Petersburgse vertellingen

Ik ben een illegaal in Rusland en het is niet de eerste keer dat ik vergeet mijn visum te verlengen. Maar ik ben nog nooit het land uitgezet, want er is geen bureaucratisch probleem dat je niet kunt afhandelen met een zeker bedragje. Meestal zegt de machthebbende partij ‘dat er wel een oplossing te vinden is voor de situatie’. En de gunstvragende partij vraagt ‘of er wellicht een oplossing is’. Dit hoeft helemaal geen precair moment te zijn. Als machthebbende partij kun je uitleggen ‘dat de oplossing van het probleem geld kan gaan kosten’, en als gunstvragende kun je zeggen ‘dat je bereid bent op te draaien voor eventuele kosten’. Het bedrag wordt bepaald door de machthebbende partij maar hangt af van haar acteervermogen (een dramatisch gebaar en een ernstig gezicht: ‘Dit is een verschrikkelijk probleem’) en natuurlijk van wat de gunstvragende partij gedaan wil krijgen.

Onlangs heeft de krant Argumenten en Feiten de tarieven voor het gemak op een rijtje gezet, maar met een beetje moeite kun je ook onder deze richtprijzen je zaakjes voor elkaar krijgen. Voor tienduizend dollar kun je een rechter omkopen, voor het drievoudige kun je de hele zaak afkopen en het dossier in je open haard opstoken - een beetje ‘nieuwe Rus’ heeft hetzelfde bedrag aan die open haard uitgegeven. Het plaatsen van een bepaald verkeersbord (bijvoorbeeld om de weg naar huis eenvoudiger te maken) kost hoogstens 1500 dollar. Je kunt lamlazerus achter het stuur zitten, maar dan moet je zo'n honderd dollar betalen. De verkeerspolitie, de GAI, leeft hoofdzakelijk van steekpenningen, en hier worden geen omkoopspreuken uitgewisseld: het is meestal een haastig afrekenen. Een paar jaar geleden werd ik met een Nederlandse vriend in een oude Volvo aangehouden op het Isaaksplein. We kwamen diep in de problemen te zitten: verlopen visa, een eerder in beslag genomen rijbewijs en een onduidelijke overtreding van onze kant; en van de kant van de GAI het dramatische gebaar en een heel ernstig gezicht. Plotseling zei een van de agenten, een dikke, wat oudere man met een huilerig gezicht: 'Hebben jullie misschien een cadeautje voor onze kinderen?’ Dit was een verrassing. We hadden uren staan onderhandelen, de hele zaak dreigde in de honderden dollars te lopen, we hadden onze portemonnees al getrokken, en die dikke begint over kinderspeelgoed. Helaas hadden we geen speelgoed, alleen een kofferbak met oude elpees. De andere agent keek geërgerd naar zijn collega, die de kans op een flink bedrag liet schieten voor speelgoed en nu op het punt stond toe te geven voor een stapel kromgetrokken langspeelplaten. De dikke dacht even na en zei toen: 'Hebben jullie Uriah Heep?’ Zijn jongere collega sloeg van verbazing en wanhoop met zijn handen op zijn hoofd. Uriah Heep. We hadden geen Uriah Heep, maar wel twee albums van Pink Floyd. De agent hapte toe. Daarna reden we zo snel mogelijk weg, voordat ze er achter zouden komen dat de platen vol krassen zaten.