Sport

Pick

Engeland heeft een nieuwe volksvijand en Kroatië heeft een nieuwe held. Woensdag wonnen de Kroaten onverwacht van Engeland en kwalificeerden zich voor het Europees kampioenschap voetbal. De Engelsen niet. Tachtigduizend supporters kregen een dreun die erger was dan tien jaar Thatcher.

Zoals gebruikelijk werden voor de wedstrijd de volksliederen gespeeld, of eigenlijk gezongen, want zo gaat dat tegenwoordig. De zanger die de nationale hymnes ten gehore bracht was Tony Henry, een Engelse operazanger. Het God Save the Queen ging vlekkeloos, maar het volkslied van Kroatië een stuk minder. Henry’s Kroatisch is niet denderend en waar hij had moeten zingen ‘Mila kuda si planina’ – ‘Je weet, mijn liefste, hoe wij houden van je bergen’ – maakte hij er ‘Mila kura si planina’ van: ‘Liefste, mijn pik is als een berg’.

Vervolgens werd Engeland opgerold door Kroatië. Het land van de mannen met pikken als bergen veegde de Engelsen van de mat. Rolde ze op. Gaf ze een beurt van hebikjoudaar. Ze waren sterk en bleven diep gaan. Ze scoorden niet één, niet twee, maar drie keer achter elkaar. Ze beukten er op los, namen bezit van het hele veld en stonden na een moment van verslapping direct weer fier overeind om door te gaan.

De Engelsen liepen er als slappe lulletjes bij. Futloos, als leeggelopen ballonnen. Ze druppelden wat heen en weer en moesten machteloos toezien hoe ze werden overmeesterd.

Tony Henry kan de nederlaag op zijn conto bijschrijven. En op zijn geweten. Zijn variatie op de Kroatische tekst deed de Engelse moed in de schoenen zakken. (Overigens had hij al eerder zoiets gedaan, toen hij het operapubliek op een avond verbijsterde door ‘per ongeluk’ scopare te zingen waar het scolare moest zijn. Maar toen stond er geen EK-kwalificatie op het spel.)

Dit weten we nu ook weer: alle sport is in wezen een wedstrijd tussen mannen die willen weten wie de grootste heeft. Mannen zijn daar erg gevoelig voor, wie de grootste heeft. En kunnen danig in de war raken bij de aanblik van het zware geschut van de tegenstander. Een goed geproportioneerd klokkenspel is een halve overwinning. Met kordaat hangende familiejuwelen is het al 1-0.

Het luistert allemaal heel nauw op dat niveau van topsport. Het zijn de details die de doorslag geven, die beslissend zijn voor winst of verlies. Of het regent of niet, of de bal te hard of te zacht is, of de scheidsrechter blind is. Maar het belangrijkst is het volkslied. Dat wordt gespeeld en/of gezongen voor de wedstrijd, als de spelers op een rij staan opgesteld, stijf van de zenuwen en vol goede moed. Vol angst ook, voor de tegenstander, en voor de mogelijkheid van een afgang. Intimidatie is dan een goed instrument. De tegenstander intimideren door te imponeren. Met klok- en hamerspel. Demoraliseren met jongeheren. Met een elftal roedes. Zoals Kroatië tegen Engeland.

Vele landen zullen volgen. Kroatië heeft de weg gewezen. Er komen voetbalversies van de bestaande volksliederen, die de tegenstander zullen imponeren en demoraliseren door hem een psychologische klap toe te brengen van jewelste. Het zal niet echt moeilijk zijn. Per slot van rekening gaan al die volksliederen over vlaggen in de top, fier omhoog stekende zwaarden, trotse ridders zonder vrees, en heel veel geloof en vertrouwen in iets groots. Hoe groter, hoe beter.

Duitsland zingt voortaan niet ‘Deutschland, Deutschland über Alles’, maar ‘Deutschland, mein Schwanz über Alles’. Engeland brult: ‘Cocks save the Queen’.

Bondscoach Marco van Basten en zijn Oranje hebben tot nu toe weinig ontzag afgedwongen. Dat is voorbij. Het Wilhelmus wordt aangepast; voor de wedstrijd klinkt de nieuwe, indrukwekkende versie:

‘Wilhelmus van Nassouwe

een pick van Duizent Voet

de kaele paus ghetrouwe

blijf ick tot in den doet

een Prince van Orangien,

mijn pick, mijn jongeheer

ook de Coninck van Hispangien

heeft mijn pick altijt ghe-eert.’

En het zesde couplet:

‘Mijn schilt ende betrouwen

zijt ghy, mijn Lont, mijn Speer

op U soo wil ick bouwen

verlaet mij nimmermeer

mijn pick sal d’grootste blijven

mijn dienaer t’aller stond

die tyranny verdrijven

die my mijn hert doorwondt.’

Van wie zouden we dan nog verliezen?