Philip freriks

Het is even wennen, een nieuwslezer die zijn eigen pakken uitzoekt en in hele zinnen spreekt. Als hij zich niet verspreekt. Maar het liefst wil hij gelezen worden.
HIJ VOELDE zich hogelijk vereerd - ‘zo trots als een aap met zeven lullen’ - toen hij werd uitverkoren om het NOS-journaal te presenteren. Maar zoals hij zelf had voorzien, werd Philip Freriks ogenblikkelijk neergesabeld door de ‘BV Afzeikerij Nederland’. Freriks weet zich niet te kleden, vond de ene recensent. Hij ‘toetert’ het nieuws de huiskamer in, schreef de andere. De mevrouw van Trouw kneep van plaatsvervangende schaamte haar tenen bij elkaar als Philip zich versprak, en in Het Parool legde Han Lips uit: ‘Freriks is nog te veel een persoonlijkheid.’

Ja, het is even schrikken, zo'n nieuwslezer die zijn eigen pakken uitkiest en in hele zinnen spreekt. Gaan de recensenten niet wat al te makkelijk voorbij aan het leed dat de opeenvolgende Marga’s en Pia’s (m/v) hebben aangericht? Manmoedig worstelden wij ons door de in kleuteridioom gestelde berichtgeving over gekantelde vrachtwagens en zieke olifantjes, hopend op een volwassen nieuwsbericht of kwinkslag voordat Erwin-met-de-handjes het verhaaltje uitblies. Wat een verademing is Philip Freriks met zijn iets te krappe wollen jasjes, zijn stentorstem, zijn bloemrijk taalgebruik en dat mespuntje familiariteit met de groten der aarde dat hij ongetwijfeld van buurvrouw Christine Ockrent (de Franse ster-presentatrice) heeft geleend. Eindelijk nieuws met couilles!
FRERIKS MAG DAN in 1945 in een remonstrants gezin in Utrecht zijn geboren - zijn vader werkte bij de spoorwegen, zijn moeder was gemeenteraadslid voor de SDAP -, hij besteedde reeds als scholier zijn avonden aan jazz, Franse films en ‘stinkende Gauloises, want dan hoorde je erbij’. Na zijn eindexamen hbs werkte hij als krullenjongen bij het Utrechts Nieuwsblad, maar Frankrijk bleef lokken en in de zomer van 1963 beleefde hij gelukzalige uren op een camping in Antibes. Hij leerde er zijn toekomstige vrouw kennen tijdens het legendarische optreden van het Miles Davis Quintet. Frankrijk beleefde zijn eerste annee heureuse en de Franse jeugd omarmde de hele wereld, te beginnen bij de zwarte Amerikaanse jazzmusici. Behalve de plaat Miles in Europe (op cd uitgebracht als Miles in Antibes) is er van dit concert niet meer bewaard gebleven dan een kort filmpje en de vergeelde foto’s van Leloir, maar in gedachten doolt Freriks nog altijd met zijn grote liefde door die mediterrane zomeravond en koestert elke klank.
Antibes en de liefde gaven hem vleugels. Hij vatte het plan op om als razende reporter een aantal wereldsteden af te werken; een half jaar Parijs, een half jaar New York, Berlijn, enzovoort: 'Dan kom je gepokt en gemazeld terug, dacht ik, en dan staan ze voor je in de rij. Tamelijk naief, ja.’ Het bleef bij Parijs, waar hij trouwde en 'ontknaapt’ werd door de grootsteedse strijd om het bestaan. Hij schnabbelde bij diverse omroepen en vulde zijn inkomen aan als kelner bij Wagons Lits. In zijn vrije uren hing hij rond bij de Blue Note, maar toen Johnny Griffin hem eens in een gulle bui introduceerde, werd hij er prompt weer uitgegooid omdat hij niets te verteren had.
HET STRAATRUMOER van de jaren zestig en de bijbehorende leuzen van situationisme tot arbeiderszelfbestuur deden hem besluiten in Parijs politieke wetenschappen te gaan studeren. In 1971 benoemde Het Parool hem tot correspondent en kwam zijn carriere van de grond. Drie jaar later keerde hij naar Nederland terug als co-presentator van Haagse kringen en adjunct bij Achter het nieuws. Maar als bevindelijke linkse jongen begreep hij niets van de richtingenstrijd bij de Vara - 'Ik werd er alleen maar droevig van’ - en besefte hij dat hij toch het gelukkigst was in de rol van lone wolf die in de kleine uurtjes zijn stukkie tikte.
