Petersburgse vertellingen

Ik heb al verteld over de beren. Er is nog een ander symbool van Rusland: het oude vrouwtje.

Oude vrouwtjes zie je in Rusland nog meer dan beren. Je hebt ze in allerlei soorten en maten. Er zijn dunne oude vrouwtjes, die zo dun zijn dat je ze op straat bijna omver loopt. En als ze praten, dan hoor je ze bijna niet. Dikke oude vrouwtjes zie je wel, vooral omdat er meer van zijn. Er zijn vervelende oude vrouwtjes en er zijn lieve oude vrouwtjes, maar als je hier een tijdje woont dan begrijp je dat al die vervelende oude vrouwtjes op straat thuis lieve oude vrouwtjes blijken te zijn. Net als in Nederland klagen oude vrouwtjes in Rusland veel. Het verschil is dat je ze in Rusland mag afbekken, of omver duwen. Er zijn namelijk relatief veel oude vrouwtjes en ze staan vaak in de weg, of ze stellen van die overbodige vragen.
Als je een gesprek met een oud vrouwtje hebt gevoerd, ben je op de hoogte van alle ellende die het Russische volk de laatste 80 jaar heeft doorstaan, want ze vertellen allemaal ongeveer hetzelfde: hun man is omgekomen in 1941, ze hebben de blokkade van Leningrad overleefd, en vroeger kostte een hele ‘doktersworst’ een paar kopeken. Van Russische oude vrouwtjes kun je je moeilijk voorstellen dat ze er ooit anders hebben uitgezien. Ze zijn onveranderlijk aanwezig: in de stad zitten ze op bankjes op de binnenplaatsen, in de dorpen staan ze als bomen in het landschap.
Ik heb een jaar lang met een oud vrouwtje in één appartement gewoond. Ze heette Moesja en woog zo'n 35 kilo, en ze stond zo krom dat haar hoofd naar de grond wees. Moesja had ook de blokkade overleefd, maar ik geloof niet dat ze dat een erg dramatische gebeurtenis vond; ze had het er altijd over dat de chocolade toen zo lekker was. Het is goed te begrijpen dat Moesja die hongersnood heeft overleefd, want ik heb haar nooit iets anders zien nuttigen dan thee en noedels. Haar man was niet omgekomen in de oorlog, maar vlak er na, toen hij in een vijver verdronk. Maar ook dat vond Moesja niet zo erg, want Moesja hield niet zo van mannen.
Moesja keek de hele dag Zuid-Amerikaanse televisieseries; ze keek elke aflevering twee keer, met de volumeknop op de hoogste stand, zodat zien en horen je verging, dus dan trokken de andere bewoners de stekker eruit. Moesja begon dan te krijsen en soms kreeg ze dan een slof naar haar hoofd, of een krant. Moesja was helemaal niet hardhorend, maar ze zette de televisie opzettelijk zo hard om deze scènes uit te lokken; dan gebeurde er nog eens wat. ’s Avonds keek ze graag naar Dokter Ruth, en na afloop stelde ze je dan allerlei vragen over je seksleven.
Gisteren hoorde ik dat het niet zo goed meer met Moesja gaat. Dat verbaasde me: ik dacht altijd dat ze ons allemaal zou overleven. En ik heb nog steeds niet die chocola voor haar kunnen vinden, die ze net zo lekker vindt als die in de oorlog.