Philip Roth en Amerika Geschiedenis als verraad

In zijn Amerikaanse trilogie maakt Roth het persoonlijke politiek en blijft de politiek zich met het persoonlijke leven bemoeien. Hij schetst een angstaanjagend Amerika.

The American Trilogy, € 36,5
American Pastoral, € 13,95
I Married a Communist, € 13,50
The Human Stain, € 13,9

Medium pastoral layout tot 2

De romantrilogie die Philip Roth aan het eind van de twintigste eeuw schreef – Amerikaanse pastorale (1997), Ik was getrouwd met een communist (1998) en De menselijke smet (2000) – is een majestueuze poging van Roth’s alter ego Nathan Zuckerman om de Amerikaanse geschiedenis van na de Tweede Wereldoorlog tastenderwijs te herschrijven: een driedelige tragedie over de bezoedeling van de democratische idylle door extremisme, dat wil zeggen anti­semitisme, rabiaat anticommunisme, racisme en academische politieke correctheid. De pastorale blokhut van Thoreau blijft wel een rol spelen in die trilogie, maar meer als een plek om stilte te creëren, om à la Hawthorne te kunnen bouwen op gesprekken van eenzame geesten met zichzelf, om zo weer iemand te worden, om iemand ánders te kunnen zijn. Na twaalfhonderd pagina’s staat het glashelder beschreven, aan het slot van De menselijke smet: ‘Om een nieuwe mens te worden. Om zich af te splitsen. Het drama dat ten grondslag ligt aan het verhaal van Amerika, het psychologisch drama dat breken met het oude leven is – en de energie en wreedheid die deze meeslepende drift vergt.’

Die historie vol hypocrisie en heksenjachten vertelt Roth via zijn superieure luisteraar Zuckerman en volgens een beproefd procedé: de verkleining en verpersoonlijking van de naoorlogse Amerikaanse geschiedenis. ‘Je spoelt Amerika in en Amerika stroomt jou binnen.’ (Ik was getrouwd met een communist) Familie betekent oorlog. Het persoonlijke is politiek en het verraad blijkt net als in de Griekse tragedies een dramatische drijfveer. Alle helden vallen, want ook zij hebben hun achilleshiel. Zuckerman probeert zijn neergaande helden te leren kennen, sprokkelt min of meer betrouwbare ‘levens­feiten’ bijeen, vergelijkt zijn eigen leven met dat van zijn protagonisten en schrijft drie realistische kronieken. Beter gezegd: drie verbeelde biografieën, beseffend dat zijn helden zich nooit helemaal blootgeven of hun beweegredenen onthullen.

Roth vergelijkt in Amerikaanse pastorale de blonde jood Seymour Levov – sportheld, succesvolle dameshandschoenenfabrikant – met president Kennedy. Ogenschijnlijk staan zij aan het hoofd van een welvarend modelgezin. Ook Kennedy was een Amerikaans symbool, ‘een bevoorrechte zoon van het lot’ en wreed aantrekkelijk, maar hij werd vermoord in 1963, vijf jaar voordat Levovs dochter Merry als bommengooister tegen de Vietnamoorlog van Kennedy en Johnson protesteerde, het vaderland tartte ‘en het leven van haar vader opblies. Ik dacht: Ja, natuurlijk! Hij is onze Kennedy.’

De populaire communistische hoorspel­acteur Ira Ringold begint zijn acteurscarrière als Abraham Lincoln en speelt zijn beroemde toespraken na. Lincoln werd door een acteur vermoord; Ringold is in de jaren vijftig het slachtoffer van McCarthy’s communistenjacht en eindigt als stenenverkoper aan toeristen. Misschien is hij nog meer de kop van jut van zijn vrouw en collega, de antisemitische jodin Eve Frame, want zij geeft hem als het ware aan door haar autobiografie te laten schrijven: Ik was getrouwd met een communist. En er is weer een woedende dochter, de harpiste Sylphid, die alles op scherp zet.

In De menselijke smet vergelijkt luisteraar, verteller, kluizenaar en schrijver Nathan Zuckerman in 1998 de ex-decaan en hoogleraar Grieks en Latijn Coleman Silk met president Clinton, die dan worstelt met de naweeën van de Monica Lewinsky-affaire. De 71-jarige Silk heeft een verhouding met de 34-jarige schoonmaakster Faunia Farley (had zijn dochter kunnen zijn), de ex-vrouw van een Vietnamveteraan die in De menselijke smet als voortreffelijk beschreven ongeleid projectiel tekeer gaat. Zuckerman maakt zowel van Silk als van Clinton een mensch met gebreken en hebbelijkheden.

Wat Seymour Levov (bijnaam ‘De Zweed’), Ira Ringold en Coleman Silk gemeen hebben is een geheim. Levov zwijgt tegenover Zuckerman over zijn terroristische dochter Merry omdat zij zijn Amerikabeeld en hemzelf kapot heeft gemaakt zonder dat hij begrijpt waarom. De communistische activist Ira Ringold, die last heeft van woedeaanvallen, heeft in zijn jeugd een moord gepleegd en ontkent tegenover Zuckermans vader dat hij lid is van de Partij. Als de ex-bokser Coleman Silk in 1944 bij de marine gaat besluit hij, een zwarte jongeman met een zeer lichte huid, voortaan als blanke door het leven te gaan. Een paar jaar later maakt hij van zichzelf ook nog een jood en trouwt met een joodse vrouw. Tegen haar, de kinderen en tegen zijn vriend Zuckerman zwijgt hij over die twee leugens over zijn achtergrond. ‘Hij kon zijn huid spelen zoals hij wou, zichzelf inkleuren zoals hij wou.’ Uiteindelijk blijkt zijn levenshouding vals en is hijzelf de grote verliezer van zijn identiteitsspel.

