Petersburgse vertellingen

In oude Russische huizen wonen behalve rumoerige huisgeesten ook veel andere ongewenste indringers zoals wandluizen, ratten en vooral kakkerlakken. In het Russisch hebben ze net zo'n welluidende naam als in het Nederlands: tarakany.

Er valt niets aan te doen: verschillende sprays en lokdozen zijn zelfs in de nachtwinkels te koop, voor diegenen die om vier uur ’s(nachts de strijd willen aanbinden met deze koperkleurige legers. Ik huurde vroeger een bouwval waar in de keuken een krioelend tapijt uiteenviel als ik het licht aandeed. Soms moest ik er een van mijn boterham vegen en het gebeurde ook dat ze ’s(ochtends op mijn rug geplakt zaten omdat ze in het bed waren gekropen. Maar dat komt niet vaak voor, want de tarakan is bang voor mensen. Ratten niet. Een vriend van mij, Sasja, woonde ongewenst samen met een rat. Het was een kolossale en ongegeneerde rat. Elke keer als ik Sasja tegenkwam bracht hij eerst verontwaardigd verslag uit over het gedrag van de rat: ‘Nu is hij al helemaal brutaal geworden!’ De rat vrat zich door de aardappelvoorraad heen, en strooide suiker over de keukentafel. Soms zat hij gewoon in een hoek als er bezoek was, of lag hij ’s(ochtends op het voeteneinde. Op een dag heeft hij een gat in een pantoffel geknaagd. Natuurlijk zijn kosten noch moeite gespaard om de rat te vangen. Sasja had een muizenval neergezet. ’s(Ochtends was de kaas weg, maar er zat geen rat in de val. We hebben gif gestrooid. Diezelfde nacht heeft de rat alle gifkorrels in de rondte geschopt. We hebben nog overwogen hem in te metselen in zijn hol, maar hij zou dan een andere tunnel gegraven hebben of hij zou daar gaan liggen rotten en dat zou weer andere beesten hebben aangetrokken. Voor Sasja werd het een obsessie. Hij kon aan niets anders meer denken en veranderde van de zachtmoedige historicus die ik kende in een verbeten neuroot. De rat was hem iedere keer te snel af, drie maanden lang. Om drie uur ’s(nachts belde Sasja me uit mijn bed. 'Als ik hem bij zijn staart pak, kan hij zich dan dubbelklappen en mij bijten?’ vroeg hij zich af. Ik dacht van wel. Daarom moest ik onmiddellijk komen en helpen de rat te doden - de taxi zou hij voor me betalen. In Sasja’s flat speelde zich een gruwelijk schouwspel af. Sasja had zich in een zwarte regenjas met capuchon gehuld. Uit de keuken klonk een oorverdovend gekrijs. Daar stond Sasja’s kameraad Andrej met een hamer. 'Ik kan het niet’, zei hij maar. De rat zag ik niet meteen. Toen zag ik zijn achterlijf, dat uit een gat in de buffetkast stak. Het achterlijf trapte en krijste: Sasja had het in een bankschroef vastgezet. Wat nu? We konden de rat niet naar buiten gooien, want dat was zonde van de bankschroef. Uiteindelijk heeft Sasja met een kordate beweging de buffetkast opgetild en neer laten komen op de rat. En ik wist het van tevoren: nu, een week later, is hij weer aan de drank omdat hij de rat mist.