Peterburgse vertellingen

Inflatie hadden we hier ook in 1992 - toen trof dat de mensen niet zo sterk - maar ik wil nu geen politiek-historische analyses maken: het is vier uur ‘s nachts en ik zit met een dronken kop achter het toetsenbord. Uit mijn keuken dringt gebral door - hier wordt de wijnvoorraad soldaat gemaakt die ik juist zo zorgvuldig, met het oog op de prijsverhogingen, had aangelegd. Geen analyses: ik zal vertellen wat iemand doet als zijn geld wegsmelt als sneeuw voor de zon. Ik kan niet meer lopen: ik heb vandaag honderd winkels aangedaan. Er is niets. Wat er is, is drie tot tien keer zo duur als gewoonlijk. Ik vroeg de apotheker om welke anticonceptiepil dan ook, en hij wees me op de condooms - een bejaarde klant siste me toe dat er 'klaarblijkelijk nog mensen zijn die zich dáárom zorgen maken’.

Ik wil niet zeuren. Ik heb vandaag met vrienden om 0.00 uur een ‘zeurboycot’ afgekondigd. We gaan de straat niet meer op - het is deprimerend. Wat is hamsteren? Dat is wanneer je erachter komt dat je vriesvak te klein is. De biefstukken rollen eruit, en dus heb ik ze vandaag allemaal aangebraden, de hele voorraad, en ze zijn allemaal verorberd en weggespoeld met de wijnvoorraad. Dat is hamsteren: drie keer zo veel eten als gewoonlijk. Wat is crisis - dat is wanneer de levensmiddelen voor je neus worden omgeprijsd. Ik vond een literfles zonnebloemolie voor de oude prijs - en kreeg weer dat perestrojkagevoel, het gevoel van een visser. Maar de fles werd uit mijn handen gegrist: 'We zijn die aan het omprijzen.’ Ik wachtte in een hoekje van de winkel tot de inhalige omprijzer zich had afgewend, en spoedde me met een fles - met oude prijs - naar de kassa: 'Beet’.
Het is duidelijk dat in een crisis alle logica verdwijnt. Zo raken de winkels steeds leger, terwijl allerlei merkwaardige luxeartikelen blijven liggen: er is geen meel, er is geen boter, maar er zijn wel ingevroren tijgergamba’s. Franse fazanten, kwarteleitjes - ze zijn niet in prijs gestegen en daarom even duur als een kilo suiker. Maar er is geen vraag naar. De mensen kunnen nu niet denken aan fazanten, ze kopen liever kilo’s abominabele noedels, ofwel 'pelmeni’, voor dezelfde prijs: want Rusland heeft revoluties doorstaan, blokkades overleefd, oorlogen gewonnen met pelmeni, en niet met tijgergamba’s. Mensen blijven hardnekkig boekweitpap koken terwijl ze voor praktisch hetzelfde geld een driegangenmenu bij de Chinees kunnen genieten.
Het is ziekelijk: ik heb zelfs stinkend rijke 'nieuwe Russen’ gezien die in de rij stonden te dringen om boekweit. En wodka, veel wodka: vanochtend kreeg ik twee vrolijke loodgieters over de vloer voor mijn kapotte afvoer. En maar zingen en grappen maken. Verdacht in een land waar iedereen kijkt of hij net van een begrafenis terug is gekomen. Later bleek dat de loodgieters zich van klus naar klus dronken: ik moest betalen met 'een fles’; 35 roebel, en dat is nog steeds 0,75 liter Smirnoff.