Petersburgse vertellingen

Vandaag heb ik een goede vriend uitgezwaaid. Hij vertrok slechts voor een weekje naar het zuiden, maar voor zijn vriendinnetje, een boerenkind uit Karelië, was dit een tragedie. Ze bleef maar heen en weer wiegen en oeljoeljoeken in de metro naar huis. De hysterie brak pas echt los toen we thuiskwamen. Een huisgenoot had die ochtend tijdens haar afwezigheid de vloer geschrobd. Ik begreep eerst niet waarom Irina met beide handen naar haar hoofd greep en als een waanzinnige begon te loeien, maar later bleek dat het hier om het zoveelste Russische bijgeloof ging: de verse voetstappen van Irina’s geliefde waren weggeboend nog vóór hij de stad had verlaten - hij zou dus nooit meer terugkomen.

Er bestaan in Rusland zo veel slechte voortekenen dat je soms geen vin meer durft te verroeren. Schud geen handen voor je de drempel over bent, want je komt dat huis nooit meer in; wijs niet op je eigen lijf ziekten van een ander aan, want je wordt zelf ziek; laat geen lege flessen op de tafel staan, want je zult nooit meer met die vrienden om de tafel zitten, en fluit niet binnenshuis, want je blaast je geld weg. Sommige van die gewoonten hebben niet zo'n duidelijke betekenis, maar als je even nadenkt zijn ze wel logisch: steek je sigaret niet aan met een kaars; kijk voor je het huis verlaat in de spiegel; en treed een vrouw niet met een lege emmer tegemoet. Andere voortekenen zijn echter van elke logica verstoken: valt er een vork op de grond, dan betekent dit dat er een vrouw op bezoek komt, maar als je een mes laat vallen, komt er een man langs. En als een vrouw op de weg naar huis een kip tegenkomt, dan kan ze het verder wel vergeten in het leven. Al deze voortekenen zijn vreselijk onhandig, vooral omdat het er steeds meer worden, en ik heb zo'n vermoeden dat die boerenvrouwtjes er uit verveling maar wat op los zitten te verzinnen. Ik zat eens aan een feestelijke dis, waar plotseling een stilte in het gesprek viel. Een van de gasten wees toen op het feit dat zo'n stilte volgens een oud bijgeloof betekende dat er op dat moment ergens een politieagent geboren werd. Een politieagent is in Rusland iets heel schandelijks, dus daar kun je maar beter over zwijgen. Toen de avond viel zat ik nog steeds in de keuken bij Irina. Ze keek naar de zakkende winterzon vanuit het keukenraam in het appartementje op zeven hoog en slaakte een melancholieke zucht. Ik was blij dat ze was opgehouden met wiegen en loeien. Plotseling sperde ze haar ogen wijd open en stak ze een wijsvinger in de lucht. Ik spitste mijn oren, maar hoorde niets dan het knarsen van een tram in de verte. ‘De honden…’ fluisterde ze. Ik hoorde inderdaad wat geblaf van de straathonden beneden, maar dat werd onmiddellijk overstemd door een hartverscheurend gebrul van Irina. Daar gingen we weer… Iedereen weet dat wanneer de honden schor blaffen en dichtbij, je zult trouwen met de oudste man uit je eigen dorp. Het leven is hard.