Profiel: Satan

Peter Brusse

Over de duivel wordt verschillend gedacht. Hij schept verwarring. De een vreest hem als de pest, de ander offert zich op en wenst door hem bezeten te worden.

In de Verenigde Staten start de verkiezingscampagne ‘Satan for President’: ‘Het is tijd dat alle Amerikanen begrijpen dat onze leiders corrupte zakkenvullers en nietsnutten zijn… Onze kandidaat is man noch vrouw, ofschoon hij gezien wil worden als mannelijk, omdat hij niet beschaafd genoeg is om vrouw te zijn… Dus of u hem nu Satan, Lucifer, Beëlzebub, Het Kwaad of De Boze noemt, hij staat voor één ding: integriteit. Stem Satan in 2004.’

Maar Satan kan, omdat hij nu eenmaal Satan is, nooit overwinnen. Hij is gedoemd te verliezen omdat hij tenslotte altijd door het leger van God verslagen zal worden. Daarom noemden de ayatollahs uit Iran Amerika het Rijk van de Satan, zoals de Amerikanen in de Sovjet-Unie het Evil Empire zagen. En Saddam Hoessein riepen ze uit tot nieuwe Satan.

Het is een bekende truc. De Britse conservatieven demoniseerden Tony Blair en beeldden hem op hun verkiezingspamfletten af als een ‘gemene duivel’. Maar Blair liet zich geen staart aannaaien en hoorntjes opzetten. Hij was geen duivel, al beseft hij als messiaans christen wel dat het kwaad weer onder ons is. In alle vormen en gedaanten.

De duivel is terug, alsof hij nooit is weggeweest. De elfde september (11-9) krijgt dezelfde satanische betekenis als het nummer 666 uit de Openbaring, waarmee Het Beest wordt aangeduid.

Maar wie wordt door de duivel bezeten, hoe is hij te herkennen?

Hij verschijnt niet vaak meer als de Oude Slang die Eva in het Paradijs met een appel heeft verleid. Dat was in zijn beginperiode, toen God hem nog gebruikte om de mens te straffen. Sinds de zondeval is veel gebeurd, de duivel is veranderd, het is niet meer goed denkbaar dat God en de duivel een vrolijke weddenschap aangaan over de vraag of Job op de mestvaalt de Heer trouw zal blijven.

Toen, zo leek het, waren God en de duivel nog geen aartsvijanden, geen personifiëring van goed en kwaad. Was de duivel toen al een gevallen engel die in opstand was gekomen tegen God en voor straf eeuwig moest branden in de hel?

Maar waarom mocht hij er wel zo nu en dan uit om op aarde chaos te brengen, de mens voortdurend te laten struikelen op diens tocht naar de hemel? In het Nieuwe Testament liep hij rond als een briesende leeuw die zijn menselijke prooi trachtte te verslinden.

Zij die door de duivel bezeten waren vielen vaak op, ze waren dikwijls mismaakt of leden aan maanziekte, ze waren lunatic.Maar de duivel werd steeds slimmer en geslepener. Steeds moeilijker te herkennen. En tegen zijn aanvallen is geen kruid gewassen.

Nieuwlichters worden nog altijd snel als ketter en duivel gebrandmerkt. De heersende klasse zal zich tegen hen richten, want het is ‘wij tegen zij’, het goede tegen het kwade. De duivel wordt zwart gemaakt, maar vergis je niet, de duivel kan ook een heel aardig, beschaafd en hoffelijk mens zijn. Hij kan charismatisch, geestig ad rem zijn, een kleurrijke afwisseling van de grijze elite, ja, een goede duivel zijn. Maar zijn plotselinge verschijning maakt hem verdacht.

De mediëvist Herman Pleij vertelt in zijn recente boek Van karmijn, purper en blauw dat in de strijd tegen de duivel de wereld zijn kleur verliest. Reeds in de Middeleeuwen begrepen theologen dat de duivel met kleur, pracht en praal de mensheid probeerde te misleiden. Daarom ging, zoals nog steeds, de godvrezende in sober grijs, donkerblauw en zwart gekleed. Aan de stralende dassen, de zijden pochet, de elegante sigaar herkende men het duivelse gevaar. En Satan heeft een kale kop. Het pact met de duivel lag voor de hand, maar ook de vrees en verontwaardiging van de profeet zelf dat hij wordt gedemoniseerd. Zeker als hij een godvrezend mens is die beseft dat de duivel echt bestaat.

Sinds de Verlichting, toen de mens rationeel ging denken, ontstond twijfel aan de duivel, maar juist die twijfel, die ontkenning, was een diabolische uitvinding. Door te denken dat de duivel slechts een verzinsel is, geef je hem alle kans. De Amerikaanse tv-evangelisten hebben dat begrepen en zij waarschuwen iedere zondag weer tegen de Satan die in ongelovigen, rappende house music en darkrooms heerst.

De rooms-katholieke kerk is subtieler. De huidige paus heeft vastgesteld dat Satan weliswaar is overwonnen, maar dat waakzaamheid geboden blijft. Het kwaad is niet volledig uitgeroeid. De kerk houdt zijn officiële duiveluitdrijvers en katholieken behoren in duivels te geloven.

De Nederlandse katholiek is, als in zovele kerkelijke zaken, een buitenbeentje. Bij een recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau bleek slechts één op de vijf katholieken het bestaan van de duivel te erkennen.

Het hoogst scoren de gereformeerden, van wie bijna zeventig procent in de duivel gelooft. Luther zelf zag de duivel op al zijn wegen en toen hij eens op bezoek bij een Duitse vorst diens volledig mismaakte, geestelijk gestoorde zoon zag, raadde hij aan het duivels brok vlees snel te verdrinken.

Maar de duivel had zijn beste tijd in de Middeleeuwen, toen hij kluizenaars, monniken, boeren, burgers en buitenlui dagelijks probeerde te pakken en te gronde te richten. Het duivelse kwaad, had Augustinus gezegd, ‘kruipt naar binnen langs alle toegangswegen van de zintuigen, het gaat op in kleur, klinkt mee in het geluid, het vermengt zich met de geuren, het lost zich op in een smaak’.

Aan de duivel was niet te ontkomen. Hij verscheen overal, veelal ’s nachts in bed, op het veld, in de verhalen, de mysteriespelen en de zondagse preek.

Zo was er een monnik die volle kerken en pleinen trok met zijn prachtige preken. Steeds weer waarschuwde hij tegen de duivelse streken. Maar op een dag wordt hij ervan beschuldigd een meisje bezwangerd te hebben. Hij raakt in paniek en sluit een pact met de duivel. De duivel krijgt zijn ziel, maar zal tijdelijk zijn geslachtsdelen wegnemen zodat de monnik kan laten zien dat hij geen seks kan bedrijven, laat staan een kind verwekken.

De monnik gaat naar de kerk, beklimt de preekstoel en als hij zijn godvrezende onschuld tracht te bewijzen, heft hij zijn pij omhoog om de gelovigen te tonen dat hij sekseloos is. Maar dan zien de toehoorders een zware penis in enorme erectie.

De duivel is nooit te vertrouwen.

De strijd gaat door in het aardse tranendal, tussen goed en kwaad, tussen licht en donker. De duivel zal nooit verzaken. Nooit zullen wij weten hoe hij er echt uitziet, wie echt door de duivel is bezeten.