Perverse onschuld

EEN PAAR WEKEN geleden stuitte ik al zappend op een curieuze scène. Ik viel midden in de Mini-playbackshow, dat tv-programma waarin kinderen vanaf een jaar of vier met behulp van schmink en glitterkostuums in Whitney Houston, Prince, Madonna of Elvis metamorfoseren. Even veranderen ze in vamp of stud en wiegen ze volleerd met hun heupen, maken ze droogneukbewegingen voor de microfoon en grijpen ze dansend in hun kruis alsof het niks is. Bij RTL4 vindt men dat schattig.

Vóór hun gedaanteverwisseling tot o zo volwassen popster en voordat ze hun nummer mogen opvoeren, staan ze ‘naturel’ tussen de kledingrekken. Henny Huisman maakt vaderlijk een praatje met de verlegen kleuters, vraagt hoe oud de lagere-schooldreumesen zijn en vangt soms een onschuldig kusje op de wang. Dat is allemaal zoals het gaat in de Mini-playbackshow. Maar een paar weken geleden ging dat routineus-vertederende gesprekje in de kleedkamer nog een stap verder. Een blond meisje, nog ruim in het puppy-vet, stond stuurs naast papa Huisman. Of ze verliefd was, wilde hij weten. En op wie dan? Na enig dralen gaf ze toe: ze was verliefd op haar meester. Laten we hem voor het gemak meester Henk noemen.
Henny Huisman, voor geen kleintje vervaard, vroeg door. Wilde ze met meester Henk trouwen? Wist ze of hij niet al getrouwd was? Maakte haar dat niets uit? Was ze niet nog wat jong? Wilde ze desondanks met meester Henk trouwen? Bedeesd knikte of schudde het meisje met haar hoofd, maar op de laatste vraag antwoordde ze beslist. Ja. En wat gebeurde? Meester Henk kwam uit het publiek het podium opgerend op de manier waarop ze alleen in showprogramma’s op de tv rennen, knielde naast haar neer, de camera zwenkte voor een moment naar de trotse ouders op de eerste rij, en Henny Huisman voltrok het huwelijk. Met nepringen en al.
Een programma als de Mini-playbackshow balanceert op de grens. Natuurlijk, kinderen hebben zich altijd willen verkleden, hebben altijd in de garderobe van hun ouders gerommeld. Welk meisje heeft niet de bh van haar moeder gepast? Natuurlijk is dat, ook al is het een tikje erotisch, over het algemeen onschuldig en, vooruit, schattig. Maar hier werd, wat mij betreft, de grens tussen wat schattig is en wat pervers ver overschreden. Ik kan het niet los zien van de seksualisering van het publieke domein, waarin de erotisering van het kind een grote plaats in neemt. Lolita heeft inmiddels een heel leger veel jongere zusjes gekregen die zwaar opgemaakt op de covers van modebladen staan, die reclame maken voor kinderkleding die speciaal voor nimfijnen bedoeld lijkt, die volwassenen vermaken op tv. Over de Mini-playbackshow, en over sommige modefoto’s waarvoor kinderen poseren, hangt, het is inmiddels vaak gezegd, een licht zweem van kinderpornografie.
DE FOTOGRAFE INEZ van Lamsweerde tart in haar werk die grens - en andere grenzen. In 1993 maakte ze de fotoserie Final Fantasy, waarin, zou je kunnen zeggen, de pervertering van het kind centraal staat. Op de foto’s staan peuters in kokette posen, ze dragen roze hemdjes en glimmen onnatuurlijk - ze zijn onschuldig en angstwekkend tegelijk. De foto van Wendy laat bijvoorbeeld een roodharig meisje zien dat op de grond zit. Haar ene knie steekt de lucht in, haar andere been heeft ze gevouwen voor zich, de hiel van haar voet maakt dat je net niet in haar kruis kan kijken. Een bandje van haar jurk is uitdagend van een schouder gegleden, maar om een pols draagt ze, heel kinderlijk, een bedelkettinkje. Haar haar lijkt, heel volwassen, geföhnd, maar ze heeft ook een kinderachtige pony. Ze lijkt spontaan te lachen, maar haar gezicht heeft ook iets stars, bevrorens. Wendy is een 'kindvrouw’, half kind en half vrouw.
Zoals bij veel foto’s van Van Lamsweerde bekruipt je direct een onaangenaam gevoel. Pas als je beter kijkt, zie je dat er ook echt iets is mis is. Er is dan ook meer aan de hand met Final Fantasy: met de paintbox, een computer waarmee je beelden kunt manipuleren, heeft Van Lamsweerde volwassen mannenmonden in de meisjesgezichten gemonteerd. Ze heeft dat technisch zo perfect gedaan dat het nauwelijks opvalt. Ze heeft de kleine meisjes ook nog achter een glasplaat gefotografeerd, waardoor hun ledematen hier en daar iets merkwaardig verwrongens hebben. De peuters zijn dus daadwerkelijk een soort tussenwezens: ze zijn kind noch volwassene, man noch vrouw.