En op die manier maakt Roth het persoonlijke politiek en blijft de politiek zich met het persoonlijke leven bemoeien. Het resultaat is onvoorspelbaar menselijk gedrag en een scherp beeld van de desintegratie van Amerika nadat het paradijs verpest werd door Korea, Koude Oorlog, Vietnam, jodenhaat en klassen- en rassenstrijd, door rigide utopisch denken: ‘de pest Amerika die het kasteel van de Zweed binnendringt en daar iedereen besmet. De dochter die hem uit de begeerde Amerikaanse pastorale meevoert naar alles wat er het tegengestelde en de vijand van is: de razernij, het geweld en de aanhoop van de contrapastorale – de typisch Amerikaanse waanzin.’ (Amerikaanse pastorale) In Ik was getrouwd met een communist heet de pest McCarthy en in De menselijke smet krijgt sommige taal de pest en doet het woord spook (dat ‘schim’ betekent maar ook een ouderwets scheldwoord voor zwarte is) Coleman de das om: hij neemt ontslag als hoogleraar.

Philip Roth excelleert in het zich inleven in extreme personages, zonder aan geloofwaardigheid in te boeten, en weet zo een meedogenloos beeld van een ‘angstaanjagend’ Amerika te schetsen. In Amerikaanse pastorale doet Seymour Levovs dochter Merry haar naam geen eer aan: ze ontwikkelt zich tot een Weatherman-terroriste tegen de Vietnamoorlog. Haar bomaanslagen kosten vier mensen het leven. Als haar vader haar eindelijk, na vijf jaar onderduik terugvindt, dankzij de politiek-seksueel provocatieve ‘afgezante’ Rita Cohen, heeft ze een tegenovergestelde ideologie – die van totale geweldloosheid – omhelsd maar blijft even ongenaakbaar en onbereikbaar, ondanks wanhopige toenaderingspogingen van vader Levov, die vaag beseft dat het tijdperk van de dameshandschoenen voorgoed voorbij is. Ira Ringold in Ik was getrouwd met een communist is een van die gestaalde kaders die geen kaas hebben gegeten van ingewikkelde psychologische machtsverhoudingen. Hij, die de wereld wil verbeteren maar blijft hangen in slogans, moet het afleggen tegen zijn stiefdochter Sylphid, die even onverzoenlijk en meedogenloos is als die andere dochter: Merry. De wereldverbeteraar wordt maatschappelijk marginaal en trekt zich na de aanval van zijn ex-vrouw (haar autobiografie Ik was getrouwd met een communist) terug in zijn hut. In De menselijke smet is zowel de schoonmaakster Faunia Farley als de Franse academica en Coleman-verraadster Delphine Roux een buitensporige aanwezigheid. Faunia lijkt een seksueel dier dat voorwendt analfabete te zijn, maar toch blijkt ze er een dagboek op na te houden en heeft een filosofische levensinstelling. Delphine is het prototype van het Franse intellectuele orakel, afgestudeerd op Bataille en de zelfverloochening. Haar Kristeva-lectuur (over de melancholie) houdt ze ook keurig bij. Toch handelt ze vaak impulsief, jaloers, zelfs beestachtig. Een cruciale scène in De menselijke smet is die waarin Faunia een tamme kraai koestert, een vogel die vervreemd is van zijn soortgenoten omdat hij altijd onder mensen heeft geleefd. Daarom is die kraai geen ‘zuivere’ kraai meer. De mens laat overal zijn sporen na. ‘Onzuiverheid, wreedheid, mishandeling, vergissingen, stront, zaad – er is geen andere manier om op aarde te zijn.’ Dat is wat Zuckerman aan het slot van Ik was getrouwd met een communist ‘de entropie van het zedelijk systeem’ noemt. De kraai is ontheemd, net als Roth’s personages. Ze zijn hun land kwijt en proberen dat wanhopig terug te vinden, of ze nu Seymour of Merry Levov, Ira Ringold, Coleman Silk, Delphine Roux of Les Farley heten. De balling Delphine is in een niemandsland terechtgekomen, los van familie. En niet alleen zij is ‘ontland, geïsoleerd, vervreemd, confuus over alles wat voor een leven essentieel is, in een vertwijfelde toestand van verbijsterd verlangen…’ Amerika amok, Amerika dat zichzelf kwijt is geraakt.

Het slot van De menselijke smet is angstaanjagend én vredig. Het lijkt wel of Roth zijn lezers wil terugvoeren naar het meer bij de boshut van Thoreau, een bevroren Walden Pond. Opnieuw beginnen, weer op zoek naar een pastorale. Nathan Zuckerman ziet de grijze pick-up van de ontheemde, getraumatiseerde Les Farley staan en loopt het ijs op naar de eenzaam vissende Vietnamveteraan, met een vervaarlijke ijsboor naast zich. Ze voeren een aftastend gesprek over vissen, schrijven en trauma’s. De echte geheimen die ze met zich meedragen onthullen ze niet. Maar toch: ‘Hier. Hier was de oorsprong. Hier was de essentie. Hier.’