Petersburgse vertellingen

Een Rus heeft niets in te brengen in de temperatuur van zijn woning, hij krijgt warmte wanneer de centrale dat wil. Dus kan het voorkomen dat in een warme lente de verwarming staat te loeien, maar het komt ook voor dat met 18 graden onder nul de verwarming wordt afgesloten voor een weekje. Dan verplaats je het bed naar de keuken en steek je alle gaspitten aan.
De verwarmingspijpen worden in Rusland ook gebruikt om de buren op hun lawaai te wijzen. Een beetje stampen zoals in Amsterdam draagt niet ver in een oud Sint-Petersburgs huis, dus dan tik je met een lepel op de verwarmingsbuis, dat wordt meteen gehoord.

Tijdens mijn verjaarsdagsfeestje kwam de onderbuurman aan de deur vragen waarom ik niet op zijn getik had gereageerd. Maar ik had geen getik opgemerkt. Wel had ik gehoord hoe hij een week daarvoor zijn vrouw aan de radiator had geklonken. ‘Help dan toch!’ klonk het klaaglijk door de buis. Ik stond al paraat maar een kennis hield me tegen. 'Over een uur is alles weer koek en ei en dan heb jij je er ingemengd.’ Door de buis klonk alles merkwaardig dichtbij: de vrouw gilde terwijl haar man tot tien telde. De kennis had gelijk: nog geen uur later zag ik het stel gearmd de binnenplaats af lopen.
In Rusland maak je nog echte ruzies mee. Niet zoals in Nederland waar een man tegen zijn vrouw zegt: 'Soms heb ik het idee dat je mijn mening niet respecteert.’
Een paar jaar geleden woonde ik in een klein dorpje, twee uur reizen met een treintje van Moskou. Als je dan ’s(avonds uit dat treintje stapte, liep je in een stoet van forensen door het bos naar het dorp. In die stoet liepen veel boerinnen, die hun dronken mannen voortsleepten terwijl ze van die grootheden riepen als: 'Vervloekt is de dag dat ik jouw kinderen baarde!’ waarop zo'n boer alleen maar mompelde: 'Zwijg mens.’ Zo gaat dat. En je vooral niet generen voor anderen, die je kunnen horen.
In de stad hebben mensen weinig contact met hun buren. Ik had eens een buurman 500 roebel geleend en hij beloofde me daarvoor tien blikjes gesuikerde melk, die ik nooit te zien kreeg. Dat vond ik niet erg, maar elke keer als ik de man tegenkwam op de trap dook hij ineen en zei hij: 'De melk komt eraan!’ En dat een jaar lang.
Nee, je kunt het contact met je buren maar beter vermijden. Want de onderbuurman had natuurlijk helemaal niet getikt, dat was maar een smoes om op mijn uiterst gezellige feestje binnen te sluipen. Hij had ook geen pyjama aan, zoals je dat verwacht van een klagende buurman om drie uur ’s(nachts, maar een feestelijk pak. En hij keek reikhalzend over mijn schouder naar de hapjestafel. Jou laat ik niet binnen, dacht ik meteen. 'Maakt u eerst uw vrouw maar eens los, dan zien we wel verder’, zei ik en sloot de deur. Want laat hij niet denken dat ik niet weet wat hij daar uitspookt.