In 1977 heropende hij zijn Parijse 'actualiteitenfabriek’ en gedurende de jaren tachtig deed hij voor de Volkskrant en de NOS met ware hartstocht verslag uit 'Mitterrandie,’ het door schandalen, bomaanslagen en stakingen geteisterde schemerrijk van de socialistische keizer die hij persoonlijk kende en om zijn machiavellisme bewonderde.
Zo oppervlakkig als die bewondering aandeed, zo goed kende Freriks het provinciale Frankrijk dat Mitterrand had voortgebracht. Onvergetelijk was zijn broeierige reportage over officieren van het Vreemdelingenlegioen die recruten oppikten om hen op afgelegen plekken te misbruiken en te vermoorden. Als in een film noir volgde Freriks in een wiegende Citroen het spoor van de moordenaars door sluimerende dorpen en over obscure binnenwegen, onderweg angstige nabestaanden en eenzelvige boeren interviewend. Zijn speurtocht bleef zonder resultaat, maar na lezing van zijn stuk voelde je het stof van de Midi in je neusgaten prikken en bezag je een legionnaire met andere ogen.
Zoals bekend nam Freriks ook deel aan La Dictee van de olijke bovenmeester Bernard Pivot en suggereerde hij in de Volkskrant dat Nederland best zo'n taalfeestje kon gebruiken. De collega’s waren enthousiast, de NOS toonde belangstelling, Hugo Brandt Corstius was ertegen, kortom: het Nationaal Dictee werd een succes. Dank zij Freriks redetwistte heel Nederland een week lang over de etymologische en hippische aspecten van het przewalskipaard.
TUSSEN DE BEDRIJVEN door schreef hij een stadsgids van Parijs met een weelde aan informatie, van de golflengte van Radio Beurre tot versiertips voor travestieten, maar in 1993 zette hij een punt achter zijn correspondentschap: 'Altijd gebeld worden, zeven dagen per week paraat - ik heb dat wel een beetje gezien.’ Hij bleef in Parijs wonen, maar presenteerde met zichtbaar genoegen het NCRV-programma De tijd staat even stil, waarin hij onder meer de legendarische Franse politieman Broussard en de weduwe van Lou de Palingboer voor de lens wist te krijgen. Het meeste plezier beleefde hij aan het maken van het boekenprogramma Passages, maar in juni vorig jaar moest hij het overlijden van zijn oogappel melden: met de gebruikelijke Gooise fijngevoeligheid was het programma zonder zijn medeweten geschrapt.
Hij vindt het leuk als hij van de tv herkend wordt, maar veel leuker als mensen zich zijn stukken herinneren: 'Het gevoel dat men mij leest, is toch wel het allermooiste.’ Het is geruststellend dat de schrijvende pers voortaan een infiltrant bij het NOS-journaal heeft. De marges zijn smal, maar hij benut ze ten volle: 'De grap is dat je net een woord of begrip kiest dat er een iets andere draai aan geeft.’
Dat doet hij bijvoorbeeld door de jubilerende kardinaal Simonis als 'eerwaarde jubilaris’ aan te duiden en de Verenigde Staten als 'het land van sigarettenrokersleed’. Ook maakt hij subtiel onderscheid tussen de beschaafde en onbeschaafde machthebbers dezer wereld. Zo besloot hij een bericht over Taiwan met de opmerking dat de Chinese staatsmedia geen melding maakten van de uitslag van de verkiezing aldaar, maar 'wel van die in Soedan, waar kennelijk ook een nieuwe president is gekozen’.
Freriks zal zich ongetwijfeld nog een aantal malen verspreken omdat de beeldbuis niet is berekend op zijn klinkende volzinnen, maar dat is een kwestie van oprekken. Reikhalzend zien we uit naar de volgende samenstelling van twee nevengeschikte hoofdzinnen, waarvan de tweede samengetrokken, elk voorzien van een ondergeschikte bijzin en uitmondend in een pointe-met-opgetrokken-wenkbrauw. Frapper toujours, Philip, frapper toujours!