Petersburgse vertellingen

Het verhaal gaat dat Rusland door de kerk aan de drank is geraakt. In 1439 bezocht de metropoliet van de Russische kerk, Isidore, de Roomse paus Eugene(IV. Eugene interesseerde Isidore voor de Unie van Florence, die een einde moest maken aan het schisma tussen de kerk van het westen en die van het oosten. Het schijnt dat Isidore tijdens dit bezoek het destilleren van alcohol heeft geleerd van de Italianen, en waarschijnlijk had hij zelf ook een borrel op bij het ondertekenen van de Unie, want geen nuchter denkend mens had het aangedurfd dit verraad te promoten bij de Russische grootvorsten. In Rusland werd Isidore door Vasili(II ‘de Duistere’ in een klooster gevangen gezet, maar volgens de overleveringen zou hij zijn ontsnapt door de monniken dronken te voeren met zijn destillaat.

Sindsdien drinkt de Russische geestelijkheid erop los. Er bestaat een foto van de president en de patriarch aan de drank. Het onderschrift luidt: ‘In het glas van Jeltsin zit champagne.’ Maar de patriarch dronk natuurlijk wodka. In principe is daar niets mis mee; katholieken houden ook van wijn, maar van wodka gaat een mens zich onbehoorlijk gedragen. Ik woonde vroeger in een kloosterstadje, Zagorsk. Als je daar op een drankgelag werd uitgenodigd, zaten er altijd wel een paar monniken bij die er het hardst tegenaan gingen. Ze konden ook goed gitaar spelen. Aan het eind van de avond lagen ze dan in de armen van hun vriendinnetjes met de vrome gezichtsuitdrukking die veel mensen hebben in hun dronkenslaap. Van mijn vriendin Marina hoorde ik een schandelijk verhaal. Marina wilde zingen in het koor van een grote kerk in Sint-Petersburg (we spreken maar even van kerk X, want de helft van die Russische clerica heeft voor de veiligheidsdienst gewerkt en je weet nooit hoe ze zich wreken). Maar dat gaat niet zo makkelijk. Iedereen wil zingen in het koor van kerk X; ze betalen goed. Daar moest eerst over gepraat worden met batjoesjka, vadertje, Sergi. Marina kocht een halve liter wodka en batjoesjka Sergi liet het zich goed smaken. Hij trok zelf ook nog een fles te voorschijn en sprak op zalvende toon: 'Matjoesjka, moedertje, daar ik nu wodka heb gebracht brengt u dan de spijzen.’ Marina bracht de borrelhapjes. Marina is een mooie vrouw en batjoesjka Sergi kreeg het te kwaad. Hij liep maar te ijsberen in haar kamertje: 'Matjoesjka, luistert u.’ Hij spreidde zijn grote bijbelhanden en sloot ze weer. 'Luistert u, Matjoesjka, alles is in de deugd.’ Hier wees hij met een klaaglijk gezicht op zijn pij: 'Alles is in de deugd, en batjoesjka heeft al helemaal een stijve.’ Een probleem dat moest worden opgelost, of niet, dat hing af van hoe graag Marina in het koor wilde zingen. Sergi had nog driehonderd gram te gaan. Die nacht heeft Marina de bewusteloze priester naar haar bed gesleept. Arme batjoesjka werd wakker in de gelukzalige veronderstelling dat alles nu in de deugd was, daarom zingt Marina nu in het koor.