Pijn aan m'n werkplek volksvijand nummer een

VAN ‘T KLOOSTER: 'Als ik merk dat iemand er niet in gelooft, stop ik met uitleggen.’

Van Noort: ‘Moet je gewoon geen aandacht aan schenken, joh.’ De Hilster: 'Zonde van je energie.’ Davelaar: 'Je hebt je energie veel te hard nodig.’ Oudkamp: 'Maar bij mijn vader heb ik wel net zo lang zitten drammen tot hij het geloofde.’ Van ’t Klooster: 'Bij de Arbo-arts en de keuringsarts doe je dat natuurlijk ook.’ MADOU DAVELAAR (39), sinds twee jaar in de WAO, werkte bij Teletekst, waar ze administratieve klusjes deed. Altijd achter de pc, data invoeren. Drie verschillende terminals bediende ze, elk met een ander programma. Ondertussen telefoontjes, ze kwam handen te kort. Er waren twee of drie betere stoelen, vaak al weggekaapt door collega’s die eerder waren begonnen. Xandra van Noort (39), sinds een jaar in de WAO, werkte achttien jaar bij Kamerbeekgroep Verzekeringen, waar ze polissen invoerde. Computers mochten dan telkens verder geautomatiseerd wordem, het oude meubilair bleef. Ze zat aan een verweerd bureau met een vast ladenblok op een eenvoudige fauteuil zonder armleuningen. Eén been gestrekt onder het bureau, het andere dubbelgevouwen tegen het ladenblok. Eva de Hilster (25) werkt nog hoewel ze zich in fase 3 bevindt, het hardnekkigste stadium. Computerwerk bij een grafisch bureau. De hele dag tekenen met de muis, linkerknop ingedrukt, lijntjes trekken. VAN NOORT: 'Zo frustrerend als ze zeggen dat het tussen je oren zit.’ Oudkamp: 'Dat het een modeverschijnsel zou zijn.’ De Hilster: 'Of de opmerking: RSI an sich bestaat niet.’ Van ’t Klooster: 'Helaas hebben ze daar nog gelijk in ook: er is geen medische diagnose.’ Davelaar: 'Precies, het is een containerbegrip waar alles ingeschoven wordt. De diagnose wordt gesteld door het uitsluiten van andere ziekten.’ Oudkamp: 'Het is nooit wetenschappelijk aangetoond. Het kan best dat ze over een jaar een bacterie aantreffen die RSI veroorzaakt en dat het niks met het werk te maken heeft.’ Van Noort: 'Toch merk je dat ze er niet meer omheen kunnen. Eindelijk worden we serieus genomen. Toen ik ziek werd, vijftien jaar terug, was er geen enkel begrip. Achter mijn rug werd geroddeld dat ik collega’s dupeerde met mijn aanstellerij. De chef zei tegen de grappenmakers: pas op, straks mankeert haar echt wat.’ NIEK VAN ’T KLOOSTER (38) is technisch verkoper bij Akzo-Nobel Chemicals. Op een zeker moment werd zijn dos-desktop met Windows verrijkt. Ineens moest alles met de muis. Hij kreeg er ook een laptop bij, de ergonomie van zo'n ding is waardeloos. Hij zat ermee in het vliegtuig en op de hotelkamer. Hele chemische processen simuleerde hij op dat beeldschermpje van twintig bij twintig. Patricia Zeegers (31) is international-transferspecialist op het Europese hoofdkantoor van Nike. Van negen tot vijf zit ze achter de computer de uitzending van employees te coördineren. De werkhouding is slecht, door verouderd meubilair. Clara Oudkamp (32) is wetenschappelijk onderzoeker bij een centrum voor milieukunde van een universiteit. Als onderzoeker schrijft ze teksten en maakt ze grafiekjes en tabelletjes, hele dagen mieren achter de pc. REPETITIVE STRAIN INJURY (RSI) - je mag er niet langer lacherig over doen. Bijna een half miljoen Nederlanders lijdt eraan, becijferde het CBS onlangs. Uit eerder onderzoek van de Arbeidsinspectie was al gebleken dat meer dan de helft van alle beeldschermwerkers klachten heeft als gevolg van de zogevreesde 'repeterende beweging’. De RSI-patiëntenvereniging groeit als kool. Maandelijks worden er in verschillende districten 'lotgenotencontactavonden’ georganiseerd, zoals deze maandag in Eemnes. DAVELAAR: 'Lotgenotencontact is voor ons van levensbelang. De directe omgeving heeft het wel gehad na een tijdje. Het is een kwaal die niet erger wordt.’ Oudkamp: 'Reuma bijvoorbeeld wordt wel erger. De omgeving raakt telkens opnieuw geïmponeerd.’ De Hilster: 'De kracht van lotgenotencontact is dat iedereen weet wat je bedoelt. Het is ook praktisch. Weet jij nog een goede therapie? En: wat is nou een makkelijke kurketrekker?’ Oudkamp: 'Gezonde mensen snappen niet dat wij echt opgelucht zijn als de afwas zonder brokken is gedaan.’ Zeegers: 'Ik kan me niet meer opmaken.’ Van Noort: 'Soms kan ik mijn elektrische tandenborstel niet eens meer vasthouden.’ Van ’t Klooster: 'Ik zie het als een overwinning als ik me geschoren heb.’ Zeegers: 'Zelf de kraan opendraaienà’ Van ’t Klooster: 'Op het werk bijt je op je tanden. Thuis ben je helemaal kapot. Een ramp voor het familieleven. Ik kan niet meer stoeien met de kinderen.’ Oudkamp: 'Ik kan niet eens een baby vasthouden. Niet dat ik een baby wil, maar als ik het wel zou willen kan dat dus niet.’ MAANDAGMIDDAG, een bestelbusje van Visser Kantoorefficiency BV is op weg naar Mijdrecht. Achter het stuur zit Leo Vos, hij is 'ergonomisch adviseur’. In Mijdrecht bevindt zich reclamebureau Alrec Sign en Display BV. Daar heeft een werknemer geklaagd en op kosten van de baas een polssteun besteld die Vos moet installeren. Een polssteun, legt Vos uit, geeft ondersteuning bij het 'muizen’. Vos vertelt over de uitstekende relatie die Visser BV en enkele andere ergo-adviseurs onderhouden met verscheidene Arbodiensten. 'Goed contact met de Arbodienst is van levensbelang. Zij kunnen na een inspectie of na klachten van werknemers de werknemers adviseren ons te bellen. Je moet dan niet, hoe groot de verleiding ook is, allerlei extra’s gaan aansmeren. Dat agressief commerciële wordt even uitgeschakeld.’ Onder dreiging van almaar aangescherpte Arbowetgeving en toekomstige schadeclaims nemen steeds meer werkgevers het zekere voor het onzekere. Van de andere kant vechten ergo-adviseurs en kantoormeubelpaleizen om hun gunst. Wil de werkgever RSI voorkomen, dan moet hij met ze in zee. Met futuristische hulpstukken herontwerpen ze dan tegen hoge kosten de werkvloer. De folders schreeuwen: 'deskundig werkplekonderzoek’, 'vrijblijvende proefplaatsingen’ en 'individuele begeleiding in voor- en natraject’. BINNEN BIJ ALREC krijgen we een visitors-badge opgespeld. Een medewerkster gidst ons naar de 'probleemplek’. De polssteun blijkt niet op de tafel te passen. In plaats van te vertrekken onderwerpt Vos, gewapend met allerhande meetapparatuur, het kantoor aan een grondige inspectie. 'Ik kan die polssteunen natuurlijk wel bestellen in een maat die wél op deze tafels past, maar polssteunen alleen zijn hier niet afdoende’, zegt hij tegen de werknemer die om de polssteun gevraagd had. 'De Arbeidsinspectie zou de situatie op deze werkvloer afkeuren. En u weet, iedere ondernemer krijgt er vroeg of laat mee te maken.’ Vos ploft neer in een bureaustoel. 'Deze is in hoogte variabel, dat is oké. Maar tegenwoordig zijn verstelbare armleggers ook verplicht. Ziet u ze? Ik niet. Bovendien biedt deze stoel geen permanent rugcontact.’ Vos staat op en loopt naar het raam. 'Het licht is hier niet goed, te veel weerkaatsing, slecht voor de oogjes. Ik zit te denken aan een andere opstelling van de computers. Wat zegt u? Snoertjes niet lang genoeg? Denk maar aan die werknemer straks in de ziektewet, zeggen wij dan altijd. Eigenlijk zou er ook een filter voor de monitoren moeten.’ Vos houdt een apparaatje voor een van de beeldschermen, het metertje slaat venijnig uit. 'Dan de extraatjes, niet verplicht, wel raadzaam. Ik dacht aan een ergomuis en een cherry toetsenbord.’ Ten slotte diept hij een kaartje op uit de binnenzak van zijn colbert, uit het attachékoffertje komt een folder te voorschijn. 'Belt u ons gerust, de showroom is dagelijks geopend.’ IN EEMNES is met RSI-vriendelijke trekker de wijn ontkurkt. De Hilster: 'Ik heb een nieuwe stoel en armleuningen gekregen. Het kostte wel wat overtuigingskracht.’ Van ’t Klooster: 'Mijn werkplek is volledig ergonomisch aangepast, was geen enkel probleem. Ik kreeg een beeldschermverhoger, nieuwe stoel, ovaal mousepad, gelgevulde polssteun en een gespleten toetsenbord met in kuilen liggende toetsen, dat overigens nog wel schuin staat, waardoor ik tegen de klippen op typ. Ook deed ik fysiotherapie in de baas zijn tijd. Ik heb gezegd: ik heb dit nodig, anders zoek ik een andere baan. Collega’s zeiden in het begin: kijk, een gehandicapte aan het werk. Maar nu zijn er steeds meer binnen het bedrijf die aanpassingen vragen.’ Zeegers: 'Ik heb een andere stoel, hulpmiddelen aan de pc en een aangepast bureaublad. Ik ben nu bezig met het regelen van spraaksoftware zodat ik helemaal zonder handen kan. Tot nu toe is alles aangeschaft wat ik wil.’ Oudkamp: 'Ik heb een betere stoel gevraagd en na veel zeuren gekregen. Ik wilde spraakherkenningssoftware, maar er was geen geld voor. Ik stelde het als voorwaarde toen ik na een jaar ziektewet moest opkomen voor de WAO-keuring, maart 1997. Ik kon op kosten van de keuringsinstantie uitzoeken wat ik wilde.’ DAVELAAR: 'Ik zou een schadeclaim kunnen indienen. Buiten mijn schuld om ben ik in de WAO terechtgekomen. Ik was niet verzekerd tegen het WAO-gat. Elk jaar ga ik er verder op achteruit.’ De Hilster: 'Ik neem het mijn werkgever kwalijk dat er geen goede stoel was. Maar claimenà Ik weet niet helemaal zeker of het wel zijn schuld is. Bovendien is hij meegaand in mijn ergonomische wensen.’ Oudkamp: 'Ik overweeg het sterk. Ze hebben onvoldoende verantwoordelijkheid genomen voor de werknemers. Hadden ze maar aan preventie moeten doen. Toen ik een ergonoom wilde laten langskomen kreeg ik nul op het rekest. De werkgever heeft de wettelijke plicht ervoor te zorgen dat je niet ziek wordt. Dat ben ik nu toch. Weg carrièreperspectieven, weg promotie.’ Van ’t Klooster: 'Er is goed voor mij gezorgd. Maar als dat niet zo was, had ik zeker geclaimd. Het is een multinational met tachtigduizend werknemers.’ IN WOERDEN ZIT de Rechtskundige Dienst van de FNV. Zogenoemde letselschaderegelaars werken er aan tientallen zaken van RSI-patiënten die hun werkgever aansprakelijk stellen en smartegeld tegemoet zien. Tot nog toe heeft niet één werkgever de knip getrokken, maar letselschaderegelaar Hedy Gonzales zegt de sneeuwbal die de lawine moet veroorzaken, gereed te hebben. Gonzales: 'We spelen het net als toen met de asbest. Acht jaar heeft ons dat gekost. Maar uiteindelijk hebben we gewonnen, met een golf claims van doodzieke werknemers die met asbest hadden gewerkt als gevolg. Sinds dat arrest is het ook zo dat de werkgever moet aantonen dat het ontstaan van een bepaalde ziekte bij een werknemer zijn schuld niet is. Wat voor asbest geldt, geldt ook voor RSI. Het hek moet van de dam.’ Gonzales is ver gevorderd met twee RSI-proefgevallen. Het ene betreft een vrouw die bij een uitgever werkte en nu volledig arbeidsongeschikt naar de geraniums staart. Nummer twee is ook volledig arbeidsongeschikt. Ze werkte bij een brillenfabrikant en moest telkens boven haar macht glazen van een plank tillen. Dinsdagochtend maakt Gonzales bekend dat ze de tegenpartijen voor de rechter gaat dagen. 'Het kan blijkbaar niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Het weerwoord van de werkgever is altijd: wij hebben op de werkplek niets gevonden wat niet deugt. En het rapport dat wij als FNV dan door een specialist laten opstellen, erkennen ze niet. Het is nog nooit gebeurd dat een werkgever de aansprakelijkheid erkent. Ze zullen, als we beginnen met de juridische procedure, met hoger beroep de zaak trachten te vertragen. Maakt niet uit, ze gaan toch voor de bijl.’ IN EEMNES WORDT onder het genot van een tweede fles wijn nog eens opgerakeld hoe het allemaal begon. De Hilster: 'Ruim anderhalf jaar geleden, zeurderig gevoel in mijn pols.’ Van ’t Klooster: 'Eerst tintelende vingers, vooral ’s avonds. Toen ook last van mijn nek. Ik dacht nog dat het van squashen of van houthakken kwam.’ Davelaar: 'Een jaar of vijf geleden. Een dood gevoel in mijn handen. In de zomervakantie dacht ik: het gaat wel over. Maar twee weken daarna kreeg ik weer last. Het is geen dag meer weggeweest.’ Van Noort: 'Een spiertje hier, een peesje daar. Vijftien jaar geleden begon het.’ Oudkamp: 'Mijn klachten kwamen van de ene op de andere dag, anderhalf jaar terug, ik tilde iets zwaars het huis in.’ Zeegers: 'Vorig jaar december is het officieel bevestigd. De Arbo-arts stuurde me door naar een mensendiecktherapeut. Die zei: je zit in fase 3, chronisch.’ Oudkamp: 'Ik meldde me constant ziek, ik had een ontsteking van de slijmbeurs in mijn schouder. De bedrijfsarts zei: niet zeuren, gewoon doorwerken. Oké, het was niet vast te stellen. Maar om het uit te sluiten vond ik ook wel weer wat cru. De systeembeheerder bij ons zei dat het RSI kon zijn, zodoende weet ik het.’ Davelaar: 'Op de FNV-Beeldschermdag hoorde ik voor het eerst van RSI. De stukjes vielen op zijn plaats. Dokter Van Eijsden in Maastricht, een revalidatiearts, zei: je komt er nooit meer vanaf. Ik werd afgekeurd door een Gak-arts. De Gak-arts die me moest afkeuren gooide het op psychisch. Ik heb onderzoek moeten doen, anders geen uitkering.’ Van Noort: 'Vierentwintig uur per dag pijn. Elleboog, schouder, nek, hoofd, rug, vingers. Ik kreeg injecties ter verdoving. Hartstikke fout, ik ging dwars door mijn grenzen heen. Specialisten hebben zich suf gezocht, vonden niks. Het moest dus RSI zijn. Ik ben naar dokter Van Eijsden geweest. Die staat aan onze kant. Je komt er nooit meer vanaf, zei ze. RSI, fase 3. Dankzij haar kon ik worden afgekeurd.’ De Hilster: 'Mijn dokter gaf alleen maar pilletjes. Op Internet vond ik de homepage van de patiëntenvereniging: een heel pakket uitgedraaid. Ik dacht nog: gek, een RSI-vereniging met homepage.’