Voor haar nieuwste serie The Widow, die op het moment te zien is in de Amsterdamse galerie Torch, heeft Van Lamsweerde ook weer een meisje gefotografeerd. Let wel, de weduwe op de foto’s wordt 'gespeeld’ door het achtjarige model Kirsten. Van Lamsweerde had al eerder met haar gewerkt, voor een modebrochure voor de parfumlijn Joop! en zag dat het blonde meisje meer 'potentieel’ had.
The Widow bestaat uit vier foto’s: een vierkante foto van een uitsnede van het gezicht van Kirsten en drie grote foto’s van het meisje in drie verschillend gekleurde jurken. Die kleuren zijn - heel klassiek - wit, zwart en rood. Op The Widow (black) zit het meisje zijwaarts in een zwarte rouwjurk met een vervreemdend witblauw parkietje op haar heup. Ze draagt schoenen met hoge hakken, ze heeft een wasbleek gelaat, haar ogen zijn subtiel opgemaakt. Ze is een mini-volwassene die opvallend mollige kinderhandjes met kortgeknipte nageltjes heeft. Naast haar ligt een losse zwarte ceintuur en op de achtergrond zie je vaag een trouwjurk om, zo ben je geneigd te denken, een pop zonder hoofd die wordt vastgehouden door een zeer volwassen vrouwenhand met roodgelakte nagels. Dat is ongetwijfeld heel symbolisch bedoeld.
Op The Widow (white) draagt het model een witte jurk, haar zwart geschminkte gezicht drukt rouw uit. Alleen op de wangen en de mond zijn lichte toefjes rood te zien. Het minst onschuldig is The Widow (red). Die foto laat een eigenaardige piéta zien: het piepjonge meisje houdt een zeker veertigjarige man met grijze baard in haar armen. Ze heeft een knalrode jurk aan, ze heeft haar ogen geloken, de pupillen zijn weggedraaid. De Christus gaat in het zwart en lijkt nog in leven. Heel expliciet laat Van Lamsweerde hier zien wat de andere foto’s ook suggereren (een weduwe van acht!): hier zou sprake van pedofilie of incest kunnen zijn.
The Widow is minder beklemmend dan Final Fantasy - daarvoor zijn de foto’s te nadrukkelijk gestileerd, ze gaan ook wel heel overduidelijk over lijden - maar ook hier is de grens tussen onschuld en perversie en tussen meisje en vrouw vervaagd. Juist The Widow zet mij aan het denken, ook over Final Fantasy. Wat wil Van Lamsweerde met haar werk? Jawel, haar foto’s zijn behalve uiterst esthetisch lichtelijk vervreemdend en surreëel. Ze gaan over zeer eigentijdse, verontrustende, om niet te zeggen modieuze thema’s en hebben door haar manipulaties iets ironisch. Van Lamsweerde maakt uitbundig gebruik van clichés, van overbekende, gecorrumpeerde beelden die ze net een beetje meer corrumpeert dan gebruikelijk is. Maar de vraag is hoe ontregelend haar foto’s werkelijk zijn.
DE IN NEW YORK wonende Van Lamsweerde (1963) is in korte tijd uitgegroeid tot een van de meest gevraagde fotografen van de Verenigde Staten. Ze groeide op met, zoals ze zelf zegt, de Vogue op tafel. Haar moeder was modejournaliste, zelf bezocht ze aanvankelijk de mode-academie. Die verliet ze na twee jaar om naar de Rietveld Academie te gaan en zich op fotografie toe te leggen. Maar de mode verloochende ze niet. In haar werk maakt ze gebruik van allerlei elementen van de modefotografie: haar foto’s hebben de scherpte en technische perfectie van modefoto’s, ze werkt met modellen in de studio, is omringd door een team van visagistes, stylistes, kappers en technici, en manipuleert, zoals gezegd, haar foto’s met de paintbox, een apparaat dat vooral door reclamemakers wordt gebruikt. En ze werkt bij voorkeur met mooie, koelbloedige dames. Ze heeft een bliksemcarrière gemaakt en staat als omstreden en controversieel te boek.
Ze werd begin jaren negentig bekend met zinneprikkelende foto’s van sexy vrouwen. Voor de Groningse manifestatie Fotowerk in 1992 monteerde ze bijvoorbeeld een aantal pin-ups voor treurige Groningse stadsgezichten als de plaatselijke suikerfabriek en een flatgebouw in aanbouw. Voor een gigantisch billboard op Canon Image Center maakte ze een foto van een koele blondine in haute-couture-jurk die zeer gestileerd de grond likt. In 1993 haalde ze het nieuws met een foto van twee schaars geklede vrouwen die de onderkant van de Hortusbrug moesten sieren. Een feministische actiegroep stak daar een stokje voor en bekladde het kunstwerk. Voor al die foto’s gebruikte ze gangbare erotische houdingen, maar ze zette die zo zwaar aan en liet haar modellen zo zelfbewust in de lens kijken, dat haar foto’s ook iets van een parodie op die al te bekende plaatjes waren. 'Ik steek juist de draak met de afgesleten voorstellingen van vrouwen, maar in de taal van clichés’, zei Van Lamsweerde over die vroege foto’s.
