Petersburgse vertellingen

Het het woord ‘Ara’ bedoelden Russen oorspronkelijk alleen Armeniërs, maar tegenwoordig wordt het gebruikt voor alle volkeren van de republieken rond de Kaukasus: Armeniërs, Azerbeidjanen, Georgiërs, Oseten, Tsjetsjenen. ‘Ara’ is een bijnaam, maar geen belediging, zoals het groffe ‘zwartkont’. ‘Ara’ staat voor iemand die licht ontvlambaar is en overmatig trots. En als ik zeg dat ze dat meestal zijn, hou ik geen pleidooi voor het Russische racisme: ik kan het weten; ik heb het een half jaar uitgehouden met een Armeense Georgiër. Ik herinner me een scène in de Albert Heijn, waar hij een volle tas met boodschappen naast de kassa op de vloer liet vallen en zei: ‘Raap op, vrouw!’ omdat ik hem een stommeling had genoemd. Zijn neef, Arek Bagdassarian, adviseerde hem naar aanleiding van dit voorval mij wat vaker te slaan, maar daar begon Misha niet aan omdat hij wist dat ik eens een Tsjetsjeen had getrotseerd die nog veel groter was dan hij. Dat was in 1992, in een trein naar Vladikavkaz, Noord-Osetië. Tsjetsjenen kunnen behalve goed vechten heel goed goochelen, en dus hadden ze mij in hun coupé enkele waanzinnige goocheltrucs geleerd. Waarschijnlijk stond daar wel iets tegenover, want die nacht opende ik mijn ogen om op mijn bed een reusachtige Tsjetsjeen aan te treffen die dreigend verklaarde: ‘Ik wil alleen maar even naar je kijken…’ Dit was niet het geval, want hij draaide mijn armen op mijn rug en hield een enorme vuist voor mijn gezicht.

Natuurlijk was de Tsjetseen dronken, want anders had ik hem nooit de coupé uit gekregen, Tsjetsjenen zijn immers niet te overwinnen, dat weet iedereen. Meng je nooit in een gevecht met een Ara. Vrienden van mij speelden begin jaren negentig in een bigband in hotel ‘Sovjetskaja’. Daar logeerden altijd Kaukasiërs die groenten en fruit verkochten op de markt. Als die ’s avonds ruzie kregen in de bar werden er pistolen getrokken. De Ara’s mikten meestal op het plafond, niet op elkaar. Diep in hun hart hebben Russen een groot ontzag voor het temperament van de Ara. 'Ara’ staat dan eigenlijk ook voor hartstocht en mannelijkheid. Ara is een compliment. Harry Mulisch werd tijdens een etentje in een Amsterdams restaurant door een Russische literator voor Ara uitgemaakt. Ik moest tijdens deze bijeenkomst van Russische critici en Nederlandse schrijvers tolken, maar de boel liep uit de hand toen Mulisch een toost op Stalin wilde uitbrengen. De Russen waren hier alleen maar een beetje verbaasd over, maar de Nederlanders schaamden zich diep voor deze toespraak en raakten met Mulisch in een hoog oplopende woordenstrijd verwikkeld, die erin resulteerde dat Mulisch woedend in een hoek een pijp ging roken. Op dat moment hief literator Samuel Lurié het glas op het Nederlandse volk, waarvan hij toch altijd gedacht had dat het een stelletje dooie pieren was, maar, zo zie je maar, (en hier gebaarde hij naar de pijprokende Mulisch): Nederlanders blijken Ara’s!