Pierre Nkurunziza, 18 december 1964 – 8 juni 2020

Hij was de door God uitverkoren leider van Burundi, president Pierre Nkurunziza. Vooral in de laatste vijf jaar van zijn leiderschap creëerde hij een angstcultuur.

God beschermt Burundi, had hij gezegd, toen Covid-19 via Dubai ook het kleine land in Centraal-Afrika had bereikt. Maar die verklaring, noch de smartelijke gebeden konden voorkomen dat het virus toesloeg en van de 55-jarige Pierre Nkurunziza de eerste leider maakte die aan Covid-19 zou overlijden. Tenminste, dat is wat er in het geruchtencircuit rondzingt. Officieel is de man die zichzelf beschouwde als de gezant van God aan een hartaanval overleden.

Het gefluister over de ware oorzaak van zijn verscheiden is illustratief voor de angstcultuur die Nkurunziza met name tijdens zijn laatste vijf jaar als president had gecreëerd. Naast de gebruikelijke onderdrukkingsinstrumenten als leger, politie en inlichtingendienst maakte Nkurunziza gretig gebruik van de jeugdmilities die sinds 2010 onder de naam Imbonerakure (‘zij die ver zien’) de bevolking terroriseren. Mensenrechtenorganisaties beschuldigen Imbonerakure van intimidatie, verkrachting, marteling, verdwijning en moord. De milities, die in het leven werden geroepen als de jeugdvleugel van Nkurunziza’s partij cndd-fdd (de Nationale Raad voor de Verdediging van Democratie-Strijdkrachten voor Verdediging van Democratie) zijn aan geen enkele instantie verantwoording verschuldigd en hebben het vooral voorzien op de oppositie en de burgerbevolking, volgens de logica dat de bevreesde burger de beste burger is. De terreur onder Nkurunziza resulteerde in zo’n twaalfhonderd moorden en honderdduizenden vluchtelingen. Burundi was in 2017 het eerste land dat zich terugtrok uit het Internationaal Strafhof.

Pierre Nkurunziza was in 2005 aan de macht gekomen, president van een verscheurde natie die net als buurland Rwanda sinds de onafhankelijkheid het toneel was geweest van bloedige burgeroorlogen tussen de Hutu’s en de Tutsi’s. De eerste genocide, waarbij Nkurunziza’s vader om het leven kwam, vond plaats in 1972. Het meest recente conflict duurde van 1993 tot 2005.

Nkurunziza groeide op in Bujumbura als zoon van een Tutsi-moeder en een Hutu-vader. Hij sloot zich in 1995 aan bij de door Hutu’s gedomineerde rebellenbeweging cndd-fdd. Een aantal van zijn broers kwam om bij het geweld, dat tussen 150.000 en 300.000 slachtoffers maakte. Nkurunziza zelf bleef ondanks diverse oog-van-de-naald-momenten in leven. Een mirakel, meende hij, een teken dat hij was uitverkoren om de beweging verder vorm te geven. Gestaag werkte hij zich op in de rangen van de cndd-fdd, van soldaat via plaatsvervangend secretaris-generaal tot leider. Na het ondertekenen van een vredesakkoord in 2000 vormde hij het rebellenleger om tot een politieke partij. In de overgangsregering die in 2003 werd gevormd kreeg hij de post van minister van Goed Bestuur, een opmaat naar meer.

‘Wie zich tegen mijn herverkiezing verzet, verzet zich tegen God’

Twee jaar later, toen de politieke stabiliteit in Burundi weer enigszins was teruggekeerd, won hij met ruime meerderheid de verkiezingen. Aanvankelijk werd hij gezien als een verademing in de verstikkende, door etnische haat verziekte politiek in de voormalige Belgische kolonie. Hij presenteerde zich als man van het volk en ging voortvarend te werk. De avondklok werd opgeheven en Nkurunziza slaagde erin een zekere mate van verbroedering te bewerkstelligen, tussen de Burundese volkeren, tussen de religies en met buurland Rwanda. ‘Ons probleem was niet etniciteit, die werd slechts gebruikt door onze voorgangers om hun falen en hebzucht te verhullen’, zei hij.

Het is onduidelijk in hoeverre zijn ambities werden gevoed door de vrouw met wie hij enkele jaren voor het uitbreken van de burgeroorlog in het huwelijk was getreden, Denise Bucumi. Toen haar man in de bush zat moest zij zich met twee kinderen zien te redden. Ze had het zwaar, werd gehaat door de machthebbers. Denise putte kracht uit haar geloof: wedergeboren christen. Later zou ze haar eigen kerk oprichten, Eglise du Rocher, oftewel de Kerk van de Rots, waartoe ook haar man, eveneens wedergeboren christen, behoorde. De kerk werd synoniem met een persoonlijkheidscultus, politieke kopstukken lieten er graag hun gezicht zien.

Het echtpaar zag het als hun taak om Gods woord en hun visie op moraliteit te verspreiden. Nkurunziza portretteerde zich steeds vaker als gezant van God. Op sportniveau manifesteerde zich dat nog relatief onschuldig. Zijn voetbalclub Haleluya F.C., dat net als een zangkoor met hem meereisde, won de meeste wedstrijden moeiteloos; tegenstanders wisten maar al te goed waar een tackle toe kon leiden. Op politiek niveau verkondigde de president dat het God was die hem in 2015 had opgedragen zijn leiderschap met een derde termijn te verlengen, ook al druiste dit in tegen de grondwet die maximaal twee termijnen voorschreef. Dergelijke beperkingen golden niet voor hem. ‘Iedereen die zich [tegen mijn herverkiezing] verzet, verzet zich tegen de wil van God’, zei hij.

Het luidde een nieuw tijdperk in van geweld en onderdrukking. Nkurunziza overleefde een poging tot staatsgreep, die zijn paranoia en verbittering voedde. De jeugdmilities kregen vrij spel en Burundi gleed af naar een semi-dictatuur. Nkurunziza besloot uiteindelijk om het bij drie termijnen te houden, en in mei werd zijn partijgenoot Évariste Ndayishimiye tot opvolger gekozen. De man die door God was uitverkoren zou op de achtergrond een rol blijven spelen, als Hoogste Leider en Kampioen van Patriottisme. Lang kon hij niet van die fraaie titel genieten. Op 28 mei werd de first lady in allerijl naar de Keniaanse hoofdstad Nairobi gevlogen nadat zij positief was getest op Covid-19. Haar echtgenoot overleed elf dagen later.