Begrotingstekorten lopen nu echt uit de hand

Pijn lijden, niet vermijden

Harde keuzes, kaasschaaf of boterzachte plannen - alle Europese regeringen moeten bezuinigen en elk land heeft heilige huisjes. En Duitsland is het nieuwe gidsland.

Medium 10871410

BOVEN DE INGANG van het Deutsches Schauspielhaus in Hamburg hangt een spandoek, met in grote zwarte letters: ‘HET THEATER. DE OORLOGSVERKLARING.’ Voordat de voorstelling begint, dreunen drie acteurs met veel pathos een woedende verklaring op. Tegen het mes in de culturele sector! De havenstad moet miljoenen bezuinigen en de acteurs vrezen voor hun eigen toekomst.
De Hamburgse onrust staat niet op zich. Twee weken later wordt in Berlijn geprotesteerd bij de opvoering van Verdi’s La Traviata. Een werkonderbreking zorgt voor een half uur vertraging. Bij een andere voorstelling komt het orkest na de pauze helemaal niet meer opdagen, de opera wordt verder begeleid door een eenzame pianist. Inmiddels dreigen de drie (!) hoofdstedelijke opera’s zelfs stakingsbrekers in te zetten, door hun muitende personeel te vervangen met muzikanten uit Polen en Roemenië.
Bezuinigingen in Duitsland raken de culturele elite. In Frankrijk niet. Daar heeft de minister van Cultuur volgend jaar 7,5 miljard euro te verdelen, oftewel 2,1 procent méér dan dit jaar. Aan cultuur mag je in Frankrijk niet komen. Ook in Engeland worden 'linkse hobby’s’ gespaard en krijgen 'rechtse hobby’s’ het zwaar te verduren. De marine moet het bijvoorbeeld gaan doen met vliegdekschepen zonder straaljagers. Er zullen 42.000 defensieambtenaren hun baan verliezen, waaronder zeventienduizend geüniformeerde. Het koningshuis zal een lagere toelage ontvangen, en de fiscus gaat harder jagen op rijke Britten met spaarrekeningen in belastingparadijzen. Maar ondertussen gaat méér geld naar ontwikkelingshulp. Van zeven naar 11,5 miljard euro, dus naar 0,7 procent van het bruto binnenlands product. London bezuinigt ook niet op de 'linkse’ publieke omroep, de BBC.
In Spanje is het weer precies andersom: daar gaat het mes in uitkeringen, ambtenarensalarissen en ontwikkelingshulp. De babycheque, 2500 euro per geboren kind, verdwijnt. Een uitkering voor gehandicapten wordt beperkt. Maar ondertussen blijven rechtse heilige huisjes als de katholieke kerk (zes miljard euro staatssteun per jaar) en het leger (acht miljard) buiten schot.
Het is wel wonderlijk: de centrum-rechtse regering in Engeland houdt linkse liefhebberijen in stand, terwijl de socialisten in Spanje daar juist in snijden. De regering blijkt minder belangrijk dan de traditie, als het op bezuinigen aankomt. Elk land heeft nou eenmaal zijn heilige huisjes. Britten de zorg, Duitsers het onderwijs, Fransen de cultuur, Nederlanders de hypotheekrente en Spanje de kerk. En iedereen zijn eigen tempo. In Engeland met een harde schok - een blitz budgétaire noemen de Fransen dat. Zelf gaan ze liever behoedzaam te werk, anders stromen de straten in Parijs zo vol. Maar kan dat nog in deze tijd?
In 2008 moesten regeringen midden in de crisis de portemonnee trekken om een systeemcrash te voorkomen, in 2009 gingen ze door met uitgeven om de economie aan de praat te houden. Maar terwijl de schulden zich opstapelen (zie kader) worden in 2010 in heel Europa de plannen gepresenteerd waarmee arme overheden de enorme gaten in hun begroting moeten dichten. Duitsland tachtig miljard in vier jaar, Spanje vijftien miljard in twee jaar, Nederland achttien miljard in vier jaar. En natuurlijk Engeland, dat 95 miljard euro wil bezuinigen, met afstand de allergrootste 'ombuiging’ in het Verenigd Koninkrijk ooit. Landen maken daarbij verschillende keuzes, maar er zijn ook overeenkomsten.
Bezuinigen op ambtenaren is in heel Europa populair. Of althans, het aankondigen daarvan. Net als in Nederland (6,5 miljard besparen op bureaucratie) willen ook de Britten flink het mes zetten in het overheidsapparaat: er moeten een half miljoen ambtenaren uit. Maar dat is lastig, bleek ook in Frankrijk. De afgelopen dertig jaar steeg het aantal ambtenaren met meer dan een miljoen en in 2007 besloot Sarkozy al om daar fors in te snijden. Besloten werd simpelweg om één op de twee uittredende ambtenaren niet te vervangen. Dus zonder gedwongen ontslagen, wat in Frankrijk zeker tot protesten had geleid. Maar zelfs dat lukte uiteindelijk niet: slechts één op de drie ambtenaren werd niet vervangen. In dat opzicht pakt Portugal, gedwongen door een uit de hand lopend begrotingstekort, het efficiënter aan. Recent is besloten dat alle ambtenaren vijf procent minder gaan verdienen, en dat de staatspensioenen worden bevroren. Spanje besloot precies hetzelfde, een besparing van 2,4 miljard euro.
Een tweede overeenkomst is het afschuiven van de verantwoordelijkheden op de lokale overheden. Alle nationale regeringen willen geld weghalen bij provincies en gemeenten. Wel zo makkelijk. In Engeland krijgen de lagere overheden gewoon een kwart minder. Ze mogen zelf bepalen hoe ze dat oplossen, als ze de gemeentebelasting maar niet verhogen. Spanje doet min of meer hetzelfde: de gewesten en gemeenten krijgen 1,2 miljard minder te besteden, nadat hun budget eerder dit jaar al was gekort. Het heeft directe gevolgen voor het onderwijs en de gezondheidszorg in Spaanse regio’s, omdat de financiering grotendeels onder de bevoegdheid van de gewesten valt. Ziekenhuizen moeten afdelingen sluiten wegens begrotingsproblemen.
