Pijnlijk eerlijk

Pijnlijk is televisie wanneer ze zich misdraagt. Pijnlijk soms door wat ze toont. De kijker die kiest voor de eerste soort, is smakeloos of wil zich ergeren aan smakeloosheid en normverval. Masochistisch, al is een rechtvaardiging dat er naast een inspectie voor het fysieke milieu ook een voor het geestelijk klimaat moet zijn. Bij de tweede soort weet de kijker ook dat het pijnlijk wordt (Dutchbat, Ruanda) doch acht hij het burger- en mensenplicht de ogen niet te sluiten. Maar soms wordt de kijker pijnlijk verrast.

Wanneer ik een literatuurprogramma aanzet voor een interview, doe ik dat voor m'n lol. Wanneer de auteur starnakelzat blijkt, ik hem sympathiek vind en weet dat die toestand geen ongelukje is maar een momentopname van zijn weg op de glijbaan, dan slaat aangename verwachting om in onbehagen (August Willemsen in Jonge sla). Voor een andere variant van pijnlijke televisie zorgt de Ikon. Die nam het lovenswaardig initiatief vijf jonge documentairemakers een half uur te geven, maar schreef als thema voor: Familie. In aflevering een portretteerde Ingeborg Jansen zichzelve en haar spiegelbeeld, tweelingzus. Leek me leuk. Ik ken tweelingen, een zelfs vanaf de geboorte, en ben geboeid door dat wonderbaarlijk mengsel van identiek en verschillend; door het soort band dat hechter lijkt dan alles wat mensen verder kan binden; door desondanks verschillende levensgeschiedenissen. Wat ik waarnam en hoorde (Ajax’ De Boers) was jaloersmakend: familie en vriend vanaf geboorte; symbiose als met niemand. Schaduwzijden vermoedde ik ook. Jansen vermeed die niet; sterker, haar ‘Familie in het kwadraat’ werd een aanzwellende klaagzang over het wrede lot dat haar had opgescheept met een wezen dat als twee druppels water… Zonder dat wezen kon de documentaire onmogelijk gemaakt worden en zo werden we getuige van iets dat half portret, half zelfportret was, maar ook geschiedschrijving en verslag van een zoektocht naar eigen identiteit van de maakster. Die laatste leek alleen gevonden te kunnen worden door afstand van 'de ander’ te nemen. Geen detail van gekozen verwijdering bleef ons bespaard: de zus kreeg een baby waar ze pas na weken naar ging kijken; bij de parkwandeling ging ze vijf meter voor moeder en kind uit lopen…
Was dit alles een terugblik geweest, al dan niet in verwondering en mildheid, het had me kunnen verzoenen met zoveel pijnlijke eerlijkheid. Maar de documentaire zelf was als de parkwandeling, uitmondend in medisch onderzoek naar de vraag of ze wellicht toch tweeeiig waren. Helaas, nee. Al kijkend groeide sympathie voor de zus die er verdomme ook weinig aan kan doen dat… En antipathie jegens de maakster. Die, toegegeven, er kennelijk beroerd aan toe is. De Ikon-opdracht maakte dat publiek bekend. Maar ik hoef het eigenlijk niet te weten.
Val ik in aflevering drie, hoor ik een andere maakster aan oude dame vragen: 'Waarom zei je tegen hem: “Zelfmoord moet je zelf weten, maar niet in mijn huis”?’ 'Familie’ bij de Ikon, dat gaat pijnlijk ver.