Ian McEwan

Pijnlijk seksueel voorspel

Ian McEwan
Aan Chesil Beach
Vertaald door Rien Verhoef
De Harmonie, 155 blz., € 16,50

Zaterdag 15 februari 2003 is een historische dag in Ian McEwans roman Saturday: op die dag demonstreren niet alleen honderdduizenden mensen in Londen tegen de dreigende oorlog in Irak, er hangt ook een dreiging boven het gezin van neurochirurg Henry Perowne. Geweld ligt altijd op de loer in McEwans romans. De in vijf delen gesplitste vertelling heeft de klassieke opbouw van een tragedie, die op het laatst een wending ten goede kent. Maar toch: ‘Die dag zal zich onherroepelijk onderscheiden van alle andere dagen.’ In het eveneens vijfdelige On Chesil Beach dikt McEwan de tragische tijd nog meer in. Het vertelheden behelst niet meer dan een paar uur: het onhandige voorspel van een rampzalige huwelijksnacht. En de beslissende gebeurtenissen duren maar een paar seconden: ‘Zo kan dus een hele levensloop worden veranderd – door niets te doen.’ On Chesil Beach is een roman vol schitterende vertragingen à la Sterne’s Tristram Shandy over twee maagdelijke pasgehuwden die gevangen zitten in de Britse tijdgeest van juli 1962. De venijnige uitlopers van de Victoriaanse preutsheid en geremdheid zorgen ervoor dat de verliefde Edward Mayhew en Florence Ponting de kans van hun leven missen tijdens hun huwelijksavond in een herberg in Dorset vlakbij een kiezelstrand.

In On Chesil Beach heeft McEwan het geweld verinnerlijkt in twee jonge mensen geketend aan hun milieu. In de woorden van de alwetende verteller achteraf (de 21ste eeuw): ‘Dit was nog de tijd – die later in dat beroemde decennium zou eindigen – dat jong zijn een sociale handicap was, een teken van onbenulligheid, een lichtelijk beschamende aandoening waarvoor het huwelijk een begin van genezing bood.’ Edward komt uit een eenvoudig plattelandsmilieu (vader is schoolmeester, moeder is door een ongeluk geestelijk ontredderd), heeft in Londen geschiedenis gestudeerd, houdt van blues en rock-’n-roll en is later biografietjes gaan schrijven over middeleeuwse religieuze sektariërs. Hij is solitair en koelt tijdens zijn studententijd zijn woedeneigingen af in ordinaire straatgevechten. Zijn ‘verborgen ik’ bestaat uit een hechte mengeling van ‘gevoeligheid, verlangen en bijtend egoïsme’. Edward, die zich niet tegen zijn ouders afzet, ontmoet Florence bij toeval, tijdens een Ban de Bom-bijeenkomst in Oxford. Ze heeft het conservatorium in Londen doorlopen en is een begaafde violiste die opgaat in de klassieke muziek en droomt van succes met haar kwartet. Haar ouders zijn zeer welgesteld en conservatief-koloniaal. Vader leidt een fabriek van ‘wetenschappelijke instrumenten vol transistors’, moeder is filosofe en als academica meer bezig met Leibniz en Kant dan met Florence. Ze is een en al geest. Na haar studententijd beseft Florence dat haar moeder lichamelijk zeer afstandelijk is: ‘Ze had Florence nooit gekust of omarmd, ook niet toen ze klein was. Violet had haar zelfs nauwelijks ooit aangeraakt. Dat was misschien maar goed ook. Ze was mager en knokig, en Florence hunkerde nu niet bepaald naar haar tedere gebaren. En nu was het te laat om er nog mee te beginnen.’

Medium mc 20ewank

Het is veel en veel te laat. De teerling is allang geworpen. Doeltreffend zwijgen is het credo van Florence (overigens ook van Edward op het moment suprême), een credo dat uiteindelijk verkeerd uitpakt. Als er een suggestieve oerscène bestaat in On Chesil Beach, dan betreft die de vader. De zeer ambivalente houding van Florence tegenover lichamelijke intimiteit wordt pregnant in een beschrijving van zeetochtjes die ze met haar vader maakte. Die beelden van vroeger komen weer boven tijdens de briljant beschreven ontmaagdingsschermutselingen in de herberg in Dorset vlakbij Het Kanaal. ‘Het was ’s avonds laat en haar vader bewoog zich door de schemerige krappe kajuit en kleedde zich uit, net als Edward nu.’ Dan deed ze haar ogen dicht. Het bijna verrotte voedsel in de bedompte lucht van de boot sloeg maar al te vaak op haar maag, waardoor ze als bemanningslid niets meer voorstelde en zich schaamde. Later wordt seks voor haar een vorm van claustrofobie.

In het slotdeel van On Chesil Beach, als de pasgehuwden hun eerste en laatste ruzie maken op het kiezelstrand van Dorset, duikt die vader weer op als Florence, verstrikt in tegenstrijdige gevoelens, de mythe van Oedipus omkeert: ‘Misschien moet ik wel in psychoanalyse. Misschien moet ik eigenlijk wel mijn moeder vermoorden en met mijn vader trouwen.’

Wie dit allemaal veel te schematisch in de oren klinkt, moet bedenken dat het Engeland aan de vooravond van de sixties met zijn zogenaamde seksuele revolutie nog immer een maatschappelijk schema was: een samenleving met strikt gescheiden klassen, rangen en standen, ondanks een zieltogend Gemenebest.

Maar wat On Chesil Beach vooral zo’n fascinerende roman maakt is de minutieuze beschrijving van het seksuele voorspel. De vertragende wijze waarop McEwan de lichamelijke en geestelijke verwarring van Edward en Florence schetst – ook dankzij het verspringende vertelperspectief, dat de misverstanden tussen de geliefden over de pagina’s doet tuimelen – laat zien dat het McEwan uiteindelijk gaat om de last van de onwetendheid en het lot van zwijgers: ‘Edwards tong is het harde spitse uiteinde van die vreemde spier, trillend van leven, die haar afkeer wekte. Met zijn vlakke linkerhand drukte hij boven haar schouderbladen, net onder haar nek, en duwde zo haar hoofd tegen het zijne. Haar claustrofobie en ademnood namen nog toe naarmate ze vaster besloot dat ze het niet over haar hart zou kunnen verkrijgen om hem te kwetsen.’

In wezen zet Edward zijn straatgevechten tijdens zijn studententijd voort tijdens het voorspel. Waarom? Hij is onbewust woedend dat hij systematisch is vernederd door het milieu waar Florence uit voortkomt.

Na hun huwelijksdebacle zien ze elkaar nooit meer, hoewel ze allebei weten dat ze nooit meer zo’n liefde zullen meemaken. Edward ontpopt zich als een maatschappelijke rolling stone, Florence wijdt zich aan haar muziek. Ze hebben hun kans gemist en ze weten het. Hun tegenstrijdige gevoelens van schaamte, schuld, wroeging, spijt en woede om hun preutsheid en zwijgzaamheid zullen ze hun leven lang met zich meedragen. En Ian McEwan laat dat de lezer pijnlijk nauwkeurig voelen.