Waar was ik gebleven? O ja. Literatuuronderwijs wordt ernstig overschat.

Laat ik het anders zeggen: literatuuronderwijs is zinloos.

Je houdt van lezen of je houdt er niet van.

Soms zie ik weleens iemand op tv die beweert dat lezen ‘leuk’ is, of ‘belangrijk’. Zijn de gedichten van Petrarca leuk? Waarom moest ik dan huilen? Of is huilen belangrijk? Zijn de boeken van Reve van belang? Voor mij wel, maar toevallig ken ik literatoren die dertig jaar jonger zijn dan ik, homoseksueel en depressief en die haten – u leest het goed – die haten Reve.

Je kunt volhouden dat wie van lezen en literatuur houdt dat misschien op school door een enthousiaste docent aangeboden heeft gekregen en dat literatuuronderwijs dus belangrijk is.

Stel er dan geen eindexamenvragen over. Bied aan, meer niet.

Lezen is als zingen. Ik zing graag, maar goddank heeft niemand mij ooit gevraagd: ‘Zeg, in het lied Ontwaakt, ontwaakt, de morgen breekt aan, een stralende zon langs gouden baan – vertel eens wat je weet over dat “stralende”?’

Je hoort ook vaak dat mensen boeken nodig hebben om zich met iemand te ‘identificeren’. Een rotwoord, trouwens.

Literatuuronder­wijs is zinloos. Je houdt van lezen of je houdt er niet van

‘Ik ben een jongen met een bruine huid. Maar als ik kinderboeken las, dacht ik altijd: dat gaat over andere kinderen dan ik.’

Hoera, ik ben ook een jongen met een bruine huid. Ik heb nog nooit last gehad van dit probleem. Niet toen ik Pietje Bell las, niet toen ik Pim Pandoer las, niet toen ik Monus, de man van de maan las, niet toen ik de boeken van De Vijf las… ik kan wel honderd titels opnoemen. Ik identificeerde me met alles. Rijk, arm, met Hylke, Kruimeltje, Jan van Beek, noem maar op. Ik was alles en iedereen.

Ik was veertien toen Bob Dylan in mijn leven kwam. (De Nobelprijswinnaar voor literatuur, zeg ik er maar even bij.) Ik wilde Bob zijn. Ik wilde zingen zoals hij, teksten maken zoals hij. Maar eerlijk is eerlijk: ik begreep niks van zijn teksten. Als men destijds had gevraagd: ‘Waar gaat Visions of Johanna over?’ – ‘Nou, over Johanna’, had ik geantwoord. En: ‘Sad Eyed Lady of the Lowlands?’ – ‘Nou, over een droevig meisje.’ Maar ik was en ben er kapot van. (En wat zei Bob waar het over ging? ‘I just started writing and I couldn’t stop. After a period of time, I forgot what it was all about.’) Ik was meer Bob dan een Blue Diamond, als u begrijpt wat ik bedoel. Meer Bob dan een Tielman-broertje.

Literatuuronderwijs maakt de literatuur kapot zolang een leerling er iets van moet opsteken.

Wil je er toch iets aan doen, doe dan het volgende. Maak een boek met mooie zinnen in de Nederlandse literatuur. En laat onze jongeren steeds wat zinnen uit hun hoofd leren. Je kunt eventueel uitleggen waarom die zinnen mooi zijn, maar laat ze dat niet navertellen. Waarom is de zin ‘De Bey van Tunis kreeg een kolyk als hy het wapperen hoorde van de nederlandsche vlag’ een mooie zin uit een van de mooiste en belangrijkste boeken in de Nederlandse literatuur? Leg maar uit. Mijn vader en ik konden er smakelijk om lachen. En Karel van het Reve kende hem ook uit zijn hoofd.

Net als zingen moet je lezen op school. En films kijken. Gisteren hoorde ik: ‘That rug really tied the room together.’ We lachten. Om de zin en omdat we wisten uit welke film die kwam. Je hoeft niet te weten waarom die zin belangrijk is. Daar kom je vanzelf achter.

Eén kleine anekdote. Waar gebeurd!

In de week na mijn eindexamen kocht ik het Nagelaten werk van Hans Lodeizen om het aan een vriendin te geven, want Hans verwoordde wat ik niet durfde: ‘Jij bent de kleine acrobaat van mijn geluk…’ en alle volgende regels. Terwijl ik naar huis liep – het boek was niet ingepakt want dat vond ik stom, las ik het gedicht opnieuw en botste zodoende bijna tegen iemand aan. Een onbekende lange man met een paardenhoofd. Hij zag wat ik las en zei: ‘Wie gedichten leest is ongelukkig, wordt ongelukkig en zal altijd ongelukkig zijn…’ En liep door.