Petersburgse vertellingen

Ik werd in een warenhuis aangehouden voor een enquête over reizen naar het buitenland. ‘Wij bieden u goedkope reizen naar Spanje, Turkije, Holland…’ Toen ik de vrouw uitlegde dat ik niet naar Holland hoefde omdat ik daar vandaan kwam, sloeg ze haar handen ineen en brulde: ‘In Holland hebben jullie zulke mooie mannen!’

Deze had ik nog nooit gehoord. Bekende Nederlanders passeerden in mijn gedachten de revue, en ik vroeg me af welke mannen deze Russische dame bedoelde. ‘Ze zijn wel lang, ja…’ probeerde ik. 'Ze zijn lang, en hebben mooie gezichten!’ zei ze streng. Misschien hoopte ze dat ik nog ergens een Nederlandse man voor haar had, maar ik moet toegeven dat zich na dit gesprek een vreemd soort patriottisme van me meester maakte. Onze mooie mannen. Ik heb gemerkt dat hoe langer je in Rusland woont, een land waar niemand vies is van een beetje vaderlandsliefde, des te chauvinistischer je wordt. Peter de Grote in Holland - en dan verzwijgen we het feit dat hij in Engeland eigenlijk meer leerde over de scheepsbouwkunst. Russen hebben overigens een vreemd idee van Nederland. De hele wereld begint over tulpen en kaas, maar een Rus associeert Nederland met Tijl Uylenspieghel. Daar weten ze heel veel van, want de sovjetdoctrine leert ons dat Tijl de eerste socialistische revolutie in Europa leidde. Ik dacht altijd dat het een mythologische figuur was, maar dat schijnt kapitalistische propaganda te zijn. De laatste jaren kennen Russen ons van allerlei levensmiddelen - vooral stroopwafels doen het goed. En nu blijken de Nederlandse mannen nog in de smaak te vallen. Dat is toch prettig, want vroeger was de Kunstkamera de enige plaats in Sint-Petersburg waar een Rus een Nederlander kon bekijken, in glazen potten weliswaar. In de Kunstkamera staat een eigenaardige verzameling van embryo’s op sterk water, in 1697 door Leidsche wetenschappers aan Peter de Grote verkocht. Je kunt hier landgenoten bekijken met drie hoofden, erg grote hoofden, of helemaal geen hoofd. Er zijn embryo’s in extra grote potten omdat ze met z'n twintigen vergroeid zijn, en overal heeft de anatomist Frederik Ruysch deze monsters voorzien van kanten mutsjes of manchetjes: ze waren bestemd voor de tsaar, en moesten er dus netjes uitzien. Het verbaasde me hoe Russische schoolkinderen op excursie helemaal geen afkeer hadden van deze griezels terwijl ik al groen aangelopen de uitgang zocht. 'Kijk, deze heeft nog een been aan zijn achterste!’ Daar ben je niet trots op, dat er in de zeventiende eeuw, zonder nucleaire rampen of luchtvervuiling, in Nederland mensen met benen aan hun achterste werden geboren. Dat zet je toch aan het denken. Gisteren bij een groentestalletje hoorde ik de volgende theorie: een klant verbaasde zich over het enorme formaat van de Hollandse Jonagold. Haar man had daar een eenvoudige verklaring voor: 'In Nederland spuiten ze hormonen in de appels,’ zei hij. Misschien komt het wel door de appels…