Petersburgse vertellingen

Het is hartverscheurend. Moeders trekken huilende kinderen weg van de aangrijpende taferelen. Op de voorpagina’s van de kranten prijken foto’s van de slachtoffers in hun dodencellen. Er zijn rellen ontketend die hun weerga niet kennen in de geschiedenis van het nieuwe Sint-Petersburg. Maar de protesten hebben niets uitgehaald: de gemeente heeft de strijd aangebonden met de 30.000 straathonden en 100.000 straatkatten in de stad. Een speciale brigade, de Spetstrans Alfa, heeft al maanden ‘s nachts tevergeefs rondgeschoten met verdovingsgeweren, en dus is de jacht naar de dag verplaatst. 'Ik kan niet garanderen dat geen enkel kind zal zien hoe we de honden wegdragen’, verklaarde de Alfa-aanvoerder in Nevskoje Vremja.

De Russen houden van hun straatdieren. En de straatdieren van hun Russen. De smakelijke maaltijden in blikjes en doosjes op vensterbanken en straathoeken zijn niet bestemd voor de daklozen. De Petersburgers vullen die blikjes dagelijks bij. En dat komt dan nog bovenop de heerlijkheden in de open vuilniscontainers op de binnenplaatsen. Niet zo hygiënisch, wel gezellig. Elke binnenplaats zijn dierenfamilie.
Katten en honden spelen überhaupt een belangrijke rol in het leven van de Russen. In de meest onhandige levensomstandigheden past nog altijd een hond. Of meer. Ik ken iemand die met vrouw en kind plus drie viervoeters in een kamer van vier bij vijf woont. In het appartement waar ze die kamer huren, wonen nog twee gezinnen met honden. De honden van de verschillende gezinnen mogen niet op de gang, want dan bijten ze elkaar de strot door. Van de drie viervoeters in de kamer is er één kat. Die zit dus altijd op de kast, samen met zijn kattenbak. De honden liggen op de bedden: een op het bed van de ouders, de ander op de stretcher van het kind. De honden zijn trouwens een rottweiler en een St.-Bernhard.
Kat en hond in Rusland eten geen Whiskas of Pedigree Pall, want dat is slecht voor ze. Ze eten meestal elitair kwaliteitsvoer - tegen nierstenen en andere ziektes - uit Canada of de VS, dat zo'n vijftien gulden per kilo kost, bij de specialist. Loop zo'n winkel in en je begrijpt niet meer wat de bazen en bazinnetjes zelf eten. De armlastigste omaatjes geven daar hun hele pensioen uit aan die lieve Sharik en Barsik.
Op kalenders en posters aan de muren bij mensen thuis staan katten en honden afgebeeld. Geen andere dieren. Er is ook geen greintje sentiment te bespeuren voor de dieren in de dierentuin. Onlangs kwam ik weer met een slecht gemoed uit de Leningradse Zoo gewandeld. Het trieste is dat die dieren hier zo afhankelijk zijn van hun sponsors, als ze die hebben tenminste. Zo zit de zwarte beer er vorstelijk bij: volgevreten, tevreden, handen gevouwen op de buik, met op zijn enorme kooi het bordje: ‘Sponsor: security-agents De Zwarte Beer’. In een kleine kooi daarnaast zit de bruine beer: uitgemergeld, ongewassen, met een huilerig gezicht: geen sponsor.