26 december 1918 – 16 september 2012

Pierre Louis baron D’Aulnis de Bourouill

Hij opereerde tijdens de Tweede Wereldoorlog jarenlang als succesvol spion op Nederlands grondgebied. Baron D’Aulnis de Bourouill had veel geluk en hield altijd goed zijn mond.

Heel soms lees je nog in een rouwadvertentie: ‘Hij was een Engelandvaarder’, en dan besef je dat het hier gaat om iemand die zich lang geleden uitzonderlijk moedig heeft gedragen. Achter dit ene zinnetje gaat een even heldhaftige als dramatische passage uit de Tweede Wereld­oorlog schuil die tot op heden leidt tot speculaties over het raadselachtige ‘Englandspiel’ – een sabotage- en spionagenetwerk van de geallieerden vol dubbele bodems en nauwelijks te ontwarren relaties en loyaliteiten. Van het handjevol hoogbejaarde Engelandvaarders overleed vorige week op 93-jarige leeftijd Pierre Louis baron D’Aulnis de Bourouill. Hij was een succesvolle topspion die de hele oorlog uit handen van de Duitsers wist te blijven. Voor zijn speciale verdiensten kreeg hij vele onderscheidingen, waaronder de Militaire Willemsorde, het hoogste eerbewijs voor dapperheid in Nederland.

Historicus Loe de Jong probeerde in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog te ontrafelen wat zich tijdens de bezettingsjaren precies afspeelde bij de inzet van Nederlandse informanten door de Britse veiligheidsdienst. Het beeld was dat veel spionnen, eenmaal gedropt op Nederlandse bodem, in handen vielen van de Abwehr, die hun illegale zendernetwerk vervolgens gebruikte om valse informatie naar de Special Operations Executive (soe) in Londen te sturen. Al tijdens de oorlog rees het vermoeden dat de soe moest hebben geweten dat de agenten opgepakt waren en de Britten op hun beurt hen gebruikten om valse gegevens terug te spelen naar de Duitsers. Dat zou vooral gebeurd zijn met informatie over een timing van de invasie in Normandië om daardoor verplaatsing van Hitlers legers naar het Oostfront te voorkomen. Maar die veronderstelling was te pijnlijk om onder ogen te zien en kon bovendien niet worden bewezen. Een parlementaire enquête­commissie kwam er ook niet achter, vooral omdat de Britten de archieven dicht hielden, en concludeerde in 1950 dat er weliswaar ‘grote blunders van Britse zijde waren gemaakt, maar van verraad en opzet geen sprake was’. De Jong ging in zijn eindoordeel in 1979 verder: hij spreekt van ‘verregaande incompetenties op basis van een gebrekkig en bovendien slecht gehanteerd veiligheidssysteem en kapitale blunders aan Britse zijde waarbij de Nederlandse regering in ballingschap ook enige verantwoordelijkheid droeg’. Dit sloeg onder oud-verzetsmensen in als een bom, maar lange tijd was hiermee de kous af. Tot in 2000 een deel van de Britse archieven toegankelijk werd en inderdaad de gevreesde dubbelspionage, slechts ten dele, werd bevestigd door bronnen.

Informanten die werden ingezet om de vijand te misleiden – het illustreert een klassiek dilemma in een oorlog waarin politieke leiders en generaals vanuit strategische doelen en risicoanalyses dodentallen tegen elkaar afstrepen. De Engelandvaarders zijn waarschijnlijk geofferd voor het bespoedigen van de vrede in Europa.

Maar dat wisten de naar schatting zeventienhonderd Engelandvaarders, veelal studenten van goeden huize onder wie ten minste 48 vrouwen, natuurlijk niet. Ze gingen voor ‘volk en vaderland’, meestal totaal onvoorbereid op de vele gevaren die zij op hun pad tegenkwamen. De eerste groep van drie studenten stak in juli 1940 met een eenvoudig wedstrijdzeilbootje de Noordzee over. Deze wonderwel geslaagde reis door de golven kreeg navolging; de makkers van Erik Hazelhoff Roelfzema trachtten het per kano te doen. In de loop der oorlogsjaren verkozen de ‘vaarders’ hun vluchtroute over land, via Zweden, Zwitserland, Frankrijk en Spanje. De maandenlange tochten waren een aaneenschakeling van risico’s en ontberingen. Minimaal 783 vluchters zijn nooit aangekomen. Ze bezweken, verdronken of werden aangehouden en doodgeschoten. Velen belandden in concentratiekampen. Pas achteraf is het zonneklaar om wat voor een onmogelijke strijd het ging: de Abwehr (opgericht in 1866), een zeer professionele militaire inlichtingendienst, versus een ongeorganiseerde groep van uiteenlopende individuen.

Pierre Louis baron d’Aulnis de Bourouill wilde strijden als militair en hield zich na de capitulatie bewust afzijdig van het studentenverzet. Zelf zei hij later dat hij zich gedroeg als een grijze muis. En dat terwijl de jonge rechtenstudent en vervent Minerva-lid bekendstond als een welbespraakte bohémien. Reeds tijdens de meidagen vocht hij, nadat hij zijn dienstplicht al eerder had afgerond, als vaandrig van een batterij luchtdoelartillerie die bij Wassenaar was gestationeerd. Onder zijn leiding haalden zijn manschappen tien vliegtuigen neer. De beroemde lezing van professor Cleveringa tegen de verwijdering van de joodse collega Meijers, november 1940, vormde net als vele Leidse corpsstudenten later voor hem de aanleiding om in het verzet te gaan. Eerst in het ondergrondse Legioen van Oud Frontstrijders, maar al snel besloot ook hij naar Engeland te vluchten. Samen met een vriend stak hij te voet de Pyreneeën over en kwam na maandenlang wachten op een uitreisvisum in Londen aan. Wat volgde lijkt op het relaas van de Soldaat van Oranje: in een korte opleiding op ‘de spionnenschool’ leerde hij parachutespringen, een marconistencursus en alle geheime codes waarna hij met een raf-vliegtuig in 1943 werd gedropt. Ze moesten terugkeren toen ze de dijk bij Urk raakten, om later bij een tweede poging bij Meppel te landen. Daarna werkte hij onafgebroken als spion: hij zette weerstations op, gaf informatie door van Duitse legereenheden en hielp met de voorbereidingen van het raf-bombardement op het centrale bevolkingsregister in Den Haag, mei 1944.

Tot aan de bevrijding opereerde de baron, wisselend van schuiladres, in de grote oorlog tegen de nazi’s zonder ooit gepakt te worden. ‘Dat zou een ramp geweest zijn. Want ik had in mijn hoofd honderden namen’, zei hij na de oorlog. En hij hield altijd stijf zijn mond dicht. ‘Ik wilde mijn leven niet voor niks wagen; ik wilde effectief zijn.’ Met de romantiek van het verzet achteraf had hij niks op. In het Englandspiel had hij te veel vrienden verloren.