Pijnlijk, ontroerend

Twee dikke delen, geen dundruk, wel genaaid. Ik geloof dat ik ze ooit voor een habbekrats kocht bij De Slegte, de brieven van Jan Hanlo.
Je hebt wel eens brieven die nogal duidelijk geschreven zijn met het oog op een latere publicatie. De schrijfsels van Jan Hanlo zijn dat beslist niet en precies dat maakt dat je je snel thuis voelt in zijn omgeving. Je ziet hem scharrelen in zijn Poortwachtershuisje in Valkenburg, ver van de literaire wereld in Amsterdam. Hij knutselt aan zijn motor, verdiept zich in het gedrag van wespen. ‘Ja mijn wesp. Wespen bedoel je. De koningin heb ik nu in een glas gedaan waar geen statiegeld op zit’, schrijft hij in een brief aan Geert van Oorschot. Vaak piekert hij over geld – zie alleen al dat woordje ‘statiegeld’ in de brief aan zijn uitgever – en ook het gebit is een continue bron van zorg: ‘Ik heb m’n voortanden bijgevijld. Er was weer een stukje afgebrokkeld zo:’ waarna een tekening volgt van de mond met afgebrokkelde tanden. Hij kletst op papier over alles wat hem bezighoudt, met een bijzonder oog voor detail.
Hanlo’s contact met de buitenwereld kwam voor het grootste deel schrijvend tot stand. Hoe vaak zal hij niet naar de brievenbus zijn gelopen? Wat de brieven vooral zo’n genot maakt om te lezen is dat ze behalve een inkijkje in zijn dagelijkse bezigheden ook een ruime blik op z’n schrijversleven bieden. Met Bernlef, die van ‘Geachte mijnheer’ na enige tijd ‘Beste Henk’ wordt, correspondeert hij bijvoorbeeld over zijn publicaties in Barbarber, met Vinkenoog over opname in Atonaal, de brieven aan Gust Gils, Chris van Geel, Kees Fens en vele anderen – samen geven ze een heel persoonlijke, zijdelingse kijk op de literaire geschiedenis. Bijzonder zijn de beschouwingen over geloofszaken, gericht aan pater Tamis Wever en aan de theologe Carola Kloos. Jan Hanlo neemt zelden of nooit een blad voor de mond en hij kan op papier goed kibbelen; dat maakt het ook tot heel eerlijke brieven.
Wat je over Jan Hanlo te weten zou willen komen, komt in deze twee dikke brievenboeken aan de orde. Ook de liefde voor zijn moeder, zijn zwak voor jonge jongetjes en hoe hem dat nog wel eens voor problemen stelde. Ze zijn spannend, informatief, ze zijn pijnlijk en ontroerend. Hanlo’s brieven zijn volgens mij geadresseerd aan iedereen.

Jan Hanlo, Brieven, Van Oorschot, 1989