Pijn

Noodweer, de tweede roman van Marijke Schermer, begint dagelijks, bedrieglijk dagelijks zou je kunnen zeggen, of verademend dagelijks. Ik neig tot nader order tot het laatste: waarom zou dagelijksheid altijd maar bedrieglijk moeten zijn?

Medium tessa 20p 20de 20boer

Deze schrijver weet wat ze doet, zoveel is al vanaf de eerste zinnen duidelijk. Een stel verlaat in haast hun dijkhuis om nog op tijd in de stad naar het toneel te kunnen, dag kinderen, dag oppas. ‘Jij rijdt. We gaan het halen.’

Emilia en Bruch heten ze, zo blijkt gaandeweg, illustere namen, toegerust op iets diepers of hogers dan Annelies en Bart dat zouden zijn. Het eerste hoofdstuk kabbelt rond de toneelvoorstelling, de nagesprekjes met de bevriende regisseur, discussies over het stuk, A Streetcar Named Desire. Onderhuids lijkt er wat spanning gaande: van een onverwachte omhelzing valt Emilia van schrik bijna flauw, het napraten van de echtelieden gaat gepaard met kleine gevoeligheden. Iets suddert, zoals er nu eenmaal altijd wat suddert. De toon is gezet.

In de hoofdstukken hierna springt de schrijfster door het huwelijkse leven heen, de wederzijdse familiebanden, de gang van de stad naar het dorp, de gelukkige ontdekking van de ruimte en de stilte. ‘Ze waren vastbesloten: zij gingen de natuur niet bedwingen, ze zouden het omkeren en zichzelf laten temmen.’ Er is sereniteit en een soort onaardsheid. Zoveel in en om het huis te doen, de beide banen, hij in het ziekenhuis, zij in een klein onderzoeksbureau met vrienden, en dan ook nog de zorg voor twee kleine kinderen, die even lief als overheersend wordt beschreven. En toch ligt er iets donkers op de loer.

Wat dat donkere is wordt al gauw duidelijk, maar ik heb het idee dat ik het hier niet moet vertellen. Deel van de kracht van de roman is hoe een trauma intact gelaten wordt, en tegelijkertijd met onderbrekingen volkomen wordt verteld. Emilia lijdt in stilte, en dat weet Schermer akelig goed weer te geven.

‘Beleefdheid en gereserveerdheid zijn de beste wapens in een situatie waarin je je overgeleverd voelt’

‘Wat denkt hij eigenlijk? Het is raar dat zij al die jaren niks gezegd heeft, maar hoe vreemd is het eigenlijk dat hij haar al die jaren niets gevraagd heeft?’ Haar lijden is des te erger omdat het zinloos lijkt: waarom Bruch, die toch alle kenmerken vertoont van een innemende, liefhebbende echtgenoot, geen deelgenoot maken van dat wat haar neerdrukt? Iedere keer lijkt het weer te laat om iets te zeggen, het zwijgen te doorbreken.

Noodweer is een boek dat pijn doet. Opperst geluk en botte schending daarvan worden heel precies naast elkaar geplaatst. Onafwendbaar wordt afgestevend op een climax, die in deze roman óók de gedaante heeft van een overstroming, een natuurramp. Wat nou dagelijksheid. Wat nou gebrek aan drama. Naarmate Emilia verder ineen lijkt te storten, en steeds meer moeite heeft de normale dagelijkse gang vol te houden, gaat het harder en onophoudelijker regenen, moet het dijkhuis worden gestut, moeten de spullen naar boven versleept, de kinderen alvast elders ondergebracht. De regen gutst, het waterpeil stijgt, de metafoor ligt er zo dik bovenop dat het bijna flauw lijkt, net als de dubbelzinnigheid van de titel van de roman. Maar het werkt, die toenemende stuwkracht van het water, het optrekkende vocht, de groeiende doffe paniek van Emilia, en de kleine zolderruimte waar zij en Bruch zich noodgedwongen terugtrekken. Het kan niet anders of het uur van de waarheid heeft geslagen. En wat voor een waarheid.

Zoals ik al zei: pijn. Marijke Schermer vertelt een emotionerend verhaal dat aan veel raakt. Noodweer heeft een vergelijkbare lading als 45 Years, die onvergetelijke film van regisseur Andrew Haigh van vorig jaar, waarin de echtgenote, gespeeld door Charlotte Rampling, door een ontdekking niet anders kan dan haar huwelijk helemaal opnieuw onder de loep nemen. ‘De tijd is een kromming, jaren geleden is dichter bij nu dan gister.’

Dat de roman hard aankomt, heeft behalve met de secure opbouw van het drama te maken met de menselijkheid van de personages. Emilia heeft een broer met wie ze net even te close is, ze heeft geen zin in de andere moeders op het schoolplein, ze constateert dat van sommige mensen pas vanaf een bepaalde leeftijd blijkt hoe stomvervelend ze eigenlijk zijn. Die bijzondere mengeling van nuchtere, afwerende constateringen – ‘Beleefdheid en gereserveerdheid zijn de beste wapens in een situatie waarin je je overgeleverd voelt’ – en emotionele zeggingskracht maken van Noodweer een roman die je niet onberoerd kunt lezen.

En dan is er het huwelijk. In geladen zinnen roept de schrijfster het beeld op van geliefden die elkaar vonden toen ze allebei zo begin dertig waren, het nodige hadden meegemaakt, maar toch elkaar ervoeren als waren ze de eerste mensen. ‘Ze waren buiten en ze hoorden nergens bij.’ Dat was het begin. ‘Die laatste dag van het begin vroeg ze hem zijn ogen dicht te doen en haar zo precies mogelijk te beschrijven. Doodeng en opwindend was het. Het was alsof hij haar tekende, alsof haar lichaam zich voegde naar zijn beschrijving en ze langzaam werd wie hij zei dat ze was, alsof ze de contouren vulde die hij haar gaf.’

Pas zo’n 120 bladzijden later krijgen we te horen hoe hij haar destijds beschreef, een scène die diep snijdt, en dan nog dieper. De corruptie is dan voorgoed ingetreden, en het is de vraag of die ooit te boven gekomen kan worden. Ik wil nu ook het andere werk van deze schrijver lezen.