Ook in Duitsland zit de echte pijn bij de gemeenten. Zij krijgen al jarenlang steeds meer taken toegewezen, zoals de zorg voor uitkeringsgerechtigden, zonder dat daar extra inkomsten tegenover staan. Dat voelen niet alleen stakende musici. Bibliotheken sluiten, straten worden slechter onderhouden en toegangsprijzen voor culturele instellingen gaan omhoog. Nu al zijn sommige zwembaden alleen geschikt voor Spartanen, omdat uit zuinigheid de watertemperatuur enkele graden omlaag is gezet.
Maar terwijl het in Duitsland hard kan aankomen, is het in Frankrijk wel terecht dat de gemeenten worden aangepakt, zegt Luc Rouban, auteur van het standaardwerk La fonction publique. 'Het aantal landelijke ambtenaren steeg sinds 1980 met twaalf procent, bij de lokale overheden was dat maar liefst 71 procent’, aldus de aan de fameuze Sciences Po verbonden onderzoeker. 'Het probleem zit bij de lagere overheden. Competenties zijn niet goed gescheiden, taken lopen in elkaar over. Vaak doen verscheidene mensen hetzelfde werk.’ Het idee dat er bezuinigd kan worden door te decentraliseren - zoals de Nederlandse regering beoogt - is in Frankrijk gelogenstraft, want de problemen ontstonden met name na het overhevelen van taken in de jaren tachtig.
Een derde overeenkomst is de sociale zekerheid. Heel Europa weet dat het daarop moet bezuinigen, maar niet iedereen kan dat. Duitsland lijkt het voortouw te nemen en heeft het stelsel sterk hervormd, onder meer door te snijden in uitkeringen en door de AOW-leeftijd naar 67 jaar te tillen. Spanje wil volgen, Engeland gaat naar 66 jaar, net als Nederland. Alleen die Fransen dus, met hun protesten tegen een verhoging van zestig naar 62 jaar. Uiteindelijk kiest Frankrijk voor symbolische bezuinigingen: ministeriële kabinetten inkrimpen, geen Citroen C6 met chauffeur voor hoge overheidsfunctionarissen, ophouden met het serveren van champagne en petits fours tijdens recepties. En plots wordt hard opgetreden tegen bewindslieden met een al te royale levensstijl. Staatsecretaris van Overheidszaken André Santini vloog de laan uit toen bleek dat hij in een jaar tijd voor dertienduizend euro aan sigaren had gedeclareerd.
Er zijn ook sectoren waar liever niemand op bezuinigt. Onderwijs, bijvoorbeeld. In sommige landen wordt er zelfs extra geld voor vrijgemaakt. Ook op de zorgsector wordt slechts met grote moeite geld bespaard. Het beschermen van de Britse National Health Service, de grootste werkgever van West-Europa, was een verkiezingsbelofte van premier David Cameron. Daar kon dus niks af. En ook in Duitsland ligt de zorg moeizaam, al moeten Duitsers zich wel druk maken over de veel te dure medicijnen, hoge kosten en bijzonder uitgebreide en dure gezondheidszorg. Probleem is de farmaceutische lobby van producenten, die aangekondigde hervormingen in de wielen rijdt.
Hebben alle Europese landen een probleem? Nee. In Zweden zijn de tekorten binnen de perken gebleven omdat de afgelopen jaren de uitkeringen zijn versoberd. Bovendien loste de Zweedse regering creatief een deel van de staatsschuld af door een waslijst aan privatiseringen. Van vliegtuigmaatschappij SAS tot wodkaproducent Vin&Spirit. Ook dit jaar beloofde de regering weer tien miljard te verdienen door staatsbelangen af te stoten. Het hete hangijzer daarbij is het staatsbedrijf Vattenfall, de energiegigant die voor tien miljard Nuon wilde kopen. Het moet zo'n 35 miljard opbrengen, genoeg om een flink deel van de staatsschuld af te lossen. Probleem is dat Vattenfall, dat bekendstaat om innovatieve waterkrachtcentrales, gezien wordt als nationaal belang. Het zou voor de Zweden zoveel betekenen als voor Nederland het verkopen van de Nederlandse Gasunie. De staatsschuld zou slinken, maar het maakt wel afhankelijk van Russisch gas.
In plaats van bezuinigen kunnen landen uiteraard ook schuld verminderen door de belastingen te verhogen. Duitsland is koploper nieuw-geld-binnenharken: een derde van de tachtig miljard komt voort uit extra inkomsten. Allerlei nieuwe belastingen en heffingen zijn aangekondigd. Waaronder ironisch genoeg ook de vliegtaks, net nu deze uit concurrentieoverwegingen in Nederland is afgeschaft.
Veel andere landen zijn behoedzaam bij nieuwe belastingen. Inderdaad uit angst voor internationale concurrentie, maar ook voor protesten of lastenverzwaring, en daarmee een rem op de economie. En dus blijft het vaak bij een verhoging van de btw of een andere, minder directe, maatregel.
Als Duitsland dan toch gidsland wil zijn op het gebied van bezuinigen kan het misschien ook het voortouw nemen om de fiscale voordelen voor vervuilende industrieën aan te pakken. Die krijgen nu jaarlijks miljarden korting op de energiebelasting. En ook de verliesgevende steenkolenwinning wordt al tientallen jaren met miljarden euro’s gesubsidieerd, net als kernenergie. Door te schrappen in zulke uitgaven valt volgens sommige berekeningen in totaal meer dan 24 miljard euro te halen. Dat tikt aan. In elk geval meer dan de belasting op bruin worden, die de gemeente Essen wil invoeren. Als alles meezit moet vanaf januari 2011 elke maand twintig euro per zonnebank worden afgedragen.


