Pia-pil

Hoe om te gaan met de Pia-pil: ‘christelijke dwang’ à la de CU of doorzetten met het contraseign? Een derde alternatief is meer tijd – en dus meer maatschappelijke discussie.

Tijdens de langste kabinetsformatie uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis schrijft toenmalig pvda-onderhandelaar Ed van Thijn op vrijdag 26 augustus 1977 in zijn dagboek: ‘De pers is vernietigend voor het cda. Koppen als “Formatie strandt op democratie”, “anti-parlementarisme cda”, “De Christelijke Dwang” zijn schering en inslag.’

Het is de tweede keer dat die zomer de formatiegesprekken tussen pvda, cda en d66 stuklopen. De eerste keer is dat op de vermogensaanwasdeling, een voorstel van de pvda om overwinsten van bedrijven voor een deel te verdelen onder werknemers, een idee dat qua intentie ook nu niet zou misstaan, gezien het achterblijven van de lonen van werknemers. Het tweede struikelblok is het abortusvraagstuk. pvda wil abortus uit het wetboek van strafrecht halen, het cda kan daar niet mee leven.

Ik heb het dagboek van Van Thijn erbij gepakt, omdat er overeenkomsten zijn tussen de formatie van veertig jaar geleden en nu. Niet alleen duurt de huidige kabinetsformatie inmiddels ook al lang, net als destijds ligt er wederom een medisch-ethisch vraagstuk als potentieel struikelblok op tafel nu deze week vvd, cda, d66 en ChristenUnie na 105 dagen vergeefs formeren onder leiding van Gerrit Zalm uiteindelijk echt gaan onderhandelen. Het is de laatste mogelijkheid om tot een meerderheidskabinet te komen, wat nog steeds de wens is van de overgrote meerderheid van de Tweede Kamer.

De Pia-pil heeft een vriend van mij het huidige, heikele vraagstuk gedoopt, daarmee verwijzend naar het d66-Kamerlid Pia Dijkstra. Zij is de auteur van het concept initiatiefwetsvoorstel voor de voltooid-levenpil, een pil die iedereen boven de 75 jaar zou moeten kunnen krijgen om een einde te kunnen maken aan zijn leven, ook als er geen sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden zoals in de bestaande euthanasiewet is vastgelegd.

Er is veel weerstand tegen de Pia-pil. Zo vindt onder meer de medische beroepsgroep knmg de pil onwenselijk, en raadde daarvoor de adviescommissie onder leiding van d66-lid Paul Schnabel het kabinet aan geen nieuwe wet te introduceren omdat de reeds bestaande euthanasiewet al de mogelijkheid biedt om bij een stapeling van ouderdomsklachten euthanasie toe te staan. De ChristenUnie noemde de pil eerder een breekpunt.

Hoe durft een minderheid de eigen wil op te leggen aan de meerderheid?

Uit de hoek van de voorstanders hoor je het verwijt dat een christelijke minderheid de Pia-pil probeert tegen te houden, hoewel er samen met vvd, pvda en GroenLinks nu een ruime meerderheid voor is. ‘Christelijke dwang’ is opnieuw het verwijt. Anti-parlementair vinden de voorstanders van de pil het ook nu: hoe durft een minderheid de eigen wil op te leggen aan de meerderheid? Verschil met toen is dat de gebeten hond nu de ChristenUnie is. Het cda is overigens ook geen voorstander van de pil, maar ziet het d66-voorstel als een vrije kwestie.

Op het Binnenhof is mede daardoor het woord ‘contraseign’ ineens hot. Het zou de oplossing zijn voor het meningsverschil rond de voltooid-levenpil. Dat zou dan als volgt kunnen gaan: Pia Dijkstra dient haar initiatiefwetsvoorstel in en verdedigt het in de Tweede en Eerste Kamer. Beide Kamers stemmen er dan ook over. Maar als het wetsvoorstel is aangenomen, dan is al tijdens de kabinetsformatie afgesproken dat de verantwoordelijke minister zijn handtekening, het contraseign, niet zet. Dat wordt overgelaten aan een minister in een daarop volgende kabinetsperiode. Op die manier legt de ChristenUnie met haar vijf zetels in de Tweede Kamer de meerderheid haar wil niet op, maar is ze toch niet medeverantwoordelijk voor het ondertekenen van de wet door een minister uit een kabinet waar ook zij deel van uitmaakt. Zo blijft de eenheid van kabinetsbeleid behouden.

Ook tijdens de stroeve kabinetsformatie van 1977 is de oplossing voor het principiële meningsverschil over abortus de afspraak dat de Tweede Kamer een initiatiefwet mag indienen als de regeringspartijen er niet uit komen. Alleen, zo lees ik in het dagboek van Van Thijn, wordt er dan niet onomwonden vastgelegd wat er met het contraseign moet gebeuren. Dat geeft toenmalig cda-leider Dries van Agt de kans om tijdens interviews in ingewikkelde volzinnen boven de markt te laten hangen of hij als beoogd minister van Justitie zijn handtekening zal zetten onder een wet die abortus in zijn geheel uit het wetboek van strafrecht zou halen.

Van die ‘fout’ heeft informateur Herman Tjeenk Willink geleerd. Want wie zat er als secretaris die alles notuleerde destijds aan de onderhandelingstafel? Inderdaad, de toen 35-jarige Tjeenk Willink. Vandaar dat op het Binnenhof nu rondzoemt dat het contraseign dan aan een volgend kabinet wordt overgelaten. Als mogelijke oplossing voor dit heikele agendapunt.

Dat we nooit zullen weten of Van Agt het contraseign zou hebben gezet, komt doordat de kabinetsformatie met pvda en d66 uiteindelijk toch stukliep. Niet op een inhoudelijk punt, maar op de verdeling van het aantal ministersposten. Het duurde vervolgens nog zeven jaar voordat er een abortuswet van kracht werd in Nederland. Die wet werd mede ingediend door een cda-minister, Job de Ruiter. Deze wet haalde abortus echter niet uit het wetboek van strafrecht, zoals de pvda eerder wilde. Abortus bleef strafbaar, tenzij aan allerlei voorwaarden was voldaan.

Uiteindelijk was er dus geen sprake van anti-parlementair gedrag van één partij en ook geschuif met het contraseign was niet nodig. Wel zorgde meer tijd voor meer maatschappelijke discussie, evenals voor een politiek compromis. Misschien is de les hieruit dat ook de Pia-pil nu niet moet worden doorgedrukt.