Petersburgse vertellingen

In Rusland wonen veel helden en beroemde mensen, waar de rest van de wereld geen weet van heeft. Alle inwoners van Leningrad zijn bijvoorbeeld helden, dat staat op een gebouw aan het Opstandingsplein: ‘Heldenstad Leningrad’.

Filip Kirkorov is ook een held, hoewel hij uit Moskou komt. Hij is een popster. Hij heeft een maand lang in de ‘Grote Oktoberconcertzaal’ opgetreden en elke dag waren zijn concerten uitverkocht. Ik woonde toen nog tegenover die zaal en ik keek elke dag tegen een afbeelding van tien bij vijf meter van Filip aan. Op die afbeelding droeg hij een gouden kroon met pauweveren. Op een dag kreeg ik bijna een aanrijding met zijn limousine op zes wielen. Toen Filip uitstapte in een zilveren bontjas en een cowboyhoed op zijn zwarte krullen, kreeg ik spijt dat ik geremd had. In een interview vertelde hij dat hij alleen in exclusieve zalen optreedt omdat hij liever voor veel geld en een rijk publiek optreedt dan voor de arme massa. Zijn vrouw is nog beroemder dan hijzelf, ze heet Alla Poegatsjova en ze is een 'Verdienstelijk Artiest van de USSR’. Ze is dertig jaar ouder dan Filip, maar dat is niet te zien want ze heeft puur goud onder haar huid laten weven.
Nu woon ik niet meer tegenover de Oktoberzaal, maar mijn nieuwe huurbaas is een zoon van twee Verdienstelijke Artiesten van de USSR - het huis is speciaal gebouwd voor zulke artiesten. De gang hing vol met foto’s van meneer en mevrouw Abramov, al onder Stalin waren ze erg verdienstelijk en daarom kregen ze dit enorme appartement, plus een riante datsja buiten de stad. Meneer Abramov was vast een erg goed acteur, want op alle foto’s staat hij in een koetsierskostuum met de armen gespreid en een dramatische oogopslag. Mevrouw Abramov lijkt nog het meest op een varkentje, het uiterlijk van de ideale Sovjet-vrouw - een vrouw die van aanpakken weet. Zoon Abramov is een beroemd architect, want hij heeft in de jaren zestig het monsterlijke bunker-hotel 'Sovjetskaja’ gebouwd, en dat was klaarblijkelijk verdienstelijk genoeg, want daar is het bij gebleven.
Inmiddels is de zoon een alcoholist geworden die het appartement heeft laten versloeberen en elke maand de huur opzuipt. Ik ben twee weken bezig geweest elk spoor van de Abramovs uit te wissen. Alle foto’s in lijstjes heb ik in de bezemkast gezet. Het appartement was spic and span, maar ’s nachts kon ik de slaap niet vatten. Het leek wel alsof iemand in de bezemkast aan het rommelen was. De volgende ochtend deed ik navraag bij de bovenbuurman, een verdienstelijk kunstschaatser van de USSR. Die wist te vertellen dat mevrouw Abramov twee maanden geleden in een staat van volledige krankzinnigheid is gestorven. Het lot van meneer Abramov is in duisternis gehuld, fluisterde de kunstschaatster mij toe, maar men zegt dat hij zijn vrouw na zijn dood lastig bleef vallen. Ik heb vandaag alle foto’s weer teruggehangen, want laat die Abramov maar verdienstelijk zijn, ik wil slapen.