Petersburgse vertellingen

Iedereen weet dat Russen drinken. Als een Rus niet drinkt, dan heeft hij daar meestal een geldige reden voor - dat hij vroeger te veel dronk. Overal kun je drank kopen, 24 uur per dag zijn de drankwinkels open. Maar je mag niet dronken zijn. Als je zelfs maar licht aangeschoten de straat op gaat, loop je het risico in het ‘aquarium’ gesmeten te worden. Het ‘aquarium’ is een kleine afgesloten ruimte met glazen wanden op het politiebureau waarin net zo veel drinkebroers worden gestopt als er in passen. De drank die je eventueel met je meedraagt, wordt in beslag genomen. Ben je zo dronken dat je niet meer op je benen kunt staan, dan word je naar een ontnuchteringslokaal gereden en daar onder een koude douche gezet. Een tijdje later krijg je dan een rekening van tweehonderd roebel voor de overnachting en de douche.

Mijn vriend deelt een appartement met twee politieagenten van de ontnuchteringslokalen. De één is kolonel en gaat binnenkort met pensioen, de ander heeft minder medailles en is wat jonger. Allebei drinken ze aan één stuk door. De wodka brengen ze elke dag van hun werk mee in plastic colaflessen. Gisteren zaten ze weer met zo'n plastic fles aan de keukentafel, dit keer in het gezelschap van een bleek jongetje, ik denk van een jaar of vijftien. De agenten zaten in hun dienstbroeken met ontblote bovenlijven. Het jongetje hadden ze met een fles appelwijn van de straat geplukt, maar de dienst zat erop en dus hadden ze hem mee naar huis gesleept. De buit was karig: behalve de appelwijn alleen een zakmes en tien roebel. Het jongetje luisterde geïntimideerd naar de jongste agent, die hem de les las. ‘Vroeger had ik een prachtlijf’, zei hij terwijl hij zichzelf in een bovenarm kneep, waar zo te zien ook vroeger nooit een spierbundel gezeten had. 'Ik was een sterke kerel’, begon de jonge weer, 'ik kon iemand met één knal de grond in slaan - als een spijker. Als je drinkt, dan word je later zoals hij.’ Hij knikte naar de ouwe. Die vrat met dezelfde gekwelde gelaatsuitdrukking een augurk weg. Wodka drink je niet om de smaak. 'Dan ga ik maar zijn papa en mama bellen’, zei de kolonel met een dubbele tong. Hij werkte zich uit zijn stoel en schommelde als een metronoom naar de telefoon. 'We zullen je leren!’ brulde hij vanuit de gang. Het jongetje keek met een lijdzaam gezicht naar het plafond. Het leek wel een engeltje. 'Hallo? Dit is kolonel Bardin van de achtste afdeling, vandaag hebben wij ons genoodzaakt gezien uw zoon Michail…’ Hij moest het zo'n drie keer herhalen. De derde keer barstte hij uit in een scheldtirade. 'U gaat betalen, verdomme! Tweehonderd roebel, verdomme! De kolonel bleef maar brullen en spugen. Ze hadden dat rotjong toch niet voor die armzalige fles appelwijn meegezeuld. Wij dronken zwijgend. Het is vaak goede wodka, en ze krijgen van alles voor elkaar, de agenten. Vorige maand hebben ze een dronken loodgieter opgepakt van het station. De buit: 0,7 liter 'Smirnoff’ en de stortbak van het toilet is gerepareerd.