Petersburgse vertellingen

Op en neer springen. Met de schoenen tegen elkaar slaan. Afwisselend op hakken en tenen staan. Niet voor je uitkijken, maar achterom. Verstand op nul.

Ik sta al een uur in een rij op straat, en het is achttien graden onder nul. Ik heb driekwart van de rij buiten afgelegd, het is niet te zien hoe ver de rij in het gebouw van de Nekrasov-telefooncentrale doorgaat. Ik moet 28 roebel (twee gulden vijftig) betalen, anders wordt mijn telefoon afgesloten. Het zijn geen telefoonkosten, daar was ik vanochtend op de Sinopski-telefooncentrale al achtergekomen. Meer konden ze me daar ook niet zeggen. Als je iets wilt ophelderen, moet je de telefoonrekeningen van de afgelopen drie jaar meebrengen, je paspoort, je inschrijvingspapieren, en formulier 9. Niemand weet wat formulier 9 is. Daarom kun je maar beter gewoon betalen. Maar dat kan alleen hier. Ik staar nu al een kwartier naar het koperen naambord: NekrasovskitelefonnyuzelNekrasovskitelefonnyuzelNekrasovskitele onnyuzel. Verstand op nul. Het ergste staat me nog te wachten - wat als ik binnen ben? Welke papieren, welke stempels, welke rijen dan weer, of kom ik überhaupt wel binnen voor sluitingstijd? Ik heb geprobeerd tweehonderd roebel door te schuiven, maar daar deden ze het niet voor. Mijn voeten zijn al ingesneeuwd. Gevoelloos. De eerste wachtenden krijgen geen woord meer uit hun verkrampte monden, maar ze hebben zich al kunnen warmen aan het licht achter de deur. Diegenen die zo ver zijn als ik zijn er het ergst aan toe. Mensen vragen zich altijd af waarom er in Rusland geen protesten worden aangetekend tegen allerlei wanbeleid, en waarom niemand in opstand komt. Wat kan ik nu doen: ik kan gaan brullen en tieren. Ik verlies dan het laatste beetje energie dat ik nog heb, en ik heb het al zo koud. Ik kan de portier door elkaar gaan rammelen. Ik verlies dan mijn plaats in de rij, en de portier heeft een gummiknuppel. Ik kan protest aantekenen. Als ik dat telefonisch doe, dan wordt de hoorn op de haak gegooid. Als ik dat persoonlijk doe, dan moet ik weer in een rij. Doe ik het schriftelijk, dan moet ik weer formulier 9 bijsluiten - en niemand weet wat dat is. Ik kan naar de gouverneur bellen. De pers-attaché van gouverneur Jakovlev heeft een antwoordapparaat, waar ze met jolijtige stem op heeft ingesproken: ‘Hoi allemaal! Ja, u bent inderdaad doorgedrongen tot de pers-attaché van de gouverneur! Als u wil dat wij u helpen, moet u een fax sturen! Doei!’ Doei, zegt de pers-attaché. Na anderhalf uur mag ik naar binnen. Er wordt goed gestookt in de telefooncentrale. De bevroren wachtenden krijgen een nummertje. Dat is erg modern. Ook erg modern zijn de televisies. Een video met reclame van de Petersburgse Telefoon Centrale wordt afgespeeld: de Petersburgse Telefoon Centrale blijkt helemaal erg modern. De reclame eindigt met de tekst: 'De Petersburgse Telefoon Centrale. We zijn altijd blij u te zien. We wachten op u!’