Aan dit artikel werkten mee: Patrick van IJzendoorn, Koen Haegens, Marijn Kruk, Lex Rietman en Jarik Stollenga


Bezuinigen moet echt
Italië heeft met 1,76 triljard euro de hoogste staatsschuld van Europa, 116 procent van het bbp. Het is in een paar jaar tijd met bijna tweehonderd miljard gestegen. De begroting is ruim vijf procent in de min, ongeveer hetzelfde als Nederland.
België heeft een staatsschuld van 326 miljard euro, 96,2 procent van het bbp. De Belgen hebben dus ongeveer net zo veel schuld als een heel jaar inkomsten. In drie jaar tijd is de schuld met veertig miljard gestegen.
Na Italië en België heeft Hongarije (78,4 procent) de hoogste staatsschuld.
Ierland (-14,4 procent), het Verenigd Koninkrijk (-11,4 procent) en Spanje (-11,1 procent) hebben het hoogste tekort op de lopende begroting. Luxemburg (-0,7 procent), Zweden (-0,9 procent) en Estland (-1,7 procent) het laagste.
Frankrijk heeft het begrotingstekort vorig jaar met 79 miljard euro laten oplopen tot 144 miljard euro. De Franse minister van Financiën Christine Lagarde klaagde deze week dat de algemene stakingen tegen de pensioenleeftijdverhoging het land driehonderd miljoen euro per dag kosten.
Portugal heeft zijn staatsschuld het afgelopen jaar met meer dan vijftien miljard euro op laten lopen. In één jaar heeft Portugal dus evenveel schuld opgebouwd als het bedrag dat het nieuwe kabinet in Nederland in vier jaar wil bezuinigen.
(Griekenland is buiten de laatste Eurostat-cijfers gehouden, die op 22 oktober zijn gepubliceerd)

Foto: David Hoffman/Eyevine/HH