TONEEL Anne en Zef

Pijn wordt streling

Dialoog uit scène 5.
Anne: Hoe vond je het?
Zef: Wat?
Anne: Dat boek. Eerlijk zeggen.
Zef: De eerste keer niet zo.
Anne: Te weinig actie zeker?
Zef: Ja.
Anne: Hoor ik wel meer – vooral van jongens.
Zef: Maar later heb ik het nog eens gelezen. Toen vond ik het wel mooi.
Anne: Omdat je dingen herkende?
Zef: Ik denk het. Goh, dat ik hier met Anne Frank zit.
Hier! Waar is hier? Hier is letterlijk: een kale ruimte (vorm: Renée Zonnevylle, licht: Henk van der Geest), een vloer met tafels die als loopplanken en zitmeubels worden gebruikt, met een torentje rechts achter waar af en toe een hemd te drogen hangt, en helemaal achterin een wit doek waarop filmbeelden worden geprojecteerd van een ruig berglandschap. Hier is ook een plek die uit de tijd is gevallen voor een jongen en een meisje die uit hún tijd zijn gevallen. De jongen is Zef Bunga uit Albanië die net is doodgeschoten. Hij was op de vlucht voor de bloedwraak volgens de wetten van zijn land en nu is alles afgelopen. Het meisje is Anne Frank, ze is hier al veel langer, maar wel altijd vijftien gebleven, dat was ze toen ze stierf. Samen maken ze al vertellend en spelend een reconstructie van het pad dat naar hun dood voerde. Zef verhaalt van die vreemde wetten van zijn land en zijn familieclan, wetten die voorschrijven dat mensen almaar wraak nemen voor de dood van weer andere mensen en dat zijn vader daarvan af wilde en zijn moeder zich er juist bij neer had gelegd, en toch ook weer niet.
Zef kan prachtig mensen imiteren, hij speelt in zijn eentje de hele familie Bunga na, en alle feesten en ook alle dorpsruzies. Zijn vader en moeder grijpen af en toe in en laten hun kant van de vertelling zien, hun rol in die eindeloze keten van bloed en wraak en verdriet. Anne Frank maakt het dagboek uit het achterhuis af, in Westerbork, in goederentreinen, in Bergen Belsen, tot aan haar dood door ziekte en uitputting. Eerst schrijft ze aan haar Kitty nog op papier, later ‘op een steen, in het zand, in de lucht en op het laatst alleen nog in mijn hoofd’. In het verhaal over de familie van Zef, die naast al die narigheid van al dat wreken ook een hoop warmte te bieden heeft, vindt Anne in haar verbeelding een nieuw thuis, en ook de moed om af te maken waarin ze zo wreed werd onderbroken: haar dagboek, haar relaas over het binnenste van de hel, het doolhof van de dood. Het is een van de godswonderen van deze prachtige voorstelling.
Ad de Bont schreef Anne en Zef en regisseerde de tekst ook, als openingsproductie van een nieuw jeugdtoneelgezelschap, een fusie van zijn eigen Wederzijds met Huis aan de Amstel van Liesbeth Coltof. Anne en Zef is, mede door de opzwepende muziek van Guus Ponsioen, een lichte voorstelling geworden waarin vier heerlijke spelers door de tijd springen: Laura de Boer als een beheerste Anne, Floris Verkerk als een wilde Zef, Rian Gerritsen als een wanhopige moeder en Peter van Heeringen als de koppig in het goede gelovende vader.
Wat begon met een moord eindigt met een dood door uitputting.
Anne: Een scherpe pijn wordt een streling.
Zef: Dat iets waarvoor ik zo bang was, zo zacht kan zijn.
In het echte slot heeft Anne Frank Zef Bunga gekust en Zef Bunga heeft Anne Frank gekust. Dood door liefde overwonnen. In een zeldzaam heldere, pure en mooie voorstelling.

Anne en Zef, Huis aan de Amstel/Wederzijds, tournee t/m 22 maart. www.wederzijds.nl