Philippe Noiret  Edward Albert 

Philippe Noiret Edward Albert

* 1 oktober 1930
* 20 februari 1951

Un taxi mauve (Yves Boisset, 1977) is een buitengewoon mooie film, en geheel en al vergeten. Ik zag hem als scholier in het bedompte filmcafé te Schagen, tussen de pijprokende leraren. Het was zo’n moment waarop je begrijpt dat het leven meer te bieden heeft dan Frans en natuurkunde, de kermis en The Guns of Navarone, maar ook dat ‘meer’ niet per se ‘meer geluk’ betekent. In de hoofdrollen, geloof het of niet: Peter Ustinov, Charlotte Rampling, Fred Astaire, Philippe Noiret en Edward Albert. Ik ben ze nooit vergeten. Albert en Noiret stierven dit jaar.
Edward Albert was de zoon van Eddie Albert (1906-2005), een jolige Hollywood-acteur, in Nederland bekend door de tv-serie Greenacres. Edward probeerde zijn leven lang onder de schaduw van zijn beroemde vader uit te komen, en zijn rol in Un taxi mauve, een gevluchte rijkeluiszoon, was hem op het lijf geschreven. Het was zijn hoogtepunt; hij eclipseerde in de jaren tachtig tot B-films en televisiesoaps, Falcon Crest, dat werk. Noiret bereikte in 1977 een eerste toppunt. Na het schandaal van La grande bouffe (1973) maakte hij zestien films in drie jaar, waaronder Le vieux fusil en Le juge et l’assassin.

Un taxi mauve is een film over verloren zielen en gebroken harten op het weergaloos prachtige Ierse platteland. Noiret is een Franse schrijver, die stil-wanhopig rouwt over de dood van zijn zoon; Edward Albert is een jonge rijke Eastcoast-Amerikaan wiens vriendin is overleden. Rampling is zijn zus, betoverend in witte kabelcoltrui. Ustinov speelt (zoals vaker) een mallotige tiran, die zich over een doofstom meisje heeft ontfermd; Astaire, ten slotte, is een oude Amerikaanse arts (hij was 78) die zijn pensioen in Ierland verteert en rondscheurt in een paarse taxi. Noiret begint wat met Rampling, Albert wat met het stomme kind, maar gelukkiger worden ze er niet van. Integendeel.

Tijdens een jachtpartij dwaalt Noiret af en valt in een poel drijfzand. Hij probeert zichzelf eruit te trekken, maar dat lukt niet. Dan daalt plotseling zijn enorme verdriet over hem neer. Wil hij eigenlijk nog wel leven? Een flits van opluchting gaat over zijn gezicht – zijn zoon, de rouw, de angst, alles zakt zachtjes weg.

Dan wordt hij gered. Het leven gaat door, wel ja. Maar elke keer als ik Philippe Noiret daarna zag, in wat voor rol dan ook, dacht ik aan dat moment waarop verdriet het van het leven won. Bijna.

PHILIPPE NOIRET B 23 november 2006

EDWARD ALBERT B 22 september2006