Pijn tot in de tenen

2006 was een minder goed poëziejaar dan 2005, wat niet betekent dat er geen indrukmakende poëziebundels zijn verschenen. Zo was Resistent, de tweede bundel van Saskia de Jong, bijvoorbeeld veel minder gefiguurzaagd dan haar debuut Zoekt vaas. En waren er goede tot zeer goede debuten van Lucas Hirsch, Els Moors, Florence Tonk en Alex van Warmerdam. Er was de wilde frisheid van limoenen van Al Galidi. Maar de beste waren Alfred Schaffer (Schuim) en Nachoem M. Wijnberg (Liedjes). Liedjes is een bundel die de lezer fopt. Hij stelt zich voor als open en transparant, maar is ondoordringbaar en onbegrijpelijk. En dan zo goed opgeschreven en zo goed getimed dat je ademloos leest en herleest. ‘Van moment naar moment/ verandert mijn verlangen,/ ook als ik er genoeg van heb/ word ik bedroefd als het voorbij is.’ Als u mij die regels uit kunt leggen, stuur ik u een appeltaart.
En Schuim, die bundel kan ik eigenlijk niet lezen, ik zou er ook geen recensie over kunnen schrijven. ‘Je bent zo bloot dat ik moet blijven kijken’, ‘Men vliegt als hij maar even zucht, men roept de dokter als hij zucht.’ Het is een overweldigend en tot in de tenen pijn doend logboek van een levende tegenover de doden, maar de bundel bevat naast wrang sarcasme en ontroering ook bijtende tijdsbeeldhumor (‘Heeft uw kind veel aandacht voor radicale ideeën?/ Praat daar dan over met hem of met haar’). Toch beklijft vooral zo’n normale regel als: ‘Je bent nog warm’. Ik kan het gewoon niet lezen. Laat dat een compliment zijn. De beste bundel van 2006 is van Wijnberg, de bundel die me nog steeds bij de keel grijpt is van Schaffer.

Alfred Schaffer, Schuim

De Bezige Bij, 105 blz., € 15,-

Nachoem M. Wijnberg, Liedjes

Contact, 94 blz., € 16,90