Petersburgse vertellingen

Ik ben verhuisd naar de Klokkenstraat. Ik woon nu tegenover de klokkentoren van de Vladimirkerk. Elke ochtend klimt de klokkenmonnik naar boven om een paar willekeurige dreunen uit te delen - hij heeft de keuze uit vijf klokken - op een willekeurig tijdstip: meestal moet hij beginnen om negen uur, maar hij komt wel eens te laat. Soms krijgt hij de smaak te pakken: dan blijft hij doorslaan, of erger: dan houdt hij op, en dan begint hij weer, en weer. Om zes uur gaat hij opnieuw aan de slag. Het is te horen dat hij geen muzikale opleiding heeft genoten, en hij heeft absoluut geen gevoel voor ritme: eigenlijk doet hij maar wat en schept daar een groot genoegen in.

Al mijn ramen kijken uit op de toren, ook dat van de badkamer. Ik hou ervan om ’s(nachts vanuit een heet bad te kijken naar de sneeuw die als rook omhoogtrekt langs de koepel. Soms is de toren bijna zwart en licht hij alleen op door de zwaailichten van de ambulances van de eerstehulppost op de binnenplaats. Maar op andere dagen is hij helemaal verlicht - ik heb er een Russisch-orthodoxe kerkkalender op nageslagen en het bleek dat de verlichting ook willekeurig is. De klokkenmonnik heeft een houten huisje op de middelste verdieping van de toren, en ’s(avonds brandt daar wel eens licht. Dan zit hij vast te bijbellezen. Vrienden verbaasden zich erover dat ik geen vitrages voor mijn ramen heb, zelfs niet in de badkamer. Russen houden niet van inkijk; alle mensen behalve Nederlanders houden niet van inkijk. Ik heb de halve stad afgezocht naar een zacht flame-peertje voor in de badkamer, om het zicht iets te beperken, maar die worden hier niet verkocht. Het enige wat ik vond was een oranje gekleurd peertje voor in een discomeubel. Nu lijkt mijn badkamerraam tegenover de Vladimirkerk op de ramen tegenover de Oude Kerk in Amsterdam, maar ik behoud wel het mooie uitzicht. Bovendien zit er toch niemand in die klokkentoren na zessen, behalve als de klokkenluider gaat bijbellezen, en dat zie ik dan aan het lichtje. Vanavond heb ik dat ook gecontroleerd. Er brandde geen licht in de toren. Maar toen ik mij genoeglijk wilde laten zakken in het roestbruine Petersburgse badwater werd ik plots verblind door een fel wit licht van de klokkentoren. Hij had er op zitten wachten, die vervloekte monnik, en triomfantelijk alle lichten aangetrokken! Ik dook ineen achter de geiser, maar toen begon hij op zijn klokken te rammen. Ik wist niet of dit betekende dat ik moest opstaan of dat ik me moest blijven verschuilen. Ik had het gevoel alsof alle bedelaars om de Vladimirkerk gillend van vermaak in de rondte sprongen, door de klokkenmonnik opgehitst tegen die onbeschaamde Hollandse in haar badkuip. Terwijl de klokken bleven schellen sprong ik naar de woonkamer. Ik zag een oude vrouw in de Dimitristeeg kruizen slaan en rechtsomkeert maken. Panisch greep ik de kerkkalender en ik begreep toen opgelucht: zes januari, het was slechts de Russische kerstmis die werd ingeluid.