met een Servische gids, of juist met een Kroatische, dat maakt soms het hele verschil. Maar het is inherent aan de journalistiek. Je gaat naar de hel, je wordt ondergedompeld in een mengeling van feiten en emoties, tja, en altijd weer schiet je tekort, dat is bijna de condition humaine van het vak.’
Ik neem het verslaggevers in oorlogssituaties niet kwalijk als ze fouten maken, tenzij ze dingen uit hun duim zuigen, zoals heel vaak is gebeurd tijdens de Tweede Wereldoorlog en ook tijdens de oorlog in Vietnam. Toch gaat het niet alleen om de individuele verantwoordelijkheid van de journalist, er is meer in het geding. Talloos zijn de voorbeelden van journalisten die hebben meegemaakt dat ze aan hun hoofdredacteur of hun redactiechef laten weten dat er geen nieuws is en dat ze te horen krijgen: “Ben je belazerd? Maaknieuws!” En die verlakkerij is enorm toegenomen onder druk van de concurrentie. Het kan niet sensationeel genoeg meer zijn, want sensatie doet verkopen. Bij de televisie is dat uiteraard honderd keer erger dan bij kranten. Iedere producent is als de dood dat zijn programma niet scoort, want dan zegt zo'n omroep tegen hem: “De kijkcijfers zijn wel laag, maar het is goed gemaakt” wat in de praktijk betekent: “Sorry jongen, zoek elders emplooi.”
De enige uitzondering is CNN. Ja, ze zijn natuurlijk ook in Schwarzkopf gestonken. En wat Peter Arnett vanuit Bagdad heeft bericht, was soms zeer op de rand, maar CNN was er toch maar. De inval van het Amerikaanse leger in Panama, de persconferentie van Arafat en Peres, de “Oktoberrevolutie” in Moskou, dat komt from the spot naar mij toe. En dat is goed gedaan! Die zender heeft mensen in dienst die behoorlijk weten waarover ze het hebben en die heel conscientieus te werk gaan, met hoor en wederhoor. Denk nu niet dat ik blindelings geloof wat CNN zegt, maar het is het beste wat er op de televisie is.’
CNN ziet de wereld toch door een Amerikaanse bril?
'Jeetje, wat is dat nou! Natuurlijk zijn er bij CNN Amerikaanse accenten maar het is echt niet zo, zoals men ons wil doen geloven, dat het een uitgekiend media-imperialistisch scenario is. Voor mij mag er best Euronews zijn om de wereld te coveren vanuit een zogenaamd Europees perspectief al kan ik mijdaar niets bij voorstellen maar de voorwaarde is wel dat ze het met de zelfde gedegen ambachtelijkheid doen als CNN. En dat kunnen ze niet, vrees ik.
Neem nu al die opwinding bij de Gatt-akkoorden om de Amerikaanse films te weren. De Fransen hebben natuurlijk weer de grootste bek. Dan denk ik:“Meneer Mitterrand, probeer nu eerst eens Dallas te maken of een echte goeie,lekkere, geile speelfilm, en zeur dan nog eens na.” Kijk, ik vond Fellini schitterend en Bergman prachtig, en ik heb natuurlijk ook gedweept met Truffaut, maar niemand heeft zo'n mooie continuiteit van prachtige speelfilms als de Amerikanen. Fellini is zo ontzettend populair omdat hij het dichtst aanleunt bij de Amerikaanse traditie; in meer dan een interview heeft hij gezegd dat hij als jochie niets anders deed dan naar westerns en andere films kijken. Kijk, het is schitterend dat er in Armenie, China en Finland prachtige, kunstzinnige films worden gemaakt, en ik zou ze ook voor geen goud willen missen, maar ze moeten niet proberen mij te dwingen alleen dat te zien.’
De achterliggende gedachte is dat beperking van de Amerikaanse films noodzakelijk is om de Europese culturele identiteit overeind te houden.
'Mag ik een heel neo-darwinistische stelling verkondigen? Als er zo weinig is overgebleven van die zogenaamde Europese identiteit dat een paar films meer of minder de doodsklokken zullen luiden, dan stelt die identiteit toch niets voor.
Ik ben er een groot voorstander van dat er per land een soort protectie is. Ik ben ook een groot voorstander van subsidies, omdat de overheden de plicht hebben om ervoor te zorgen dat het kwetsbare stukje cultuur beschermd wordt. Maar wat moet ik mij toch in ’s hemelsnaam voorstellen bij die Europese eigenheid? We moeten gewoon het meesterschap van de Amerikanen durven te erkennen. Hebt u al eens gekeken naar het verschil in aanpak van tenniswedstrijden op de Franse en de Amerikaanse televisie? Die stompzinnige Fransen verslaan Roland Garros met 73 camera’s, waarvan er een ter hoogte van de zon staat, en dan de hele tijd maar schakelen en almaar in de tribune een mooie meid zoeken… Intussen is de buitengemeen spannende slagen wisseling compleet zoek. Op Flushing Meadow staan drie camera’s, precies op de goede hoogte. Het is niet eens een schande. Aan de overkant van de oceaan bestaat die maak cultuur al honderd jaar, dat is daar echt een culturele industrie.’
Waarbij het produkt minder belangrijk is geworden dan de marketing, de merchandising en noem maar op. Een voorbeeld: 'Jurassic Park’.
'Ja, maar wat ik niet geloof is dat de amusements industrie, hoe geraffineerden geslepen ook, Jurassic Park in je strot kan rammen als je dat niet wilt.Toen ik in Rome was, werd daar op de televisie meer dan een uur reclame gemaakt voor die film. Ik dacht alleen maar: “Gadverdamme, die rare beesten, wat moet ik daar nu mee?” Het zou erg elitair zijn om te denken dat ik een uitzondering ben en dat al die anderen, die grote massa… Ik weiger te geloven dat wij zielige, domme nikkertjes zijn die zich met spiegeltjes en kraaltjes laten bekeren. Weet u dat de rage van de dinosaurussen al dateert van voor Spielberg? Drie jaar geleden al verzamelde mijn kleinzoon van vijf,net als al zijn klasgenootjes, die rare monsters. Kennelijk bestond het industrietje al.
In Nederland werd aan het eind van de vorige eeuw het Centraal Bureau voor de Statistiek opgericht. Dat bureau heeft in de loop der jaren herhaaldelijk het lees gedrag van de Nederlanders onderzocht. Welnu, uit het eerste onderzoek blijkt dat een kwart van de landgenoten nooit een boek leest. Bij het laatste onderzoek is dat nog precies hetzelfde. Al die jaren is er verschrikkelijk veel propaganda gemaakt om dat cijfer te veranderen, maar het helpt niet. En het omgekeerde is even waar. Ook al komen er zeven RTL’s, een bepaalde categorie mensen zal nooit, nooit, nooit naar die slijmerige Henny Huisman kijken. Meer nog, ik geloof sterk dat er een verzadigingspunt komt waarbij de kijkers weer afhaken. Ik heb daar geen bewijzen voor, maar ik zie wel een gelijksoortige evolutie bij de kranten. Tien jaar geleden schreeuwden de doemdenkers dat zo omstreeks anno nu er nog maar een krant zou bestaan: De Telegraaf. Maar wat leren de cijfers? De Telegraaf stagneert al jaren. Het Algemeen Dagblad zeg maar: de Rotterdamse Telegraaf gaat achteruit, maar de twee fatsoenlijke kranten, NRC en Volkskrant stijgen. Er is dus nog hoop. Blokker zegt het: wanhoopt niet!’