Haar werk werd schrijnender toen ze in 1993 naar New York verhuisde. De beroemde serie Thank you Thighmaster (een thighmaster is een populair gymnastiekapparaat in Amerika om de dijbeenspieren te verstevigen) is regelrecht geïnspireerd op de Amerikaanse voorkeur voor plastic, facelifts en maakbaarheid als bezwering van de dood. Met de paintbox heeft Van Lamsweerde beelden van etalagepoppen en een fotomodel in elkaar geschoven. Het griezelige resultaat: wezenloos starende vrouwen met perfect geproportioneerde lichamen in verstarde posen. Ze zijn naakt en hoewel naakt voor natuurlijkheid staat, zijn ze zo artificieel als maar mogelijk is. Je ziet eerst het cliché, dan de dubbelzinnigheid: de gladheid en stilering gaat zo ver dat de vrouwen geen vagina en tepels hebben. Het is niet duidelijk waar de grens tussen mens en pop ligt; de vrouwen zijn seksloos en identiteitsloos en zien eruit alsof ze genetisch gemanipuleerd zijn, als enge posthumane wezens.
DE FOTO’S VAN Inez van Lamsweerde gaan ook op een andere manier over grenzen. Ze maakt modefoto’s voor glossies als Vogue en The Face, ze maakt advertenties voor chique modemerken, en ze maakt 'vrij’ werk. Nadrukkelijk beweegt ze zich op het grensvlak tussen commerciële fotografie en kunst. In 1991 verwoordde ze haar droom: 'Ik zou het fantastisch vinden als mijn werk zowel in een modeblad als de Vogue of in de Playboy zou staan als in het museum zou hangen.’
Die droom is ontegenzeglijk uitgekomen. Ze wordt niet alleen door de glossies omarmd; haar foto’s hingen ook op de Biennale in Venetië en worden ook in het Groninger museum tentoongesteld. 'Al mijn werk wordt nu als een geheel gezien,’ jubelde Van Lamsweerde twee jaar geleden al in de Volkskrant. 'Zelf heb ik de scheiding tussen kunst en mode nooit gemaakt. Voor mij zijn de twee gelijkwaardig.’ De interviewster, Ineke Schwartz, voegde daar nog aan toe: 'Ze werkt binnen het systeem in plaats van het van buitenaf te bekritiseren. Maar ze hanteert wel een verborgen agenda: onderhuids gaat het over het gebruik van stereotypen, over frustratie en over onmacht tot communicatie. Die extra inhoud is voor de goede verstaander.’
Misschien ben ik geen 'goede verstaander’, maar voor mij ligt in die omni-inzetbaarheid van het werk van Van Lamsweerde wel degelijk een probleem. Het is in mijn ogen werk dat esthetische clichés wil ondermijnen, maar ook weer niet te erg, want het moet esthetisch blijven. En geldt dat niet voor de meeste full color-commercie die nu wordt bedreven? De vraag is, nogmaals, hoe ontregelend Van Lamsweerdes foto’s nu werkelijk zijn.
De likkende vrouw op het billboard van het Canon Image Center werd, in aangepaste vorm, door Mazda gepikt voor een advertentiecampagne. Van Lamsweerde wist dat terug te draaien en gebruikte het beeld vervolgens zelf voor een schoenenreclame. Toen er in Amsterdam veel gekrakeel was over Van Lamsweerdes bekladde dames onder de Hortusbrug beschreef Rinus Ferdinandusse fijntjes hoe een argeloze beschouwer van de foto van de wijdbeense vrouwen vergeefs zocht naar merk en prijs van de inlegkruisjes - de maandverbandfabrikanten waren juist bezig met een offensief. Het is precies de ervaring die de reclamefoto’s van Van Lamsweerde die nu in het Groninger Museum hangen oproepen: mooie foto, maar waar staat het merkje? Ook The Widow zou heel goed reclame voor een modieus kledingmerk kunnen zijn.
Nog even terug naar de Mini-playbackshow. Natuurlijk spelen de makers daarvan min of meer bewust een spel met de grens die tussen onschuld en perversie loopt. Net als de gemanipuleerde foto’s van Van Lamsweerde is de playbackshow volkomen artificieel en nep - er wordt niet eens echt gezongen! De moderne reclame is zich even goed van haar kunstmatigheid bewust: naakt is nooit zomaar meer naakt, een geraffineerde reclame is een reclame met een ironische knipoog. Hoe verleidelijk en aantrekkelijk de foto’s van Inez van Lamsweerde ook zijn, ze verdienen harde vragen.