Pijnlijk

Het kan weinig mensen zijn ontgaan: U2 heeft een nieuw album. In die zin is de wijze van verspreiden (bij alle iTunes-gebruikers is het album ongevraagd aan hun bibliotheek toegevoegd) een geslaagde stunt.

Het laatste album van U2, No Line on the Horizon (2009), verkocht met name in de Verenigde Staten zeer matig. Dat probleem is in één keer opgelost: een half miljard mensen hebben nu Songs of Innocence. Als ze het niet willen, moeten ze het zelf verwijderen. ‘The most deleted record in history’ is het al genoemd.

Rolling Stone gaf het album vijf sterren, The New Yorker schreef er een vernietigend stuk over. De uitgesproken negatieve stukken lijken voor minstens een deel ingegeven door de wijze van verspreiding. Je als band, en dan zeker een zo nadrukkelijk geëngageerde band, laten gebruiken voor de marketing van een multinational, dat deugt niet, dus deugt de band die dat doet niet, en daarmee het album ook niet.

De extreme lof aan de andere kant lijkt juist een beloning voor al het moois dat U2 de popmuziek in al die jaren heeft gegeven. Een te late Oscar voor de verkeerde filmrol. Want zowel de harde kritiek als de extreme lof is overdreven. Songs of Innocence is een van de minst geslaagde albums van de grootste band in de popmuziek. De aantekening daarbij blijft dat een minder geslaagd album van U2 nog steeds interessanter is dan het beste album van vrijwel alle bands die zich nadrukkelijk door U2 hebben laten beïnvloeden, met Coldplay als meest succesvolle voorbeeld en Snow Patrol als het allersaaiste.

U2 heeft albums gemaakt die bepaald niet briljant waren, maar wel nodig voor de ontwikkeling van de band (Zooropa, Pop), briljante albums waarop ze haar eigen geluid ontwikkelde (The Unforgettable Fire, The Joshua Tree), waarop ze dat geluid op een briljante manier volledig vernieuwde (Achtung Baby), en heel erg goede platen waarop ze verder bouwde op haar eigen erfenis (All That You Can’t Leave Behind, How to Dismantle an Atomic Bomb). Ook die laatste albums hadden een paar nummers waarin U2 iets doet wat maar weinig bands kunnen: de luisteraar bijna letterlijk optillen, in broeierige composities, drijvend op dat magistrale gitaargeluid van The Edge, en een zanger die misschien onuitstaanbaar zelfbewust is, maar ook als weinig anderen weet hoe je drama vocaal uitspeelt. Het waren nummer als Beautiful Day en City of Blinding Lights: geschreven om stadions vol mensen uit hun stoelen te laten opveren en dat knap genoeg zonder lelijke bombast of al te doorzichtig effectbejag.

Van dat type opwinding is weinig terug te vinden op Songs of Innocence en als het er al is, klinkt het te bekend en te weinig overtuigend. Het pijnlijke is dat het album juist wel geregeld om die opwinding schreeuwt, omdat de teksten van Bono zo nadrukkelijk en veelvuldig teruggrijpen naar jongere jaren. Dat dat niet lukt komt mede door de geforceerde productie. Lelijk bijvoorbeeld, dat klinische koortje in The Miracle (of Joey Ramone), en pijnlijk, die overproductie in combinatie met de bezongene. De ingetogen aanpak van Every Breaking Wave is een nummer verder dan wel weer raak, met die openwaaiende akkoorden van The Edge. Fraai zijn ook de wave-echo’s in California en de dromerige aanpak van Song for Someone in combinatie met de rauwe stem van Bono. Maar de flauwe synthi-pop van Sleep Like a Baby Tonight, de kitsch van This Is Where You Can Reach Me, de uitdovende finale: hier klinkt een band wier verleden vele malen indrukwekkender is dan haar heden. Allemaal nummers trouwens op de tweede helft van het album. In dat opzicht is Songs of Innocence ondanks de moderne manier van verspreiden een extreem ouderwets album: het beste staat op de eerste helft.


U2, Songs of Innocence