Natuurlijk was de Tsjetseen dronken, want anders had ik hem nooit de coupé uit gekregen, Tsjetsjenen zijn immers niet te overwinnen, dat weet iedereen. Meng je nooit in een gevecht met een Ara. Vrienden van mij speelden begin jaren negentig in een bigband in hotel ‘Sovjetskaja’. Daar logeerden altijd Kaukasiërs die groenten en fruit verkochten op de markt. Als die ‘s avonds ruzie kregen in de bar werden er pistolen getrokken. De Ara’s mikten meestal op het plafond, niet op elkaar. Diep in hun hart hebben Russen een groot ontzag voor het temperament van de Ara. 'Ara’ staat dan eigenlijk ook voor hartstocht en mannelijkheid. Ara is een compliment. Harry Mulisch werd tijdens een etentje in een Amsterdams restaurant door een Russische literator voor Ara uitgemaakt. Ik moest tijdens deze bijeenkomst van Russische critici en Nederlandse schrijvers tolken, maar de boel liep uit de hand toen Mulisch een toost op Stalin wilde uitbrengen. De Russen waren hier alleen maar een beetje verbaasd over, maar de Nederlanders schaamden zich diep voor deze toespraak en raakten met Mulisch in een hoog oplopende woordenstrijd verwikkeld, die erin resulteerde dat Mulisch woedend in een hoek een pijp ging roken. Op dat moment hief literator Samuel Lurié het glas op het Nederlandse volk, waarvan hij toch altijd gedacht had dat het een stelletje dooie pieren was, maar, zo zie je maar, (en hier gebaarde hij naar de pijprokende Mulisch): Nederlanders blijken Ara’s!